Spanje: 1.000 euros? Een droomsalaris!

Madrid, juni 2011: een demonstrant uit zijn onvrede met de toenemende armoede op het centrale plein Puerta del Sol.
Madrid, juni 2011: een demonstrant uit zijn onvrede met de toenemende armoede op het centrale plein Puerta del Sol.
13 maart 2012 – El País (Madrid)

Toen de uitdrukking 'milleurist' in 2005 werd gelanceerd, (verwijzing naar "mille", duizend) had deze betrekking op kwetsbare jonge werknemers die niet meer dan duizend euro per maand verdienden. Tegenwoordig is een op de twee jongeren werkloos en zouden velen zichzelf gelukkig prijzen met zo'n maandsalaris. excerpts.

**Zes jaar geleden, in augustus 2005, stuurde een jonge Catalaanse vrouw een brief aan El País met de titel “Ik ben milleurist”. De term 'milleurist' had ze zelf bedacht. Carolina Alguacil was toen 27 en beklaagde zich over de onzekere arbeidssituatie van haar generatie. “Een milleurist is een jongere tussen de 25 en 34 jaar. Hij spreekt zijn talen, heeft hoger onderwijs genoten en aanvullende opleidingen gedaan. Hij is drie of vier jaar aan het werk en betaalt voor de helft premies (als hij geluk heeft) […] Het probleem is dat hij niet meer dan duizend euro verdient, zonder premieafdracht, en dat het zinloos is om zich te beklagen. Hij spaart niet, heeft geen eigen woning, geen auto en geen kinderen en leeft bij de dag. Soms is dat best aardig, maar op den duur mat het je af”.

Bij herlezing van deze brief in onze tijd krijg je een bittere smaak in de mond. We kunnen namelijk niet anders dan constateren dat we achteruit zijn gegaan. Het milleurisme kent nu een nog kariger versie: het 'aspirant-milleurisme'. “Vroeger waren we milleurist en hoopten we op betere tijden. Tegenwoordig is duizend euro verdienen de ambitie van de jeugd geworden”, vat Carolina Alguacil zelf de huidige stand van zaken samen. Zij heeft audiovisuele communicatie gestudeerd en woont op dit moment in Cordoba, waar zij werkt als zelfstandige. Zij is niet langer milleurist, maar verdient naar eigen zeggen niet zo veel als ze zou willen: “Ik ben niet tevreden”.

In 2005 lag de jeugdwerkloosheid in de buurt van de 20 procent. Dat percentage is inmiddels opgelopen tot bijna 50 procent, maar ook daarvoor was het al lange tijd tweemaal zo hoog als het Europese gemiddelde (22,4 procent). De generatie die sinds de overgang naar de democratie het best is opgeleid, is ook de generatie wie de toekomst het minst toelacht. Zij voelt zich slachtoffer van de verkeerde gewoonten van anderen.**

Werken als een manager voor het salaris van een arbeider

**Tot op heden konden veel van deze jongeren op de steun van hun ouders rekenen. Maar voor sommigen bestaat dit vangnet niet langer. “Alle, maar dan ook alle indicatoren zijn verslechterd”, klaagt de socioloog Esteban Sánchez, deskundige op het gebied van jongeren en de onzekere arbeidssituatie. “De werkloosheid is enorm hoog, tijdelijke contracten zijn schering en inslag en de lonen liggen laag. Het is een opzienbarend fenomeen. Er is geen enkele statistiek die ons hoop biedt op betere tijden”. “Het algemene gevoel is dat we geen toekomst hebben”, zegt Guillermo Jiménez, 21 jaar, student rechten en politicologie en lid van de studentenorganisatie Juventud sin Futuro [‘jeugd zonder toekomst’].

In Spanje zijn er, om precies te zijn, 10.423.798 jongeren tussen de 18 en 34 jaar. Hun netto-inkomen (inclusief dat van de werklozen) bedraagt gemiddeld 824 euro per maand. Degenen die werken, hebben een inkomen van gemiddeld 1.318 euro (cijfers van de Spaanse jeugdraad). Beroepen die voorheen voor het milleurisme bespaard leken te blijven, moeten er nu eveneens aan geloven. De Universidad Politécnica in Valencia heeft onderzocht hoe het zijn ingenieurs en architecten die in 2008 afstudeerden, op de arbeidsmarkt is vergaan: een op de vier verdiende minder dan duizend euro. Erger nog, het 'aspirant-milleurisme' was met 8 procent gestegen ten opzichte van de afgestudeerden van het jaar ervoor. Neem Amanda, een jonge vrouw uit Valencia van 29 jaar, die haar achternaam liever niet noemt. Zij verdient duizend euro per maand en werkt van 10 – 21.30 uur, “met een half uur lunchpauze”. “Het is surrealistisch, wanneer ik van huis ga, is de supermarkt nog niet open en als ik weer thuiskom, is hij alweer gesloten. Ik beul me af als een manager voor het salaris van een arbeider”. Bij Amanda komen twee tegenstrijdige gevoelens in een vreemde harmonie samen: aan de ene kant voelt ze zich uitgebuit, aan de andere kant bevoorrecht. Voordat ze in haar huidige verkoopfunctie werkte, had ze de indruk “de eeuwige stagiaire” te zijn. “Ik had zes stages achter elkaar gedaan. De eerste was zonder beloning – oké, ze gaven me restauranttickets. De laatste, bij een overheidsinstantie, werd nog het best betaald: 600 euro”.**

Een maandsalaris tussen de 90 en 900 euro

**Volgens Josep Oliver, hoogleraar toegepaste economie aan de Universidad Autónoma van Barcelona, is 45 procent van de werklozen onder de 34 jaar al meer dan twaalf maanden op zoek naar werk. Van degenen die zelfstandig woonden, moest een groot aantal weer bij hun ouders intrekken: in 2011 nam het percentage jongeren met eigen woonruimte met 4,2 procent af. Anderen hebben het ouderlijk huis nooit verlaten, zoals Beatriz Arrabal, 32 jaar. Zij heeft al 550 dagen niet gewerkt, maar blijft optimistisch. Zij bezit diploma's op het gebied van maatschappelijk werk, openbaar bestuur en management en heeft haar studie betaald door in een callcenter te werken. Daarmee verdiende ze 1.100 euro per maand, een bedrag dat – zo meent ze – momenteel buiten haar bereik ligt. Sinds ze is afgestudeerd, heeft ze verschillende banen gehad, maar de meeste daarvan hadden geen enkele connectie met haar diploma's.

Ook haar vriend heeft geen vast werk. Het stel overweegt Spanje te verlaten, maar haar gezinssituatie weerhoudt Beatriz van een mogelijk vertrek: zij verzorgt haar zieke vader (en ze leven beiden van haar uitkering).

Op 10 november vorig jaar heeft Beatriz op Facebook de groep ‘Hoe een baan te vinden in het maatschappelijk werk’ aangemaakt. “Ik besloot deze groep op te zetten om elkaar te helpen een werkplek in ons vakgebied te vinden, zodat we onze ervaringen kunnen delen en elkaar kunnen steunen", schreef ze ter presentatie van haar initiatief.

Zijn ze ontmoedigd? Dat is nog zwak uitgedrukt om het gevoel te beschrijven van talloze jongeren die al hun hoop op de sterke groei van de bouwsector hadden gevestigd. Vooral voor hen is de langdurige werkloosheid waar zij mee te kampen hebben, een hard gelag, meent Josep Oliver. Vaak hebben deze werklozen hun middelbare school niet afgemaakt (onder degenen van deze groep onder de dertig, bedraagt de werkloosheid 55 procent). Zij proberen nu zo goed en kwaad als het gaat, het hoofd boven water te houden.

In Granada worstelen twee afgestudeerde jongeren met een ander aspect van dit probleem, namelijk overkwalificatie. Van de 30-minners die een universitaire of hogere beroepsopleiding hebben gevolgd, heeft 37 procent hiermee te maken. Natalia, 25 jaar, is logopedist en laborant. Haar vriend Jesús, 23 jaar, is technisch industrieel ingenieur. Allebei verkopen ze verzekeringen deur aan deur. “Voor een overlijdensverzekering krijg ik 200 euro en voor een levensverzekering 120 euro”, vertelt Natalia. “Sommige maanden verdien ik 900 euro, andere maar 90”. Natalia denkt dat ze dit werk niet lang meer hoeft te doen: ze heeft een baan aangeboden gekregen als logopedist in een psychologenpraktijk, maar ze moet wel zelf haar patiënten werven.**

Wat heb ik te maken met speculatie of risicopremies?

**Tegenwoordig is 75 procent van deze jongeren ervan overtuigd dat zij het minder goed zullen hebben als hun ouders. En 70 procent van de vorige generatie denkt er net zo over. Terwijl jongeren een eigen bedrijf proberen op te zetten (volgens Eurostat ziet 54 procent van de Spaanse jongeren wel iets in het zelfstandig ondernemerschap), ontwerpt de regering nieuwe spelregels die de economie – en het leven van al deze jongeren – een flinke impuls moeten geven. Het meest interessante voorstel voor deze nieuwe generatie is momenteel een hervorming van de arbeidsmarkt waardoor op de middellange termijn de werkgelegenheid onder jongeren moet stijgen. Daarbij wordt echter ook in een verlaging van de lonen voorzien. “Er is wat deze hervorming betreft niets nieuws onder de zon. Ze bouwt voort op het reeds bestaande beleid: het werk van jongeren devalueren. Eigenlijk wordt hiermee de onmacht van de Spaanse arbeidsmarkt erkend”, constateert Santos Ruesga, hoogleraar toegepaste economie aan de Universidad Autónoma van Madrid.

Gezien deze uiterst beperkte mogelijkheden pakken velen van de hoogst opgeleiden in de Spaanse geschiedenis nog steeds hun koffers en dragen daarmee bij aan een kennisvlucht die zelfs in de ogen van Fátima Báñez, de minister van Werkgelegenheid en Sociale Zekerheid, “zonder precedent” is. Volgens de laatste Eurobarometer van de Europese Commissie is 68 procent van de Spaanse jongeren bereid het eigen land te verlaten. Van de 31 onderzochte landen zijn er slechts vijf waar de vervreemding van het eigen land nog groter is: IJsland, Zweden, Bulgarije, Roemenië en Finland.

Rafael Aníbal, 28 jaar, is journalist. Vorig jaar november kwam hij zonder werk te zitten en sinds leeft hij “van [zijn] spaargeld”. Hij onderzoekt zijn mogelijkheden in het buitenland. Hij denkt aan Chili, waar hij evenveel zou kunnen verdienen als het beste salaris dat hij ooit in Spanje heeft gehad, namelijk 1.100 euro.

In december is Rafael Aníbal een blog, genaamd Pepas y Pepes 3.0 (‘meiden en kerels 3.0’) gestart waar hij verhalen van jongeren plaatst die de grote sprong hebben gewaagd. “Dit idee is uit verontwaardiging geboren. Het is zoals een Cubaan in de film Havana Blues van Benito Zambrano zegt: 'Elke dag krijg ik een nieuwe hond en nieuwe planten van vrienden die weggaan.' Ik vind dat een mooie uitspraak, die precies beschrijft wat ik ervaar”.

Twee vragen houden me voortdurend bezig. Wat heb ik te maken met speculatie, risicopremies of kredietbeoordelaars? Waarom betalen wij, jongeren, de prijs van een crisis waar we niet verantwoordelijk voor zijn?”**

Factual or translation error? Tell us.