Het verenigde Europa is een ‘UPO’ (Unidentified Political Object), zei Jacques Delors, een van de initiatiefnemers van de Europese eenheidsmunt, in de jaren negentig. Hij beschreef een Europa dat verstrikt was geraakt in onzekerheid over de te volgen integratiemethode: hetzij via eenwording van de markten, hetzij via de totstandbrenging van een politieke unie met het oog op een toekomstige federatie. De huidige situatie is het gevolg van deze twijfel en van de keuze die de Unie heeft gemaakt.

Europa richtte zich volledig op de markt en beschouwde deze vorm van integratie als toereikend. Men liet zich meeslepen door de illusie dat de communautaire markt zou bewerkstelligen waartoe de Europese politici niet bereid waren: het creëren van een politieke unie door middel van economische banden. Men hoedde zich er wel voor solide politieke instituties in het leven te roepen. Het wekt dan ook geen verbazing dat de Unie politiek erg kwetsbaar bleek te zijn toen de crisis uitbrak. Zij wordt nu vertrapt door de markten die geacht werden de Europese integratie te bevorderen.

De Unie reageert alleen op directe problemen

De zwakte van de EU is dat zij de markt voorrang geeft boven de politiek. Daardoor staat zij niet alleen machteloos tegenover de crisis, maar mist zij vooral ook het vermogen zich over de toekomst te bezinnen. Is politiek niet een manier om de toekomst te beheersen? Op dit moment bestaat er geen enkele veelbelovende toekomstvisie voor Europa. Dat ligt niet aan de crisis. De EU is er altijd erg goed in geweest het vraagstuk van de eigen transformatie te omzeilen. Wat heeft het voor zin iets te veranderen wat niet zo slecht functioneert, vooral wanneer de economische groei een waarborg voor de stabiliteit van Europa vormt? Het leek dat de tijd stilstond en dat men hem onder controle had. Waarom zou je lijnen uitstippelen voor de toekomst, die immers niet meer dan een verlengstuk van het heden vormt?

En toch is degene die denkt de loop der gebeurtenissen te beheersen, er soms als eerste slachtoffer van. Dat is een welbekende les uit de geschiedenis, die de Europese leiders echter nog altijd niet afdoende hebben geleerd. Tenminste, als we kijken naar de manier waarop de Unie de crisis bestrijdt waarbij zich geleidelijk het scenario van een politieke catastrofe ontvouwt.

De Unie reageert slechts op directe problemen en dan ook nog zonder enige daadkracht. Zij hoedt zich ervoor een stap vooruit te zetten, al was het maar om te laten zien dat de belangrijkste Europese leiders de Unie nog altijd als één enkele entiteit beschouwen. Tegenwoordig zijn we getuige van een tegenovergestelde beweging, die van het uiteenvallen van de Unie in een club van sterkste landen en een club van zwakste landen, oftewel in een club van het centrum en een club van de periferie.

Uiteraard willen de Europese politici een dergelijke ineenstorting niet. Ze weten maar al te goed dat dit vanuit beschavingsoogpunt een ramp zou betekenen. Maar ze slagen er niet in af te stappen van hun gebruikelijke handelwijze, die zij niettemin als achterhaald beschouwen. Natuurlijk zeggen ze dat ze de markten tot bedaren willen brengen, maar wel zodanig dat de geldende mechanismen onaangeroerd blijven en dat de markten na de crisis opnieuw de plaats gaan innemen van de politiek en de politieke integratie.

Kloof tussen leiders en burgers steeds groter

Het grote probleem in onze Europese samenlevingen is dat de politieke leiders steeds minder regeren en een grote leegte achterlaten omdat de oude manier van macht uitoefenen niet is ingeruild voor een nieuwe aanpak. Wij leven in een versnipperde en geïndividualiseerde democratie en de leiders doen hun best om de even chaotische en versnipperde aspiraties van de burgers te ontcijferen. Het wordt dus moeilijk duidelijk vast te stellen welke doelen een gemeenschap van burgers wil nastreven.

Terwijl de kloof tussen leiders en burgers gevoelsmatig steeds groter wordt, raken de politieke leiders de greep op de macht en de politiek kwijt, zonder dat die overigens in de handen van de burgers terechtkomen. Deze tendens is in de Unie prominent zichtbaar. Zij is haar oude idealen kwijtgeraakt en een land zonder toekomst geworden. Maar nog erger is dat zij voor veel burgers is ontaard in een land van gebroken beloften.

Met een dramatisch stijgende werkloosheid, vooral onder jongeren, kan de Europese Unie niet langer een fatsoenlijk en stabiel leven garanderen. De Europese verzorgingsstaat, een van de traditionele pijlers van de democratie, wordt geleidelijk of soms zelfs in een handomdraai ontmanteld. De groeiende ongelijkheid wakkert de woede aan. De angst voor armoede en sociale achteruitgang grijpt zelfs om zich heen in samenlevingen die relatief weinig last van de crisis hebben.

Terug naar de bron

Vandaag de dag heeft niemand ook maar een idee over hoe we ongeschonden uit deze situatie kunnen komen. De beste methode is om terug te gaan naar de bron, naar de Unie zelf. Het verenigde Europa was vanaf het begin het politieke project van de eenwording van het continent. Een project met als doel een federatie van staten te verwezenlijken. Europa is vanuit een toekomstvisie door de afzonderlijke landen gerealiseerd, zegt de filosoof Marcel Gauchet.

Wat ons rest, is een federatie van staten tot stand te brengen. Hierbij moet een groot deel van de macht, onder toezicht van de natiestaten, worden overgedragen aan de EU. Deze ingrijpende verandering in de relatie met de Unie, die zich momenteel aan elke controle van de volken onttrekt, is van cruciaal belang. Het verenigde Europa is ontsproten uit de wil van de volken, maar ons continent heeft zich van hen afgekeerd. Europa kan alleen overleven als het de volken weer in zijn armen sluit.

Het gaat er op dit moment niet alleen om de economische groei te redden, maar ook – of liever – vooral om de democratie binnen de Unie te redden. De Europese burgers zijn de enigen die dat kunnen bewerkstelligen en ze zullen dat doen als ze ervan overtuigd zijn dat het de moeite waard is. Met andere woorden, als we hun een toekomst en een rechtvaardige politiek in het vooruitzicht stellen.