**Wellicht bent u de Griekse crisis al een beetje beu, en dat zijn ook de belangrijke Europese politici. U denkt zonder twijfel dat de Griekse problemen van financiële aard zijn: weinig competitief, enorme schuld en tekorten, contraproductieve openbare sector. U hebt gelijk, maar ze zijn slechts het topje van de ijsberg.

De kern van het probleem is ten eerste de wetteloosheid en de slecht functionerende justitie, en ten tweede het bestaan van een cliëntelistisch systeem gebaseerd op politieke gunsten, dienstbetoon, corruptie en een monsterlijke bureaucratische machine die alleen de eigen belangen dient, het ondernemerschap verplettert en de Griekse burger teistert. Het bestaan van die twee problemen vertraagt de vooruitgang op financieel vlak.

Het was van bij de start van de Griekse crisis duidelijk dat de Griekse politieke klasse zou blijven strijden om dat cliëntelistische systeem in stand te houden, waarbij het cliëntèle zich bevindt in de openbare sector, de vakbonden en de voornamelijk door de staat gefinancierde privésector. Het sociale contract dat al 35 jaar (en langer) van kracht is in Griekenland gaat er vanuit dat de burger stemt op een bepaalde partij en in ruil een overheidsbaan krijgt (voor de kleine vissen) of een te hoog geprijsd overheidscontract (voor de grote vissen).**

Geen enkele politicus werd ooit aangeklaagd

**Het systeem is gebouwd op een onbestaande aansprakelijkheid van politici en een zwakke justitie. De mogelijkheid om politici te vervolgen wordt sterk beperkt door de Griekse grondwet (schaamteloos, zelfs gretig, omarmd door de twee grootste politieke partijen). Het gevolg is dat geen enkele Griekse politicus ooit aangeklaagd werd, zelfs niet in ophefmakende dossiers zoals de Siemensaffaire en de Vatopaidi-affaire.

Theodoros Tsoukatos, een dichte medewerker van ex-premier Kostas Simitis in de jaren negentig, gaf in september 2010 in het Griekse parlement toe dat hij in 1999 1 miljoen Duitse mark smeergeld had ontvangen van het Duitse bedrijf en aan zijn partij PASOK had gegeven. Volgens Tsoukatos aanvaarden alle grote Griekse politieke partijen smeergeld van privébedrijven. De 1 miljoen mark werd nooit getraceerd en de boekhouding van de partij werd nooit onderzocht. In Duitsland zelf werd een aantal managers van Siemens vervolgd, maar niet in Griekenland.

In 2008 barstte de Vatopaidi-affaire los. De affaire draaide rond de ruil van hoogwaardige staatsgrond tegen minderwaardig land dat eigendom was van een klooster. De overeenkomst kostte de staat naar schatting 100 miljoen euro. In 2010 besliste het Griekse parlement dat vijf voormalige ministers terecht moesten staan, maar de vermeende misdrijven werden al in 2009 geseponeerd.

De affaires bevestigden het al wijdverspreide geloof dat er wetteloosheid heerst in Griekenland. Zelfs bij gewone rechtszaken moet je tot vijf jaar wachten op een eerste proces, nog eens drie jaar op de zitting in beroep en nog eens drie jaar op een ultieme behandeling door het hooggerechtshof. Dat is geen justitie, maar de ontkenning van justitie. En dat is de reden waarom Griekenland niet functioneert als een democratische staat maar als een bananenrepubliek uit de Balkan.**

Na twee jaar inertie dringt EU aan op hervormen

**Na het eerste reddingspakket voor Griekenland in 2010 hoopte ik dat het economisch aanpassingsprogramma en het strikte toezicht van de Europese Commissie en onze partners uit de eurozone een einde zouden maken aan het cliëntelistische systeem en de bureaucratische machine.

Op dit moment zijn er drie strijdende partijen in Griekenland. Ten eerste zijn er de politici en hun bondgenoten in de openbare- en privésector, die bedreigd worden door de instorting van het systeem en daarom weigeren de noodzakelijke structurele hervormingen effectief door te voeren. Ten tweede zijn er de mensen die de toestand beu zijn en veranderingen willen, maar geen politieke vertegenwoordiging hebben. En ten slotte zijn er onze Europese partners, die tot nog toe geen kant hebben gekozen maar precies daardoor steun geven aan de sterken.

De Europese Commissie benadrukt terecht dat het hervormingsprogramma de Griekse autoriteiten toekomt. Bovendien is er de vraag hoe ver Europa kan gaan in de beperking van de nationale soevereiniteit, een cruciale vraag in de uitbouw van een economisch bestuur voor de eurozone.

Pas nu, na twee jaar inertie, beginnen onze Europese partners aan te dringen op echte hervormingen en op een substantiële vermindering van de staatsuitgaven. Maar ondertussen heeft een half miljoen mensen (allen in de privésector) zijn baan verloren, terwijl de openbare sector nog precies even groot en obstructief is als vroeger. Wat die rechtspraak betreft, is het aan ons, Grieken, om die te eisen.**