Op zaterdag 16 december 1989 verzamelden zich 's middags enkele honderden aanhangers van predikant Laszlo Tökes voor zijn huis, in Timişoara, om te protesteren tegen de overplaatsing van de geestelijke naar een afgelegen dorpje. Tökes werd al lange tijd in de gaten gehouden door de Roemeense geheime staatsveiligheidspolitie, de Securitate, omdat hij zich verzette tegen het bewind van Ceauşescu. De menigte werd hard neergeslagen, en er vielen meer dan 70 doden. Op 21 december 1989 eindigde de laatste toespraak van Nicolae Ceauşescu in Boekarest met leuzen als "Weg met Ceauşescu!" De "conducător iubit" [geliefde leider] werd bang en vluchtte met een helikopter. De omstandigheden waaronder het bloedbad in Boekarest werd voortgezet [ruim duizend doden] en dat zelfs na 22 december nog doorging – de officiële datum waarop het nieuwe bewind aantrad -, zijn nog altijd niet volledig opgehelderd.

Het merendeel van de voormalige Securitate-medewerkers blijft buiten schot, ofwel omdat hun dossiers niet volledig zijn overgedragen aan de Nationale Raad die de Securitate-archieven (CNSAS) moet onderzoeken, ofwel omdat deze instelling niet de beschikking heeft gekregen over de hulpmiddelen die nodig zijn om een duidelijk vonnis te vellen. Het onderzoek van de dossiers van de Roemeense Revolutie duurt nog altijd voort. De aanklachten tegen Ion Iliescu, die na de val van Ceauşescu president van het land werd en die beschuldigd werd van oorlogsverheerlijking, genocide en medeplichtigheid aan foltering in het dossier van de zogenaamde Mineriade van 13-15 juni 1990 [waarbij mijnwerkers de oproerpolitie hadden geholpen demonstraties tegen het bewind van Iliescu neer te slaan], zijn in juni 2009 ingetrokken. In het proces van de Roemeense Revolutie in Timişoara zijn de generaals Mihai Chitac en Victor Atanasie Stanculescu veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf en degradatie, maar dit besluit is aangevochten. Het rapport waarin het communisme wordt veroordeeld [en dat door de politicoloog Vladimir Tismăneanu voor het Parlement is opgesteld], verscheen pas in 2006.

De laatste toespraak van Ceauşescu, op 21 december 1989 in Boekarest

Een terechtstelling zonder echt proces

Nestor Ratesh, voormalig directeur van Radio Free Europe, is van mening dat "de omwenteling in Roemenië voornamelijk werd gekenmerkt door het gewelddadige karakter ervan", in tegenstelling tot de andere voormalige communistische landen – Hongarije, Tsjecho-Slowakije en Polen – waar "de val van het communistische regime op vreedzame wijze verliep en was voorbereid". De historicus Marius Oprea, voorzitter van het Instituut voor onderzoek naar de misdaden van het communisme in Roemenië, denkt dat "de machtswisseling later, namelijk pas in het voorjaar van 1990, zou hebben plaatsgevonden als de mensen niet de straat waren opgegaan", maar dat "de televisie heeft bijgedragen aan de legitimiteit van het nieuwe bewind".

Marius Oprea meent dat de transitie in Roemenië in ieder geval niet door onderhandelingen had kunnen worden bereikt vanwege het gebrek aan hervormingen binnen de Roemeense communistische partij, waar "de macht volgens een feodaal model was gestructureerd en waar maar één stem te horen was: die van Nicolae Ceauşescu". Wat er op 22 december 1989 is gebeurd, was volgens Marius Oprea niet meer dan "de afzetting van de familie Ceauşescu" en het aan de macht brengen van "de tweede lijn van de communistische partij". Marius Oprea houdt vol dat er in feite meer doden zijn gevallen nadat deze tweede lijn van de partij aan de macht kwam, en niet tijdens de revolutie zelf: "De nieuwe machthebbers hebben zichzelf gelegitimeerd door middel van geweld."

Volgens Nestor Ratesh "was de Roemeense Revolutie een spontane gebeurtenis". Maar hij verklaart ook dat er "op 22 december een soort complot aan het licht kwam, toen duidelijk werd dat Ceauşescu niet langer aan de macht kon blijven. Op dat moment begon men op het paleis koortsachtig met het schrijven van programma's en het samenstellen van een regering. Toen Ion Iliescu arriveerde, was alles al geregeld. De samenzweerders hadden de controle over de televisie. De rest was manipulatie."

Communisme moest wijken voor privatisering

Volgens Oprea "was de overgang naar de democratie niettemin vergelijkbaar met die in andere voormalige communistische landen, zoals Tsjechië of Polen", want "net als zij hebben wij een proces doorgemaakt waarin het communisme moest wijken voor privatisering". De voormalige vertegenwoordigers van de nomenklatoera of hun naaste medewerkers hebben de bevoegdheden van de leden van de Partij overgenomen.

De executie van Nicolae Ceauşescu op eerste kerstdag 1989, waarbij sprake was van een schijnproces, wordt door de internationale publieke opinie beschouwd als een barbaarse daad die veroordeeld dient te worden. Maar historicus Marius Oprea legt uit dat deze daad in feite "heilzaam" was: "Want als dit niet was gebeurd, was Nicolae Ceauşescu hoogstwaarschijnlijk senator geworden voor de Socialistische Arbeiderspartij [die in 1990 door actieve ex-leden van de communistische partij werd opgericht en die deze partij opvolgde]"...