Na twee jaar van immense inspanningen en uitgaven is de situatie van Griekenland, Portugal en enkele andere perifere staten op het gebied van export, belastinginning en concurrentie alleen maar verslechterd.

Er zijn niet veel mogelijkheden om uit deze impasse te raken. Ten eerste kunnen de onder schulden gebukt gaande staten de eenheidsmunt niet afschaffen, want dat zou een slag betekenen voor de schuldeisers die in euro's willen worden terugbetaald. Bovendien zouden deze landen er dan niet in slagen hun bedrijven normaal te laten functioneren, omdat er geen euro's in omloop zijn en zij ze zelf niet mogen uitgeven.

Er blijven dus maar twee oplossingen over: langlopende leningen in euro’s aanvragen bij het IMF en de EU of parallel een nationale munt (drachme, escudo) invoeren, die men zo nodig zelf kan drukken.

Tevredenheid exportlanden en interne stabiliteit

De eerste optie (die momenteel als de meest waarschijnlijke wordt beschouwd) zal slechts werken als de 'verstandige' exportlanden van de EU (Duitsland, Nederland en Luxemburg) voortdurend bereid zijn geld aan perifere staten over te maken.

Het is echter mogelijk dat deze staten onvoldoende gemotiveerd zijn om de situatie te verbeteren.

De andere optie is parallel aan de euro een nationale munt in omloop brengen. De schuldeisers zouden daar baat bij hebben, want de debiteuren kunnen hun schulden dan gemakkelijker in euro's terugbetalen. De eenheidsmunt zal het land namelijk binnenkomen via de export en Europese subsidies. Voor de interne behoeften van het land wordt de nationale munt gehanteerd.

Deze oplossing zorgt tevens voor interne stabiliteit omdat de lonen van docenten, brandweerpersoneel of artsen worden uitbetaald in nationale valuta, die waar nodig kan worden bijgedrukt. De wisselkoers tussen de euro en de nationale munt zal flexibel zijn, wat zeer waarschijnlijk zal leiden tot een daling van de koopkracht en de reële lonen met ongeveer 20 procent per jaar.

De Grieken en Portugezen zouden daar niet gelukkig van worden, maar daar gaat het op dit moment niet om. Het is nu vooral belangrijk dat de Zuid-Europeanen, ontevreden en hongerig als ze zijn, besluiten aan het werk te gaan voor een salaris dat ze tot op heden als ontoereikend beschouwden. Voor ons zit de echte meerwaarde in het feit dat we onze euro's niet in het Europese noodfonds hoeven te storten en kunnen voorkomen dat de euro devalueert doordat we hem continu bijdrukken.

Binnen enkele jaren werd Estland een zeer aantrekkelijk land

Heeft dit model zich ooit al eens in de praktijk bewezen? We kunnen onze ervaring eind jaren tachtig en begin jaren negentig als voorbeeld nemen. Toen hadden we, voordat de kroon [in 1992, red.] zijn intrede deed, naast de roebel [de munt die gebruikt werd toen Estland deel uitmaakte van de Sovjet-Unie, red.] nog de dollar en de Duitse mark.

Juist in die tijd vond er in de samenleving een herverdeling van de beschikbare middelen en uitgaven plaats, onder invloed van de parallelle valuta's en de hoge inflatie. Voor een deel van de bevolking was dat even slikken, maar de scholen en ziekenhuizen waren wel open, niemand stak auto's in brand en er was een functionerend bestuur.

De economie paste zich snel aan, kreeg een meer competitieve inslag en ging zich sterker op de export richten. En binnen slechts enkele jaren werd Estland, in de ogen van buitenlandse investeerders, een van de aantrekkelijkste landen ter wereld.