Het is vreemd om je te realiseren dat de Europese Unie 25 jaar geleden slechts 27 lidstaten telde. Nu, een kwart eeuw later, zijn alle Europese landen lid van de Unie. Het een na laatste bastion dat weerstand bood, was Wit-Rusland, waar de gebroeders Loekasjenko tijdens een volksopstand werden afgezet. Het allerlaatste Europese land dat lid werd was Zwitserland, dat inmenging van buitenaf lange tijd tegenhield. Dit land heeft tot 2030 gewacht, voordat het tot de machtige Unie toetrad, terwijl Zweden in datzelfde jaar volwaardig lid van de NAVO werd. De club van correspondenten van de internationale pers in Brussel heeft de "Václav Klaus" prijs aan Zwitserland toegekend. Deze prijs is genoemd naar een Tsjechisch staatshoofd dat destijds bekend stond om zijn tegendraadse stellingname.

Anno 2034 is de kwestie over een eventuele toetreding van Turkije nog altijd niet opgelost, hoewel dit land inmiddels aan alle formele eisen voldoet. Dat Turkije wordt buitengesloten komt alleen maar omdat Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk zich tegen het lidmaatschap verzetten. Turkije werkt nauw samen met de Europese Unie, en maakt onder andere met het volste recht gebruik van de structuurfondsen van de Unie. Het land maakt echter officieel geen deel uit van de EU. "Wij hebben recht op alle gangen van het Europese menu, maar we mogen de bureaucratische en misselijkmakende Brusselse spruitjes laten staan", vatte de Turkse premier het onlangs samen. Dankzij zijn de scheiding van Kerk en Staat in dit land, zijn bloeiende markteconomie en zijn diepgewortelde democratie is Turkije een voorbeeld geworden voor zijn islamitische buurlanden in de regio. Wat het aantal inwoners betreft, is Turkije Duitsland tien jaar geleden voorbijgestreefd, en louter dit feit is – samen met de nog altijd onopgeloste kwestie-Cyprus – de onderliggende reden voor de eigenaardige positie van buitenstaander die Turkije in de Unie inneemt.

De EU was tot 2004 louter op het Westen gericht

Een snelle blik in de achteruitkijkspiegel laat ons zien dat iedere uitbreiding van de Europese Unie gepaard ging met uitdagingen die steeds zwaarder werden. Enigszins nostalgisch kijken we terug op de soepel verlopen uitbreiding van 1995, toen de rijke, neutrale en naar consensus strevende landen Finland, Oostenrijk en Zweden zich bij de Europese familie aansloten. De uitbreidingsronde van 2004 – waarbij acht voormalige communistische landen uit Midden-Europa toetraden, gevolgd door de eilanden Cyprus en Malta – vormde echter, zowel in economisch als in psychologisch opzicht, een beproeving voor de Unie, die etnisch gezien tot dat moment op het Westen was gericht. De ervaring die de landen van het oude Oost-Europa met het communisme en met een centraal geleide economie hebben, is nog steeds bepalend voor hun opstelling binnen de Unie. Zij zijn duidelijk bang voor overheidsbemoeienis en detailbeleid. Het plan om de Unie in een "superstaat" te veranderen, stuitte op veel weerstand van met name deze landen, waarbij zich later ook Bulgarije en Roemenië aansloten. Overigens heeft de toetreding van deze laatste twee landen de Unie veel geld gekost. De toetreding van de republieken die uit het voormalige Joegoslavië waren voortgekomen – om te beginnen Kroatië, gevolgd door alle andere landen, plus Albanië – was in economisch opzicht een kostbare zaak, maar kon op veel steun van de bevolking rekenen – "een herrezen Joegoslavië, maar dan in een grotere, vreedzame en democratische versie", zoals een collega het uitdrukte.

De Unie heeft de leiding van de internationale diplomatie op zich genomen

Ondanks alle onheilsvoorspellingen zijn er duidelijke vorderingen gemaakt in de kwesties van het klimaat en het milieu. Deze vooruitgang ging gepaard met veel tegenslagen, en in twintig jaar tijd is er maar liefst vier keer een klimaattop gehouden in Kopenhagen. De belangrijkste stap voorwaarts was de instelling van een gemeenschappelijke energie-autoriteit, die de ergste uitwassen van het energiebeleid van de afzonderlijke landen aan banden heeft gelegd.

De Unie heeft nu al bijna 25 jaar een president; iets wat wij tegenwoordig vanzelfsprekend vinden. Toch woeden er nog altijd debatten over de vraag of deze president nu een slimme onderhandelaar of een charismatische leider moet zijn. De grote mogendheden in Europa hebben een voorliefde voor briljante, en zelfs flamboyante leiders, maar wel op voorwaarde dat ze uit hun eigen land komen. De kleine landen daarentegen lijken een voorkeur te hebben voor ervaren bestuurders.

De rol van Europa op het gebied van buitenlands beleid is de afgelopen 25 jaar aanzienlijk groter geworden. In de jaren '70 vond de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Henry Kissinger, het al jammer dat Europa geen telefoonnummer, en dus geen invloed, had. Sinds Europa een telefoonnummer heeft ingesteld, heeft de Europese Unie de leiding van de internationale diplomatie op zich genomen, zoals zij op doortastende wijze heeft bewezen door een einde te maken aan tal van conflicten in Oost-Afrika. De tijd waarin voormalig premier Olof Palme verklaarde dat toetreding van Zweden tot de EEG ondenkbaar was omdat het dan aan een gecoördineerd buitenlands beleid zou moeten geloven, lijkt heel ver weg.