Het treurigste commentaar uit Europa kwam deze week van een Brusselse ambtenaar: de oplossing voor de eurocrisis zou nu in zicht zijn dankzij de interventie van de Europese Centrale Bank, die nogmaals een half biljoen euro in de vorm van leningen aan de banken in het systeem pompt.

O ja? Nu de Ieren een referendum houden over het nieuwe fiscale pact dat de landen uit de eurozone sloten, nu de Bundesbank de acties van de ECB openlijk bekritiseert, en de markten koppig weigeren te geloven in de Griekse redding of in de garanties op staatsschulden, zou er nu iemand werkelijk geloven dat het voorbij is? In ieder geval gelooft daar in de hoofdsteden van Europa niemand in, Berlijn en Parijs voorop.

En dat is nu juist het probleem met de EU. Het is een geval geworden van veel geschreeuw en weinig wol. Het enige dat interessant is aan al die topontmoetingen is niet wat er besloten wordt, maar dat ze eigenlijk nooit iets besluiten.

Kijk maar naar de laatste top in Brussel, die gisteren begon en vandaag eindigt. De ontmoeting was bedoeld als bezegeling van het nieuwe begrotingsverdrag dat een nieuw tijdperk van fiscale verantwoordelijkheid en economisch eenwording moet inluiden. Het was ook de bedoeling dat het plafond voor de noodfondsen verhoogd zou worden naar een niveau dat de markten moest overtuigen dat de eurozone blijvend, solide, compleet en doeltreffend is.

"Het werd afgeblazen omdat het nooit officieel op de agenda stond"

In plaats daarvan werd het besluit over de omvang van het reddingsfonds verschoven naar later deze maand (of volgende maand of de maand daarna, het zou zomaar kunnen). Ook zou er vandaag een aparte top van euroleiders gehouden worden om het hele zaakje vaart te geven. Dat gebeurt nu niet. "Het werd afgeblazen omdat het nooit officieel op de agenda stond", luidt de dubbelzinnige verklaring van een Brusselse woordvoerder.

De Ierse rechterlijke beslissing dat het land een referendum moet houden, helpt ook niet. Daardoor zou het proces enkele maanden vertraagd worden, op zijn minst voor wat betreft de volledige afronding ervan (het pact kan ook zonder Ierland van start gaan). Ook bestaat het risico dat de twijfels en vijandige gevoelens over de manier waarop Europese leiders bezuinigingen voorstonden als hét te volgen economische beleid, tot uitbarsting komen.

Maar dat is nu eenmaal democratie. Het referendum in Ierland zal slagen, beweerde Dick Roche, voormalig Iers minister van Europese Zaken, deze week op de BBC, omdat het anders is dan het lastige Verdrag van Lissabon. Toen probeerde het establishment iets complex en abstracts te verkopen. Deze keer begrijpt het publiek dat het gaat om een kwestie van ‘overleven’.

Tijd voor nieuwe grondbeginselen in plaats van topontmoetingen

Maar daar zit hem nou net de kneep. Oplossingen en een nieuw pact worden de burgers door hun leiders opgedrongen omdat er ‘geen alternatief’ zou zijn. Maar er zijn wel alternatieven.

Daaronder vallen bijvoorbeeld het failliet laten gaan van Griekenland, de ECB-regels wijzigen zodat de ECB als het echt niet anders kan, als geldschieter kan worden ingezet, er kunnen euro-obligaties worden uitgegeven zodat het nieuwe Europees stabiliteitsmechanisme samen kan functioneren met de huidige Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit in plaats van die te vervangen, en het ontwikkelen van een gecoördineerd Europa-breed programma om de economie weer aan te zwengelen.

De problemen spreken voor zich. De Duitsers willen het niet. De Fransen willen dat de Duitsers alle lasten dragen. De Britten willen slechts aan de zijlijn staan. Dus nu zitten we met het huidige voorstel voor een halfbakken pact dat de markten er niet van kan overtuigen dat het van grote betekenis is, maar desalniettemin dreigt een ondemocratisch systeem nog ondemocratische te maken door landen het recht te ontnemen hun eigen begrotingen te controleren.

Het is van een opmerkelijke ironie dat terwijl Wales en Schotland meer onafhankelijkheid zien in het zelf regelen van hun belastingstelsel, Europa de andere richting op beweegt en probeert die zelfstandigheid af te nemen.

De ECB heeft tijd gekocht voor Europa. Die tijd zou echter gebruikt moeten worden om eens diep na te denken over de grondbeginselen, en niet om topontmoetingen om de topontmoetingen te organiseren, zoals de leiders dat nu doen.