Op 2 december heeft de Europese Unie een rapport gepresenteerd waarin de Amerikaanse beloften voor de reductie van de CO2-uitstoot officieel zijn vastgelegd. De toezegging die Barack Obama heeft gedaan is volgens Brussel gigantisch vergeleken met de cijfers van 2005 (-17%), maar naast de Europese parameters – dat wil zeggen die van 1990 – is dit slechts een druppel op een gloeiende plaat. Voor de Europese Unie, die een reductie van ten minste 20% eist, is het zo klaar als een klontje dat Washington alle zeilen bij moet zetten.

En Brussel is niet de enige met die constatering. Ook op 2 december heeft India aangekondigd dat het denkt dat het mogelijk is om zijn ‘koolstofintensiteit’ – de uitstoot van broeikasgas per eenheid bruto binnenlands product – in 2020 met 24% te laten afnemen vergeleken met de cijfers van 2005. Brussel heeft al gezegd dat de beloften van de Chinezen, die hebben toegezegd twee keer zoveel als India te willen doen, in termen van koolstofintensiteit “peanuts” zijn. Een andere grafiek die binnen de Europese Commissie circuleert laat een nog groter doemscenario zien: als we met de handen in de zakken blijven zitten, zal de uitstoot van CO2 in de ontwikkelingslanden in 2020 twee keer zo hoog liggen als vandaag, en in ieder geval zelfs hoger dan de uitstoot van de ontwikkelde landen.

De doelstellingen van Brussel laten niets aan duidelijkheid te wensen over. De klimaatconferentie in Kopenhagen moet iedereen aan het verstand brengen dat broeikasgassen over 10 jaar hun maximum bereikt moeten hebben en dat de uitstoot in 2020 met 50% moet zijn teruggebracht ten opzichte van de cijfers van 1990. Dit is een heet hangijzer, want China, India, Brazilië en Zuid-Afrika hebben de Europese Unie in een gemeenschappelijk document al laten weten zich niet in deze doelstellingen te kunnen vinden. Bovendien weigeren zij de verhoging van de opwarming van de aarde tot maximaal 2°C te beperken ten opzichte van de niveaus van de pre-industriële landen. We zijn dus nog ver – om niet te zeggen mijlenver – verwijderd van een akkoord dat de goedkeuring van de milieubewegingen kan wegdragen.

Niet slechts een bevestiging van het Kyoto-protocol

De Commissie geeft toe dat het “onwaarschijnlijk is dat er een volwaardig akkoord over een voor alle landen dwingend verdrag tot stand komt.” We moeten ons daarom concentreren op vier punten: een gemeenschappelijke visie vinden met betrekking tot de drempel van de 2°C; het toewerken naar toezeggingen voor het terugbrengen van de uitstoot die ambitieus en compatibel zijn; een begroting opstellen die snel in de praktijk kan worden gebracht en erop blijven hameren dat er een wettekst moet komen die de partijen daadwerkelijk bindt en halverwege 2010 klaar zou moeten zijn, vóór de conferentie die dan in Bonn is gepland. Dit alles met de kanttekening dat “de uitkomst niet slechts een bevestiging van het Protocol van Kyoto kan zijn”, alleen al omdat “Washington dit niet zal ondertekenen.” Uit Australië komt een ander geluid: de Senaat heeft het plan voor het terugbrengen van de CO2-uitstoot van de Labourregering voor de tweede maal op de lange baan geschoven. De premier, Kevin Rudd, komt met lege handen in Kopenhagen en loopt het risico om vervroegde verkiezingen aan zijn broek te krijgen.

Ook Italië heeft geen haast. Het ministerie van Milieu heeft laten weten dat het liever 12 maanden lang werkt aan het opstellen van een akkoord voor de klimaatconferentie in Mexico in december 2010. Maar het WWF (Wereld Natuur Fonds) zou graag zien dat Italië en de rest van de wereld er meer vaart achter zouden zetten, want volgens deze organisatie heeft de planeet de grenzen voor de uitstoot van CO2 reeds met 40% overschreden ten opzichte van de cijfers van 1990, het referentiejaar van het Protocol van Kyoto. Er is geen tijd meer te verliezen waarschuwt het WWF: “We zijn verzand in moeizame onderhandelingen en het enige wat de situatie nog in beweging zou kunnen brengen is de publieke opinie.”