De Europese Commissie houdt dagelijks een persbriefing voor de honderden in Brussel gestationeerde correspondenten. Tijdens deze belangrijke mediagebeurtenis heeft het Frans er een zware dobber aan om overeind te blijven. Frans en Engels zijn de twee voertalen van deze enigszins saaie bijeenkomst, waarop de woordvoerders van voorzitter Barroso en van de verschillende commissarissen vragen komen beantwoorden. Toch proberen sommige van deze functionarissen het Frans te omzeilen, of dit nu uit overtuiging is of door onachtzaamheid of onkunde komt. Soms worden ze tot de orde geroepen door de Franstalige journalisten, die hierin veel steun krijgen van hun collega's uit landen die tot het Romaanse taalgebied behoren, van een groot aantal Oostbloklanden en van bepaalde Duitsers, die weliswaar Engels spreken, maar niet willen dat het Engels alles domineert.

Het Frans verliest overal terrein

Iets verderop, bij het hoofdkwartier van de NAVO, is de positie van de Franse taal echt in gevaar. Hoewel het Frans ook binnen de NAVO de tweede officiële taal is, wordt het tegenwoordig tijdens vergaderingen en voorlichtingsbijeenkomsten bijna niet meer gesproken. De Amerikaanse dominantie, de opeenvolging van voornamelijk Engelssprekende secretarissen-generaal, de lange tijd tegenstrijdige positie van Frankrijk – met één been binnen en één been buiten de NAVO – of de geringe aanwezigheid van correspondenten van Franstalige media: het zijn allemaal aspecten die een verklaring vormen voor deze situatie.

In het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar ongeveer 90% van de bevolking Frans spreekt, moet deze taal niet alleen binnen de belangrijke internationale organisaties marktaandeel inleveren. Het Frans verliest overal terrein, aldus het Maison de la Francité (Huis van de Franse cultuurgemeenschap), dat zich ten doel stelt de taal van Voltaire te promoten. Deze door het Brussels Hoofdstedelijk Parlement in het leven geroepen organisatie heeft onlangs een boekje uitgegeven, waarin staat dat er sprake is van een zekere mate van verengelsing. Dit verschijnsel valt weliswaar te verklaren door de status van Brussel als internationale hoofdstad, maar is toch in een kritieke fase beland. "Dankzij het Engels kunnen organisaties en ondernemingen niet alleen een meertaligheid omzeilen die logisch zou zijn, maar ook het aantoonbare belang van het Frans simpelweg tot een minimum beperken", luidt de diagnose van Serge Moureaux, die voorzitter is van het Maison de la Francité.

Hoeveel druk kunnen de beweringen van de voorvechters van het Frans uitoefenen, als je kijkt naar de harde feiten? Niet veel, klaarblijkelijk. Want men lijkt zich niet al te veel illusies te maken over de constatering van het Maison de la Francité. In officiële mededelingen van de Belgische overheden, van (publieke of private) ondernemingen, uit culturele kringen of van de media heeft het Engels zich – tot op het karikaturale af – het leeuwendeel toegeëigend. Hier heeft men geen moeite met zinnen als: "Ik zal een print voor u maken met de slashes in bold" (sic). Men vliegt met een nationale luchtvaartmaatschappij waarvan het credo Flying your way luidt. Er wordt een congrescentrum geopend met de naam Brussels Meeting Center. Metrokaartjes worden bij de Bootik gekocht. Mensen doen hun belastingaangifte op de site Tax on Web. Een oude film kijk je in de Cinematek en voor een tentoonstelling ga je niet naar het Palais des Beaux-Arts, maar naar de Bozar...

Niemand stoort zich echt aan het Engels

Waarom heeft men zo'n hekel aan het Frans? Omdat het Engels – hier nog meer dan elders – de meest gangbare taal is, waarmee iedereen op zijn minst kan begrijpen wat de ander bedoelt. Omdat je met Engels niet hoeft te kiezen tussen het Frans en het Nederlands – die samen met het Duits de drie officiële talen van het Belgische koninkrijk vormen. Omdat niemand, inclusief de Franstaligen, zich echt stoort aan het Engels, in een land "waar de taalkwestie gevoelig ligt", legt schrijver-journalist Nicolas Crousse uit (Le Complexe belge, Anabet Editions). In dit vreemde land, dat in feite geen gemeenschappelijke taal heeft (het "Belgisch" bestaat niet), zijn het Vlaams en het Belgische Frans voor hun grote broers (het Nederlands in Nederland en het Frans in Frankrijk) "wat een vlieg is voor een leeuw, namelijk genetische afwijkingen", aldus Nicolas Crousse. Daarom heeft deze Franstalige Belg, die net over de taalgrens woont, zich aangewend om beeldspraak te gebruiken. Want hij was het zat om complimentjes te krijgen als: "Voor een Belg spreekt u toch aardig Frans."

In een even wanhopige als aandoenlijke poging probeert het Maison de la Francité – ondanks alles – te redden wat er te redden valt. Het boekje van dit Maison bevat een lijst met anglicismen die toegestaan zijn en anglicismen die vermeden moeten worden. Tot de eerste groep behoren "milkshake", "callgirl" en "pole position". En tot de tweede: "bulldozer", "chatten" en "camping car". Maar wie zal ooit de goedgekeurde woorden "bouteur" (grondschuiver), "clavarder" -een samentrekking tussen "clavier" (toetsenbord) en "bavarder" (babbelen)- en "autocaravane" in de mond nemen...?