Psst, ga maar gauw naar binnen!" fluistert de portier van elektrobar 4 Elements aan de Place de la République in Parijs. Hij legt zijn vinger op de lippen en wijst waarschuwend naar boven. In het appartement erboven zijn alle lichten gedoofd, dus stilte alstublieft! Parijs, zaterdagavond 23 uur. Je zou het liefst willen gillen *"**Let’s party!*" maar dat mag niet! Parijs was ooit het mekka voor het nachtleven in Europa, maar dreigt te verkommeren tot een slaapstad.

"Paris is burning all night long", zong de groep Ladyhawke afgelopen zomer nog, hoewel de collega’s van Mano Negra al in 2002 wisten hoe het er werkelijk aan toe ging in het Parijse nachtleven: "Tout est si calme qu’ca sent l’pourri, Paris va crever d’ennui!" ("Het is overal zo rustig, het riekt naar ondergang, Parijs gaat nog eens dood van verveling!").

Clubs als het legendarische La Loco werden gesloten

Als we Eric Labbé, de elektromuzikant van Myelectrickitchen, moeten geloven dan sterft het nachtleven in de Franse hoofdstad letterlijk een stille dood. De stilte is namelijk ingetreden nadat de afgelopen maanden een aantal clubs, waaronder het legendarische, maar failliete La Loco in de wijk Pigalle, werd gesloten. Ook concerten en festivals zijn steeds zeldzamer geworden, afgezien van de internationale mainstream artiesten, die er nog in slagen om de grote concertzalen vol te krijgen, zoals het Zénith aan de noordelijke stadsring. Een culturele tragedie in de geboorteplaats van het Fête de la Musique.

Maar zo eenvoudig laten de hoofdrolspelers van het nachtelijke amusement zich niet kisten. Eric Labbé heeft samen met een aantal andere artiesten de actie "Quand la ville meurt en silence" ("Als de stad een stille dood sterft") op touw gezet. Bijna 13.000 mensen hebben gevolg gegeven aan de oproep en binnen een maand een petitie ondertekend, gericht aan politici die verantwoordelijk zijn voor de stad en de cultuur, met als doel om het nachtleven aan de Seine van de ondergang te redden. In de petitie benadrukken ze de economische en culturele betekenis van amusement in de avonduren voor de hele regio en eisen directe actie van de politiek, het afzien van allerlei administratieve hindernissen en het beschikbaar stellen van ruimte voor culturele evenementen.

Populaire artiesten spelen tegenwoordig in Tokio, New York of Berlijn

De voorwaarden ter voorkoming van geluidsoverlast, de torenhoge huur voor aantrekkelijke locaties en tot overmaat van ramp het strikte rookverbod, dat in 2008 werd ingevoerd, zijn inderdaad een flinke rem op de amusementsindustrie gebleken. In principe kan elke Parijzenaar die het op de heupen krijgt de politie bellen om een klacht in te dienen wegens geluidsoverlast van de naastgelegen bar. De wettelijk vastgelegde bovengrens voor geluidsoverlast ligt volgens decreet nr. 98-1143 van 15 december 1998 op 105 decibel. Elk etablissement moet bovendien een onderzoek kunnen laten zien naar de gevolgen van geluidsoverlast in de omgeving, anders is het uit met de pret. Alleen al daarom doven steeds meer etablissementen hun lichten in de Lichtstad.

De buurtbewoners zijn weliswaar blij dat hun rust niet langer wordt verstoord, maar het verjaagde partyvolk is beledigd en trekt verder naar andere metropolen. De populaire muzikanten spelen tegenwoordig in New York, Tokio of Berlijn. De Duitse minimalistische DJ Phil Stumpf, zelf woonachtig in Parijs, klaagde in een interview met CaféBabel al over de problemen in de uitgaansscene in de stad en het ontbreken van een ‘underground’ cultuur. De burgemeester van Parijs, Bertrand Delanoë, zou zijn collega Klaus Wowereit van Berlijn eens moeten vragen waarom diens stad al een tijdje als mekka voor clubbezoekers geldt. Wowereit zou in dat geval waarschijnlijk vertellen dat er redelijke huren worden gevraagd en dat er talrijke kroegjes zijn zonder sluitingsuur. Bovendien zou hij zijn collega meenemen naar de 'Berghain', volgens het elektromagazine DJMag op dit moment "de beste technoclub" ter wereld. Delanoë zou in plaats daarvan gaan klagen over de sluiting van The Deep en over het einde van de hete nachten in Les Bains Douches, de twee clubs in Parijs die lange tijd erg populair waren in de homoscene.

Terwijl er in Berlijn nu dus jonge feestgangers uit de hele wereld op goedkoop gehuurde fabrieksetages hun voeten stuk dansen, verdringen de mensen zich in Parijs in de barretjes langs de Seine of ze bezoeken een van de weinige, veel te dure clubs, zoals het beroemde Rex. Daar betaal je wel 20 euro entree en stel dat ze slechte muziek draaien, dan kun je je met goed fatsoen nog niet eens bezatten, vanwege het ongehoorde bedrag van 6 euro dat je moet neertellen voor een biertje.

Nachtvlinders gaan niet verder dan de Boulevard Périphérique

Er gloort een sprankje hoop in de vorm van de lang verwachte heropening van café Flèche d'Or in het 20e arrondissement, die maandenlang gesloten bleef en langzaam maar zeker in verval dreigde te raken. Toch kan nog niemand vertellen of deze kroeg (de naam betekent "Gouden pijl") werkelijk zo'n gouden toekomst tegemoet gaat.

Toch zou het te gemakkelijk zijn om de schuld voor het verdwijnen van het nachtleven in de schoenen te schuiven van gehaaide vastgoedinvesteerders en op geld beluste uitbaters van clubs. De bereidheid van Parijzenaars om op zoek te gaan naar een nieuwe ‘underground scene’ kent zo zijn grenzen, en daarbij springt eentje er vooral uit: de Boulevard Périphérique is niet alleen stadsgrens. Aan de overzijde van de stadsring eindigt namelijk ook het jachtterrein van de meeste nachtvlinders.

Toch zouden voormalige industriegebieden of braakliggende terreinen de ideale voedingsbodem zijn voor een ‘urban lifestyle’. Het fenomeen Tecktonik is immers afkomstig uit de ‘Banlieue’. Deze dans-muziek-mode-beweging begon haar triomftocht in 2000 vanuit een voorstad van Parijs en veroverde van daaruit de internationale metropolen. Een nachtbus zou de dansliefhebbers naar de passende feestlocatie buiten het centrum kunnen brengen, waar ze uit volle borst "Let's party" mogen gillen. Dan hoeven ze ook niet meer naar Tokio of New York.

Romy Straßenburg