Een sigaret achter het oor, terwijl de volgende alweer wordt gerold. Hij praat snel en veel, en zijn hese stem verraden de 60 shagjes die er per dag doorheengaan. Het wekt dan ook geen verbazing dat Ken Loach koos voor de onbekende acteur Steve Evets voor de hoofdrol in Looking for Eric, zijn film over het leven van Manchestersupporters. Voor de rol van iemand uit Manchester wilde Ken Loach alleen iemand uit Manchester, daar kun je nu eenmaal geen concessies aan doen. Maar wat is er dan zo speciaal aan het dialect van Manchester? Een lastige vraag. Steve Evets benadrukt graag dat hij niet uit Manchester komt, maar uit Salford, aan de overkant van "de loodkleurige rivier" de Irwell. Een keiharde arbeiderswijk waarvoor de opschepperige stad op zijn knieën gaat. De bus brengt er ons binnen vijf minuten heen, maar, zo verzekert de acteur ons, het is een andere wereld. De taal is er anders dan in Manchester, Bolton of Wigan, en al helemaal niet meer te vergelijken met het dialect van Leeds of Liverpool.

Steve Evets inLooking for Eric, van Ken Loach

De BBC zendt momenteel het programma Voices uit, dat de kijker wegwijs maakt in het doolhof van lokale accenten. Het programma leert je "de taal van Manchester in tien minuten" waarbij er onder meer wordt ingegaan op de verschillende manieren waarop binnen een straal van tien kilometer het woord "mama" kan worden uitgesproken (van "mom" tot "mum"). "Taal is iets om trots op te zijn. Iets waarmee je je onderscheidt van de rest. Taal wordt vaak gekoppeld aan een stad of aan een sociale klasse zoals de dokwerkers van Liverpool, de metaalarbeiders van Sheffield, en de arbeiders uit de spinnerijen van Manchester."

"Sinds een tiental jaren verandert mijn beroep", vertelt Kathleen Crawford, die de Schotse acteurs voor Looking for Eric castte. "De accenten die de acteurs vroeger moesten verbergen wanneer ze door een producer uit Londen gebeld werden, zijn nu hun meest waardevolle handelsmerk geworden." David Peace is één van de meest briljante schrijvers van de nieuwe generatie, en auteur van het inktzwarte The Red Riding Quartet. Om ons gehoor te scherpen, raadt hij ons aan de route uit zijn jeugd af te leggen, en de bus te nemen tussen Huddersfield en Leeds, "om te luisteren naar de uitdrukkingen en intonaties die bij iedere halte veranderen".

Een buslijn in Leeds was in "te correct Engels" ingesproken

In zijn jeugd was het traject tussen Huddersfield en Leeds nog een grappige ontdekkingstocht door het doolhof van de volkstaal, maar de tijden zijn veranderd. De stad is moderner geworden. De oude markthallen huisvesten nu luxe boetieks. Buitenlandse accenten, uit Azië en Oost-Europa, tieren er welig en talen vermengen zich. Het lokale dialect houdt echter stevig stand. De inwoners van Leeds kwamen zelfs in opstand tegen de aankondiging van buslijn 28 die in te "correct" Engels zou zijn ingesproken. "Sinds Schotland en Wales hun eigen parlement hebben, zegt de schrijver, hechten de mensen uit het noorden meer aan hun wortels. Ze vechten voor het behoud van hun taal. Groepen als Oasis buiten deze mode tot in het absurde uit. De taal wordt feestelijk en creatief gebruikt, maar kan soms ook een achteruitgang betekenen. Maar omdat we nog midden in een overgangsperiode zitten, is het moeilijk te voorspellen welke kant we uitgaan".

In het Noorden wordt weinig geschreven: "Het is een anti-intellectuele cultuur, zegt David Peace, *zeer fysiek en diepgeworteld in de mensen**".* Overal komt de taal tot uitdrukking: in de bioscoop, in liedjes, op tv, op straat en in de voetbalstadions. Overal hoor je tegenwoordig ieders accent. Vroeger was dat wel anders. Aan het eind van de jaren '50, voordat de Beatles als 'jongens uit Liverpool' hun intrede maakten, deden zangers uit het noorden er alles aan de kenmerken van hun afkomst weg te poetsen. "*Om leraar te mogen worden, heeft mijn vader spraaklessen in Londen moeten nemen, vertelt Peace. Dat was in 1957, toen er nog maar één variant van het Engels bestond dat de kwalificatie 'Received Pronunciation' kreeg: het Engels van de bovenklasse, dat je ook op de BBC hoorde*."

Liverpool supporters tijdens een wedstrijd tegen het Londense Arsenal in april 1964.

In de jaren '60 zorgden muziek, films en voetbal voor een kentering. Liverpool kreeg vleugels. "Een fantastische tijd, zegt Rogan Taylor, academicus en radioverslaggever die zijn hele leven doorbracht in de supporterstribune de Kop van Liverpool. Bill Shankly, trainer van de Reds, beloofde ons de hemel op aarde, en de Beatlesgekte had heel het stadion in zijn greep. De menigte zong de spelers toe met: “We love you yeah yeah yeah!” of “We all live in a red and white Kop” [op de wijs van Yellow Submarine].

Van de supporters van Liverpool tot Morrissey, van de Beatles tot de personages van Ken Loach, de vertolkers van de hoogte- en dieptepunten van dit kleine stukje arbeidersgrond zijn de iconen geworden van een universele, taalgrensoverschrijdende romantiek. Of zoals ze het in de Kop van Liverpool zingen: "You’ll never walk alone."