Dit najaar is er al meermalen tweespalt gezaaid tussen Zweden en Israël. Het begon met een opzienbarend artikel van de Zweedse journalist en schrijver Donald Boström in Aftonbladet, naar aanleiding van een vermeende handel in organen van Palestijnen die door Israël zou zijn opgezet. De beschuldiging sneed weliswaar geen hout en was uiterst ongepast, maar het feit dat Israël heeft getracht deze te gebruiken voor zijn buitenlands beleid is net zozeer een teken van een totaal gebrek aan gezond verstand van de Joodse staat, die blijkbaar geen maat weet te houden.

Vervolgens heeft Carl Bildt, de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken, olie op het vuur gegooid door zich achter het rapport-Goldstone te scharen over de oorlogsmisdaden die vorige winter tijdens de gevechten in Gaza zijn begaan. De Israëlische staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken, Danny Ayalon, heeft dit zeer hoog opgenomen en heeft gedreigd de Israëlische ambassadeur in Zweden terug te roepen.

Geen enkel Europees land zwicht voor de lobbycampagne van Israël

De afgelopen weken is er een derde crisis ontstaan in de Zweeds-Israëlische betrekkingen: Israël beschuldigt Carl Bildt ervan de Europese Unie een nieuw beleid ten aanzien van Jeruzalem te willen opleggen. Feitelijk gezien is deze beschuldiging niet ongegrond. Europa heeft namelijk tijdens het Zweedse voorzitterschap van de Europese Unie voor het eerst hardop verklaard dat Jeruzalem de hoofdstad van beide staten zou moeten worden. En aangezien geen enkel Europees land zwicht voor de intensieve lobbycampagne die Israël voert, zal dit verzoek tijdens de vergadering van de ministers van Buitenlandse Zaken in Brussel op 8 december opnieuw worden besproken.

Van alle geschilpunten tussen Carl Bildt en zijn Israëlische tegenstanders legt dit het grootste gewicht in de schaal. De tweestatenoplossing hangt af van Jeruzalem. De situatie is Oost-Jeruzalem wordt steeds kritieker. Israël denkt dat het nieuwe beleid van de Europese Unie een voorbode is van ophanden zijnde onderhandelingen. Maar in werkelijkheid zijn het de Israëliërs die op de zaken vooruitlopen. Sinds de bezetting van Oost-Jeruzalem in 1967 en de annexatie die daarop in 1980 volgde, heeft het land er alles aan gedaan om het imago van Jeruzalem als 'eeuwige en ondeelbare hoofdstad van Israël' te doen beklijven.

Steeds meer Israëliërs, al dan niet deel uitmakend van het establishment, zien in dat dit standpunt geen zoden aan de dijk zet en dat hun staat er niet aan ontkomt de stad te splitsen. Maar zolang er geen vredesakkoord in zicht is, duurt de insluiting van Oost-Jeruzalem voort.

Europa moet een ferme toon aanslaan

Daarom moet de rest van de wereld zijn afkeuring uitspreken. Zolang rechts aan de macht is in Israël en de Palestijnen verdeeld blijven, zijn er geen nieuwe onderhandelingen nodig, want die blijven slechts gezichtsbedrog. Nee, de rest van de wereld moet zich luid en duidelijk uitspreken over de kwestie-Jeruzalem. Israël mag de bouw van nieuwe nederzettingen dan wel hebben opgeschort, maar dat is een wassen neus zolang er in het belangrijkste gebied wordt doorgebouwd.

De Europese Unie moet haar jaarlijkse rapporten, die door de Europese consulaten in Israël worden opgesteld en waarin verslag wordt gedaan van de alarmerende situatie in Oost-Jeruzalem, openbaar maken en de stilte verbreken. Als Carl Bildt erin slaagt de Europese landen ervan te overtuigen dat zij een ferme toon moeten aanslaan voor een opdeling van Jeruzalem, heeft hij als minister van Buitenlandse Zaken zijn belangrijkste bijdrage geleverd.