8 februari. Op de operatietafel van een ziekenhuis in Homs, de Syrische stad die door de legereenheden van president Assad wordt belegerd, ligt een jongetje van twee jaar. Hij is dood. Het huis waar hij met zijn ouders woonden werd getroffen door een granaat van de regeringstroepen. "Waar wacht de VN nog op? Tot alle kinderen en vrouwen van de stad zijn overleden?" Het zijn schokkende beelden met commentaar van Danny Abdul Dayem, een Brit van Syrische afkomst die actie voert tegen Assad, op video vastgelegd en verspreid via YouTube.

"Overal op straat liggen lijken en lichaamsdelen verspreid. Waarom helpt niemand ons? Waar blijft de menselijkheid in de wereld? En waar in hemelsnaam blijft de VN?", vraagt hij wanhopig De regeringstroepen van de Syrische president Bashar al-Assad drukken nu al 11 maanden op bijzonder efficiënte wijze demonstraties van burgers de kop in. Er zijn al meer dan vijfduizend burgerslachtoffers gevallen. Toch hebben Rusland en China onlangs nog een resolutie van de VN-Veiligheidsraad tegengehouden, waarin een onmiddellijk staken van de gewelddadigheden werd geëist.

Publieke opinie verdeeld in twee kampen

De internationale publieke opinie lijkt steeds meer verdeeld te raken in twee kampen. Enerzijds zijn er de voorstanders van een internationale interventie volgens de Verklaring over verantwoordelijkheid om te beschermen ('responsability to protect', R2P), die de algemene vergadering van de VN in 2005 aannam. Deze verklaring geeft de internationale gemeenschap het recht om op vreedzame wijze of met militaire middelen te interveniëren als de regering van een staat onder het mom van nationale soevereiniteit misdaden tegen de menselijkheid begaat. In het geval van Syrië betekent dit dat de Arabische Liga en Turkije met steun van de NAVO een bufferzone zou kunnen vormen die bevrijd blijft van regeringstroepen, om de opstandelingen te beschermen.

Daar staat een groep behoudende mensen tegenover. Zij voeren aan dat Syrië niet Libië is en dat de lokale omstandigheden die het succes van de NAVO-operaties in Libië mogelijk hebben gemaakt, in Syrië ontbreken. De Syrische oppositie is veel zwakker en meer gefragmenteerd. Er zijn geen strikte ‘grenzen’ tussen de twee kampen die zouden kunnen worden beveiligd door de luchtmacht, zoals dat in Benghazi is gebeurd. Het feit dat de executies in Syrië zich voltrekken in dichtbevolkte, stedelijke gebieden, maakt de zaak nog ingewikkelder.

Inmenging Duitsland zou de verrassing van het jaar zijn

Maar wie in het Westen kan er dan nog toe worden verleid een nieuw interventie in de Arabische wereld te steunen? Ten tijde van de opstand in Libië leek een debat over de ineenstorting van de euro nog sciencefiction. Intussen is dat behoorlijk realistisch gebleken. Daarnaast is het niet erg aannemelijk dat de presidenten van de Verenigde Staten en Frankrijk in een verkiezingsjaar en met kwetsbare nationale economieën evenveel enthousiasme zullen tonen. Bovendien is het innige Frans-Britse pact na de apocalyptische Europese top van december kennelijk uiteengevallen nadat de 'Londense City', onder druk van de Franse bondgenoot, zich gedwongen zag de weg naar nauwere samenwerking te verlaten. Zou Duitsland de roeping tot interventie al hebben teruggevonden? Dat zou absoluut de verrassing van het jaar zijn.

De afgelopen maanden heeft Rusland de belangen van het regime van president Assad in de wereld het felst verdedigd. “Misschien omdat de enige militaire marinebasis van Rusland buiten het voormalig Sovjetrijk in het Syrische Tartous is gelegen”, zegt Dmitry Gorenburg van het Davis Center van Harvard. Een Russisch bruggenhoofd in het Midden-Oosten, dat is van wezenlijk belang voor de bevoorrading van de Russische schepen die door de Middellandse Zee varen. De schendingen van de mensenrechten hebben Rusland geenszins ontmoedigd om wapens te blijven leveren aan Syrië: in 2010 kocht Damascus bijna zes procent van het totaal aan Russische wapenverkopen. De investeringen van Russische bedrijven in de winning van aardgas in Syrië bedragen bijna 20 miljard dollar.

Tot slot zou een Syrisch vonkje een heel regionaal kruitvat kunnen aansteken, waarmee de burgeroorlog naar Libië, Jordanië en Irak zou worden geëxporteerd. En de herinnering aan Irak is sterk genoeg om Amerikanen ervan te weerhouden aan een nieuw avontuur in het Midden-Oosten te beginnen.