Het reizende circus verzamelt op het Brusselse Gare du Midi, waarvandaan een extra lange, gecharterde hogesnelheidstrein de leden van het Europees Parlement, assistenten en anderen (waaronder journalisten) naar hun alternatieve thuisbasis in Straatsburg brengt. Deze stad, die binnen één eeuw vijf maal Duits en Frans grondgebied is geweest, moet model staan voor de naoorlogse verzoening tussen beide landen. Maar tegenwoordig staat de maandelijkse karavaan vooral model voor het vermogen van de Europese Unie om geld over de balk te gooien.

Auto's met chauffeur vervoeren de parlementsleden van hun chique parlementsgebouw naar de hotels en restaurants van de stad, waar de prijzen voor deze gelegenheid schaamteloos zijn verhoogd. De europarlementariërs zelf haten deze ontwrichting voor het merendeel. Maar zij kunnen weinig ondernemen tegen een systeem met twee thuissteden (en nog wat ondersteunende functies in Luxemburg), dat is vastgelegd in verdragen die uitsluitend bij unanimiteit kunnen worden veranderd. Pogingen om één van de twaalf sessies in Straatsburg dit jaar te laten vervallen, hebben Frankrijk ertoe aangezet een rechtszaak te beginnen. Het is zonneklaar dat het Europees Parlement niet soeverein is.

De jamboree in Straatsburg kan dus rekenen op tweevoudige minachting. In de eerste plaats zijn de kosten van het houden van de zittingen in Straatsburg, die worden geschat op 180 miljoen euro per jaar, een schandaal in tijden van zware bezuinigingen. En in de tweede plaats is het parlement volslagen irrelevant als er iets moet worden rechtgezet. Dit verklaart de paradox dat juist op het moment dat het parlement meer macht krijgt, er steeds minder burgers komen opdagen als er verkiezingen zijn.

De kneusjes niet naar huis kunnen sturen

De meeste zaken die belangrijk zijn voor kiezers, zoals de gezondheidszorg, het onderwijs en de politie, behoren tot het domein van de nationale parlementen. De Europese Unie houdt zich voornamelijk bezig met abstracte kwesties van regelgeving. Maar dat is slechts een deel van de reden dat de kiezers niet kunnen zien welk verschil hun stemgedrag maakt. Wetgeving wordt voorgesteld door de Europese Commissie, de ambtenarij van de EU (geleid door een benoemd, niet gekozen college). Die wetten moeten vervolgens worden goedgekeurd door de Raad van Ministers (waar regeringen achter gesloten deuren deals sluiten) en het Europees Parlement (waar bondgenootschappen wisselen al naar gelang de kwestie die aan de orde is). Meningsverschillen moeten worden opgelost door onderhandelingen tussen deze drie organen.

Het systeem kent vele 'checks and balances'. Maar de kiezers kunnen de kneusjes niet naar huis sturen.

Dit chronische gebrek aan democratische legitimiteit is acuut geworden dankzij de eurocrisis. Brussel heeft nieuwe bevoegdheden verworven om nationale begrotingen en andere mogelijke 'onevenwichtigheden' in de gaten te houden. Bezuinigingen en hervormingen zijn opgelegd aan landen die van de ondergang zijn gered – Ierland, Portugal en vooral Griekenland. Maar het 'economisch beleid' wordt ook elders gevoeld. De Italiaanse premier Silvio Berlusconi werd vervangen door een technocraat, Mario Monti. Binnen een paar dagen nadat hij aan het bewind was gekomen, werd tegen de nieuwe socialistische premier van België, Elio Di Rupo, gezegd dat hij zijn begroting moest snoeien, op straffe van sancties. Hongarije is zojuist te kennen gegeven dat het land volgend jaar 495 miljoen euro aan hulp zal mislopen als het er niet in slaagt zijn begrotingstekort onder controle te brengen.

Een onvolmaakt lichaam in een onvolmaakt systeem

"Regeringen beginnen nog maar net te begrijpen hoeveel macht ze aan de Europese Unie hebben overgedragen, zegt een eurocraat. Maar wie moet die macht controleren? Het Europees Parlement is een onvolmaakt lichaam in een onvolmaakt systeem. Kan dit parlement het verlies aan nationale soevereiniteit goedmaken?

Sommigen denken van wel. Vorige maand toog Monti naar Straatsburg om het parlement te prijzen voor de harde aanpak van de Commissie (waarvan hij zelf ooit deel uitmaakte). In een artikel dat hij samen met de Franse europarlementariër Sylvie Goulard schreef, legde hij het grootste deel van de schuld voor de crisis neer bij de nationale democratieën. De Duitse bondskanselier Angela Merkel heeft het over een toekomstige 'politieke unie' met een sterk parlement en een rechtstreeks gekozen president van de Commissie.

Voor anderen is het parlement niet de oplossing, maar deel van het probleem. De Britse oud-minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw heeft onlangs opgeroepen tot de afschaffing ervan. Het 'democratisch tekort' zo zei hij, kan beter worden gerepareerd door een assemblee van nationale parlementsleden dan door een rechtstreeks gekozen lichaam. Het Duitse constitutionele hof oordeelde in 2009 onder meer dat het Europees Parlement niet geloofwaardig genoeg was om de Bondsdag de controle over de begroting uit handen te laten geven. De Europarlementariërs hebben dus wel invloed op de manier waarop Europees geld wordt uitgegeven, maar niet op de manier waarop het wordt binnengehaald.

Geen eenvoudige oplossing

De Raad van Ministers behandelt het parlement als een agressieve adolescent: de Europarlementariërs geloven dat zij het Europees belang beter begrijpen dan de ministers; ze hebben een grote mond en denken zichzelf te kunnen meten met het Amerikaanse Congres, zonder over dezelfde middelen te beschikken; ze dringen voortdurend aan op meer macht en op meer geld; en ze willen altijd méér Europa, wat hun kiezers ook mogen denken. Commissieleden geven (privé) ook uitdrukking aan hun ergernis. Hoewel de Commissie zich vaak aan zijn kant schaart, zo zeggen zij, heeft het Europees Parlement de bevoegdheid haar weg te sturen, zonder enige verantwoordelijkheid te hoeven afleggen voor zijn daden.

Er is geen eenvoudige oplossing voor het probleem van het democratisch tekort in een systeem dat deels intergouvernementeel en deels federaal van aard is. Het is moeilijk te betogen dat Brussel minder rechtstreekse democratie nodig heeft, nu de Commissie juist meer bevoegdheden krijgt. De Europese politiek is te veeleisend geworden om haar aan parttimers over te laten. Kijk maar naar de buurman van het Europees Parlement in Straatsburg, de Raad van Europa (een ouder orgaan, dat los staat van de EU): die heeft een assemblee van nationale parlementariërs, die tweemaal per jaar vergadert, maar haar werk is zó obscuur dat de Britse Conservatieven er bondgenoten kunnen zijn van Vladimir Poetins partij Verenigd Rusland.

Voor meer legitimiteit zijn hervormingen nodig, zowel op nationaal als op Europees niveau. Het aantal van 754 parlementsleden van het Europees Parlement zou scherp omlaag moeten worden gebracht, evenals de uit de hand gelopen kosten. Voor het functioneren van het parlement zijn te veel akkoordjes nodig tussen de allianties van Europa's grote partijen. Toch zullen landen van cruciaal belang blijven voor de EU, hoezeer zij ook integreert. Haar bevoegdheden en financiële middelen ontleent de EU aan de nationele staten. Europese wetten worden ten uitvoer gelegd door nationale overheden. En bovenal is de politiek vooral een nationale aangelegenheid. Daarom moeten de nationale parlementen nauwer worden betrokken bij het werk van de EU, om te beginnen door het beleid beter te controleren. Het Deense systeem, waarbij de Folketing (het parlement) instemt met het onderhandelingsmandaat van ministers vóórdat zij naar Brussel gaan, is een goed voorbeeld. Ondanks al zijn gebreken zal het Europees Parlement blijven bestaan. Allemaal instappen voor de volgende trein naar Straatsburg!