Op 13 oktober 1859 schreef Multatuli aan zijn vrouw "Lieve hart mijn boek is af, mijn boek is af!" De Max Havelaar herlezen is als een reis maken door een land waar je in je jongelingsjaren al eens eerder bent geweest en waarvan de hoogtepunten in je geheugen gegrift staan maar de details allicht vervlogen zijn. Het is een boek dat je ook kriskras kunt lezen, het wemelt van de perspectiefwisselingen, verhalen in verhalen, plotselinge overgangen en ander literair trapezewerk dat z’n weerga nauwelijks kent.

En verder is het zo’n onontkoombaar cultuurgoed geworden dat je het zelfs zonder het gelezen te hebben wel min of meer kent. Een roman vol klassieke passages die zich vaak losgezongen hebben van hun context. Van de wonderlijke opening met het toneelstukje waarin Barbertje moet hangen tot het indrukwekkende einde, waarin de schrijver zich rechtstreeks tot de koning en het Nederlandse volk richt met zijn grieven. En daartussendoor de indrukwekkende toespraak tot de Hoofden van Lebak, het sprookje van de Japanse steenhouwer, de tranentrekkende geschiedenis van Saïdjah en Adinda.

Het vooruitstrevende van de Max Havelaar zit ‘m trouwens niet in het taalgebruik en zeker niet in de gedichten die Multatuli her en der invoegde. Het is de structuur van de roman, of misschien wel het ontbreken ervan die je als hedendaagse lezer nog steeds verbijstert. De geschiedenis van Havelaar, verteld door de Duitse klerk Stern, die zijn verhaal weer optekent uit de literaire exercities van Sjaalman, wiens ‘pak’ aantekeningen in handen van de benepen kleinburger Batavus Droogstoppel is geraakt. Eigenlijk word je steeds op het verkeerde been gezet, want wie bepaalt nu het perspectief in dit boek?

Het boek schoot zijn doel, het opschudden van de publieke opinie, voorbij

Ik snap eigenlijk wel dat het boek zijn doel, het opschudden van de publieke opinie, indertijd voorbijschoot, omdat de auteur een soort ideale lezer verwachtte die alle valkuilen, ironie, spel met fictie en feiten wist te reduceren tot de kernboodschap. Zelfs nu nog weet een door modernisme en postmodernisme gepokt en gemazeld lezer niet meteen wát van alles te denken.

Het verbaast me dan ook niet dat Paul van ’t Veer, in zijn biografie Het leven van Multatuli, de mens Douwes Dekker in zijn strijd tegen de misstanden en gezagdragers overtuigender vond dan zijn literaire alter ego Max Havelaar. Havelaar heeft iets van een halfgod en heiland, terwijl Dekker in werkelijkheid heel wat onbeheerster en minder doortastend te werk ging.

Ach, het is bekend, de Max Havelaar, bedoeld als agitprop voor een betere wereld, werd hoge literatuur, niks meer. En dat is ook de reden dat we er tegenwoordig nog van kunnen genieten.