Financiële wetgeving: Finance Watch in strijd tegen machtige bankiers

23 februari 2012 – Der Tagesspiegel (Berlijn)

De financiële lobby in Brussel lijkt oppermachtig. Sinds de val van Lehman in 2008 wordt elke poging tot hervorming van de financiële markten in Europa gedwarsboomd. Daar moet nu verandering in komen. Europa heeft een antilobby in de arm genomen: Finance Watch.

\

Joost Mulder kent alle trucs. Vijf jaar lang bewerkte de slimme Nederlander in opdracht van financiële instellingen het Brusselse wetgevingsapparaat. Van het politieke spel in het web van EU-Commissie, Europees Parlement en ministerraden van de 27 regeringen maakte hij zijn beroep. Joost Mulder (31) spreekt vier talen, kent iedereen en beweegt zich soepel over de Brusselse politieke bazaar, kortom een voorbeeldig lobbyist.

De ene keer slaagde hij er samen met zijn collega’s in wetsontwerpen in de kiem te smoren. Een andere keer wist hij verordeningen die gevoelig lagen al in het eerste conceptstadium los te peuteren bij ambtenaren van de EU-centrale, om zo tijdig een stroom bezwaren van een flink aantal ogenschijnlijk onafhankelijke bronnen te organiseren. En wanneer het onmogelijk bleek om een onwelgevallige paragraaf via de EU-Commissie of het Europees Parlement te laten schrappen, dan was het zaak om een minderheidsblokkade in de Europese Raad op touw te zetten.

“Betaal mij een honorarium van tienduizend euro en ik zorg ervoor dat uw positie in de ministerraad onderwerp van gesprek wordt, dat beloven lobbyisten hun klanten graag", beweert Mulder. Maar daar moet nu verandering in komen. Mulder is namelijk overgestapt naar het andere kamp. Toen financiële lobbyisten het vorig jaar presteerden om “afzonderlijke regeringen te chanteren onder dreiging van het weghalen van kapitaal en het verlies van banen, was voor mij de maat vol", vertelt hij. Tegenwoordig prijkt op zijn visitekaartje als PR-hoofd van Finance Watch de slogan ‘Making finance serve the society’ (‘De financiële sector in dienst stellen van de samenleving’).

Opnemen tegen de machtige lobby

Ook hier is hij aangenomen om lobbywerk te verrichten. Alleen doet hij dat nu voor een in de Brusselse politieke arena uniek bedrijf. Bij Finance Watch nemen ervaren financiële specialisten het op tegen de machtige lobby in hun sector, in een poging de financiële sector te laten terugkeren naar zijn feitelijke doel: het leveren van financiële diensten voor productieve doeleinden.

Het gaat om een niet eerder vertoond experiment. Deze nieuwe lobbygroep, die de financiële markten aan banden moet leggen, werd formeel benoemd, en wel door de wetgevers zelf.

Uitgangspunt daarvoor was een fenomeen dat pas bij het uitbreken van de financiële crisis in de herfst van 2008 duidelijk zichtbaar werd: voor de verwerking van de oorzaken van de crisis bleken geen ervaren deskundigen beschikbaar die volledig onafhankelijk van de financiële sector werkten. Op alle niveaus werd de toon aangegeven door bankiers, fondsmanagers of door hen gefinancierde experts.

Tegelijkertijd bleek dat de EU-Commissie en het daartoe behorende Directoraat-Generaal Interne Markt compleet geïnfiltreerd waren door de financiële sector. Het ‘Corporate Europe Observatory’ (CEO) ontdekte hoe ver die infiltratie ging. In het najaar van 2009 publiceerden ze een rapport over de ‘Captive Commission’ (‘De gekooide commissie’), waarin ze beschreven hoe de toenmalige eurocommissaris Charlie McCreevy de wetgeving de facto had uitbesteed aan belanghebbende bedrijven. Half Europa viel over de eenzijdig geïnformeerde EU-instantie heen, maar dat leidde niet tot concrete gevolgen.

Ongebruikelijk initiatief van Canfin en Giegold

Tegen deze achtergrond kwamen de Franse Europarlementariër Pascal Canfin van de Groenen en zijn Duitse collega Sven Giegold in juni 2010 met een ongebruikelijk initiatief. Ze stelden een "oproep voor Finance Watch” op en wisten binnen enkele dagen steun te verkrijgen van 22 leden van de economische commissie, afkomstig van alle fracties. Ze waren op zoek naar drijvende krachten met financiële kennis en kwamen uit bij Thierry Philipponnat.

In 2006 gaf Philipponnat met zijn twintig jaar ervaring als bankier en beursmanager zijn goed betaalde baan op en begon helemaal opnieuw. Aanvankelijk verleende hij microkredieten aan arme landen, later werkte hij voor Amnesty International.

De Europarlementariërs betaalden Philipponnat zes maanden uit eigen zak voor het voorbereidende werk en dat leverde resultaten op. Maandenlang reisde hij onvermoeibaar door zeven EU-landen en wist 38 organisaties, van Oxfam tot en met de Europese Vakverbond, over te halen om mee te werken aan de oprichting. Bovendien wist hij ongeveer een half miljoen euro startkapitaal te werven bij particuliere stichtingen. Tegelijkertijd drong het Europees Parlement aan op financiering uit EU-budget. Dit jaar is daarvoor inderdaad een bedrag van 1,25 miljoen euro gereserveerd en de nieuwe eurocommissaris voor de Interne Markt, Michel Barnier, gaf aan dat het grootste deel daarvan aan Finance Watch diende te worden toegekend.

De valkuil van de details

Zes maanden na de oprichtingsbijeenkomst is Philipponnat nu ‘Secretaris-Generaal’ van een agentschap van experts en lobbyisten. Hij werd benoemd door het Europees Parlement, wordt gefinancierd door de belastingbetaler en gesteund door organisaties met een achterban van in totaal honderd miljoen leden.

Maar is het sop de kool wel waard? Kan zo’n bescheiden groep eigenlijk iets bereiken in de strijd tegen het monster van de georganiseerde financiële lobby? Alleen al in Brussel hebben banken en andere financiële instituten zo’n zevenhonderd professionals in stelling gebracht om de wetgeving in de gewenste richting te duwen. Hun invloed reikt ver.

Vorig jaar bleek in de strijd om de handel in ongedekte swaps op het kredietrisico van staatsobligaties, de ‘naked credit default swaps‘ (CDS), al hoe netelig die taak is. Met deze instrumenten kunnen hedgefondsen speculeren op de kredietwaardigheid van landen, zonder daarvoor veel geld te hoeven inzetten. Aangezien de koersen van deze CDS als maat gelden voor het risico van wanbetaling, kunnen ze een eventuele staatsschuldencrisis aanzienlijk verergeren of zelfs ontketenen. Vandaar dat het Europees Parlement in maart 2011 een volledig verbod op deze handel eiste. Prompt kwam er protest van bonden van hedgefondsen en banken. Ze pasten een strategie toe die Philipponnat de “valkuil van de details” noemt. De Europarlementariërs zouden de mechanismen van deze handel niet hebben begrepen, liet de lobby in een artikel in de Britse krant Financial Times weten. Als het verbod daadwerkelijk in werking zou treden, zou dit "de markt voor staatsobligaties minder liquide maken en uiteindelijk de kosten voor de kredietnemer verhogen" – een argument dat door een leek nauwelijks te weerleggen viel.

Opperlobbyist Mulder slaapt nu beter

Het kostte marktkenner Philipponnat echter weinig moeite de misleiding te ontdekken. In zijn rapport legde hij de feitelijke samenhang uit en daar scoorde hij mee. Zo goed zelfs dat de eurocommissaris in kwestie zich de argumentatie van Philipponnat eigen maakte en het plenaire Europees Parlement het verbod handhaafde. Maar toen er in oktober in de raad van ministers van Financiën over dit verbod moest worden gestemd, drong een aantal ministers er ineens op aan om uitzonderingen op te nemen. “Dat was overduidelijk het resultaat van goed lobbywerk", zegt Mulder vol respect over zijn vroegere collega's. Er zit “een flink gat” in de wet.

Opperlobbyist Mulder heeft er desondanks alle vertrouwen in. “Feitelijk doe ik hetzelfde werk als vroeger", zegt hij, "maar ik slaap nu wel beter."

Vertaald uit het Duits door Elsowina Ruitenberg

Factual or translation error? Tell us.