Zeker, met het politieke akkoord van Athene en de bijeenkomst van de eurogroep, beiden op 9 februari, is er vooruitgang geboekt in de onderhandelingen over de Griekse schulden, maar de oplossing blijft zoals altijd op het scherp van de snede. De deadline is op 15 februari bepaald en naar verluidt zou na deze datum een wanordelijk en gevaarlijk faillissement voor de hele eurozone onvermijdelijk zijn.

Het zal niet gemakkelijk worden om de toezeggingen van de Griekse regering over de nieuwe bezuinigingsmaatregelen, de stappen die ze moet ondernemen om Europese noodhulp te ontvangen en het ‘vrijwillig’ terugdringen van de staatsschuld, tijdig te consolideren. Het is duidelijk waar de verantwoordelijkheden van Griekenland liggen. Toch heeft ook de Europese Unie bij de aanpak van de crisis ernstige fouten gemaakt.

De Europese commissie gedroeg zich als notaris

Sinds 2009 zijn er veel te snel aanpassingen van de Grieken gevraagd om niet alleen correct, maar ook in politiek en maatschappelijk opzicht verteerbaar te kunnen zijn. Er had meer zorg besteed moeten worden aan het voorbereiden van structurele hervormingen, die bovendien een realistischer looptijd hadden moeten krijgen.

Er had moeten worden gezorgd voor de nodige financiering van deze hervormingen, inclusief voor specifiek op groei gerichte projecten, zonder toe te staan dat de rente op nieuwe staatsobligaties zou oplopen tot het inmiddels bekende niveau.

In plaats daarvan heeft Europa ervoor gekozen om een zekere arrogantie te rechtvaardigen op basis van het feit dat de Grieken hadden geknoeid met hun boekhouding. Hiermee werd de indruk gewekt dat het belang van Griekenland voor de Europese Unie uitsluitend afhing van het risico dat het land de financiële positie van ‘belangrijkere’ landen zou aantasten.

Europa had veel meer moeite moeten doen, zowel qua communicatie als qua beeldvorming, om de mogelijkheden van Griekenland te benutten en om te helpen zorgen dat de Griekse bevolking de hervormingen zou begrijpen en aanvaarden.

Bovendien hebben de Europese autoriteiten in verschillende opzichten een aantal vergissingen begaan en verwarring laten ontstaan. Ten eerste zijn ze er niet in geslaagd het grote aantal gesprekspartners te beperken met wie de Grieken moesten onderhandelen.

De Europese commissie gedroeg zich als notaris, een complex geheel van bilaterale hulp maakte plaats voor eigenaardigheden van verschillende nationale regeringen, waarbij de Franse en Duitse regeringsleiders in het bijzonder ‘aan het egotrippen waren’, door eisen en bedreigingen af te wisselen en te jongleren met procedures en vervaldata.

Garanties voor reddingsoperaties veroorzaakten juist besmetting

Er werd een beroep gedaan op de Europese Centrale Bank om een oneigenlijke rol te spelen als plaatsvervanger van regeringen om zo de financiering voor de middellange en lange termijn te garanderen. Daarnaast werd het IMF te hulp geroepen, wat heeft geleid tot vele controverses en waarbij het idee gewekt werd dat het ons zonder Washington ontbreekt aan middelen en vaardigheden om het Griekse probleem aan te pakken.

De officiële hulp werd beschouwd als preferente leningen, wat tot een stijging leidde van de risico's die door private schuldeisers werden aangegaan, maar men heeft de geheime onderhandelingen van private lobbyisten voor een ‘vrijwillige’ herstructurering van de schulden verwarrend genoeg laten overlappen met de relaties tussen de Griekse autoriteiten en die van de EU.

Ook over de kwestie van het faillissement van Griekenland ontstond de nodige verwarring. Aanvankelijk heeft men dit volledig willen omzeilen, zonder daarbij rekening te houden met het feit dat de markten, door hogere rentes te vragen, al lieten zien dat ze dit voorzagen. Hoe dan ook moest worden voorkomen dat de paniek zou overslaan naar schuldenposities van andere landen.

Maar door het volledig uitsluiten van het idee van een faillissement worden er feitelijk garanties voor reddingsoperaties afgegeven die niemand wilde afgeven, zodat besmetting uiteindelijk toch niet kon worden voorkomen.

Vervolgens gaf men de voorkeur aan onderhandelingen met private schuldeisers tegen de achtergrond van een verklaring van een gedeeltelijke en vrijwillige kwijtschelding, die zou moeten garanderen, ook al was niet helemaal duidelijk op basis waarvan, dat dit absoluut een uitzonderlijke maatregel zou zijn.

In de tussentijd is er ernstig geknoeid met de boekhoudregels voor het opnemen van staatsschulden in de balans van banken: er zijn zeer lakse stresstests doorgevoerd, waarbij bijna alle staatsobligaties werden beschouwd als niet devalueerbaar, met als verplichting om ze te waarderen tegen de door de markt opgelegde afbraakprijzen.

Hierna wist niemand meer of het werkelijke probleem nu de solvabiliteit van de Griekse regering was of die van de schuldeisende banken.

Verwarring tussen de begrippen faillissement en euro-exit

Er is niet verder nagedacht over het idee om vaart te zetten achter het accepteren van een geldige procedure voor iedereen. Dan had er op overzichtelijke en rechtvaardige wijze opnieuw kunnen worden onderhandeld over de overheidsschuld, voordat die onverwijld onhoudbaar werd – dat wil zeggen voordat de vicieuze cirkel tussen de schuldenlast en de daaruit voortvloeiende stijging van de rente ging versnellen –, om zo paniek en besmetting te voorkomen.

Er werd zelfs beweerd dat een dergelijke procedure de risico's op besmetting alleen maar zou vergroten. Toch kon het uitblijven van zo’n procedure niet verhinderen dat er, nadat het Griekse hoofdpijndossier op de een of andere manier was opgelost, een nieuw probleem opdook, namelijk Portugal.

Daar komt dan de verwarring tussen de begrippen faillissement en een exit uit de euro nog bij, waaraan vele economen zich overigens nog meer schuldig maken dan de Europese autoriteiten. Daar waar een beheerst faillissement tot een werkelijke verlaging van de schuldenlast van een land leidt, zou het uitstappen uit de euro ongecontroleerde devaluaties tot gevolg hebben, die direct zouden worden geneutraliseerd door de inflatie en de marginalisatie van het land door de internationale markten.

Als er uitdrukkelijk en bij herhaling wordt beweerd dat de eurozone te heterogeen is en dat Griekenland er geen deel van uit zou moeten maken, doen we er goed aan eens na te denken over de vraag hoe deze gebeurtenissen zich zouden hebben ontwikkeld als de Europese Unie al deze wanorde en verwarring wel had weten te voorkomen.