In 2007, een jaar voor het uitbreken van de crisis, stroomde de champagne rijkelijk in Valencia. In deze streek aan de Spaanse oostkust met zijn zachte mediterrane klimaat werd gestreden om de 32e America's Cup. Nu ligt de haven waar de beroemde internationale regatta van start ging en die de provincie 1,8 miljard euro heeft gekost, er verlaten bij. De loodsen waar de zeilteams waren ondergebracht staan leeg en wachten al bijna vijf jaar op een nieuwe bestemming.

Valencia werd door de Partido Popular (PP, conservatieve volkspartij), die hier sinds 1995 aan de macht is, lange tijd aangehaald als voorbeeld van goed economisch beleid, maar wordt nu met de vinger nagewezen. Omdat ze een schuld heeft van bijna 20 procent van het bnp, de hoogste van heel Spanje. Omdat het begrotingstekort in 2011 is opgelopen tot 4,6 procent. En omdat "overheidsgeld de afgelopen tien jaar slecht is besteed", aldus econoom Vicent Soler.

De America's Cup is slechts één voorbeeld van de buitensporige uitgaven die voortvloeiden uit het beleid van "grote evenemente"’ dat de gouverneur van de regio nu "naar beneden wil bijstellen", zoals vice-president van de provincie José Ciscar uitlegt aan Le Monde.

Verkoop van een pretpark van 400 miljoen voor 65 miljoen euro

De Ciudad de las artes y las ciencias, het ambitieuze centrum voor de kunsten en de wetenschap aan de oever van de rivier de Turia, is ontworpen door architect Santiago Calatrava. Het heeft de belastingbetaler 1,3 miljard euro gekost en wordt nu voornamelijk gebruikt als huwelijkslocatie om tenminste nog wat geld in het laatje te brengen.

Voor het 5,4 kilometer lange en 14 meter brede Formule 1-circuit met zijn vijfentwintig bochten was een investering van 90 miljoen euro nodig. En dan is de jaarlijkse heffing voor de organisatie van het Europees kampioenschap nog niet eens meegerekend. Volgens de pers komt dit neer op een bedrag van 20 miljoen euro waar Valencia nog tot 2014 aan vastzit.

En het pretpark Terra Mitica in Benidorm, dat in 2000 werd geopend, heeft bijna 400 miljoen euro gekost; de provincie probeert het nu voor 65 miljoen van de hand te doen. De helft van het personeel hangt een ontslag boven het hoofd.

"De afgelopen tien jaar hebben we ons diep in de schulden gestoken om de concurrentie met andere regio's aan te kunnen", verdedigt José Ciscar zich. "Er is 500 kilometer weg aangelegd, er zijn 420 middelbare scholen, acht ziekenhuizen en tientallen waterzuiveringsstations gebouwd. En die grote evenementen hebben de gemeenschap ook veel opgeleverd. Er zijn 271.000 banen bij gekomen en sinds 1998 hebben we hier 69 miljoen bezoekers getrokken."

"Ze hebben ons knollen voor citroenen verkocht"

De vakbonden zijn het hier totaal niet mee eens. "Ze hebben ons knollen voor citroenen verkocht en nu proberen ze de buitensporige uitgaven af te wentelen op de welvaartsstaat", hekelt Conrado Hernandez, secretaris-generaal van de Algemene arbeidersbond (UGT) van Valencia, die voorop liep bij de vier demonstraties in één maand tegen de bezuinigingsplannen. Er wordt gekort op de ambtenarensalarissen, het aantal staatsbedrijven wordt drastisch teruggebracht, collegegeld en bijdragen voor schoolkantines gaan omhoog: men pikt het niet langer.

Volgens het Instituut voor economisch onderzoek van Valencia (IVIE) zijn de ‘grote evenementen’ voor 13 procent de oorzaak van de huidige provincieschuld, die op bijna 20 miljard euro wordt geschat. "Wie zich niet om de tuin laat leiden door die schijn van rijkdom en de enorme bedragen die zijn uitgegeven, zal constateren dat dit oppervlakkige economische model ons alleen maar armer heeft gemaakt", benadrukt Vicent Soler, hoogleraar toegepaste economie aan de universiteit van Valencia. "Het inkomen per inwoner ligt nu 12 procent onder het landelijk gemiddelde, terwijl Valencia vijftien jaar geleden op het Spaanse gemiddelde zat."

Tijdens de hoogconjunctuur vertegenwoordigde de bouw 14 procent van de werkgelegenheid in de regio, die tot dan toe vooral bekend was om zijn industrie. Textiel, speelgoed, lederwaren, marmer, keramiek en staalindustrie, er is nog maar weinig van over. Doordat bedrijven zijn overgeplaatst naar Azië en Oost-Europa, maar ook doordat "een groot deel van het kapitaal werd geherinvesteerd in de bouw, waar snel geld verdiend kon worden", legt José Vicente Gonzales, voorzitter van de Ondernemersbond van Valencia, uit. "Veel ondernemers hebben hun bedrijf verwaarloosd."

Ook regionale spaarbanken hebben zich verslikt in de vastgoedhype

Ook beide regionale spaarbanken, Bancaja en CAM, hebben zich verslikt in de vastgoedhype. Vanwege hun hachelijke positie is Bancaja nu gefuseerd met Bankia, de vroegere Caja Madrid, en is CAM door de Spaanse centrale bank genationaliseerd, net als de honderd jaar oude Banco de Valencia, die de plaatselijke middenklasse tot zijn clientèle rekent. "In Valencia heeft niemand meer de bevoegdheid om leningen toe te kennen", concludeert econoom Francisco Perez, wetenschappelijk onderzoeker bij het IVIE.

Valencia staat nu op de rand van een bankroet. De drie grote ratingbureaus, Moody's, Fitch en Standard & Poor's, hebben de schulden ondergebracht in de categorie 'junk bonds'. In december 2011 moest de Spaanse regering Valencia te hulp schieten om een aflopende lening van 123 miljoen bij de Deutsche Bank te kunnen verlengen.

"Als het financieringssysteem niet verandert en de regering de provincie niet helpt, wordt de situatie onhoudbaar", stelt Francisco Perez, die betwijfelt of Valencia in staat is zich aan de begrotingsdoelstelling te houden. "De provincie heeft zelfs niet genoeg inkomsten om de kosten van zorg en onderwijs te dekken." Voor Valencia lijkt het feest voorbij.