**Eerst het goede nieuws: de Britten zouden de oorlog eindelijk achter zich hebben gelaten. Uit een YouGo-enquête die vorige week werd gepubliceerd zou blijken dat de Britse kijk op Duitsland steeds minder vaak wordt bepaald door onheilspellende mannen in zwarte laarzen. Ondanks het feit dat het overgrote deel van de Britten nog altijd sceptisch staat tegenover de EU en de rol van Duitsland daarin, hebben ze toch een heus zwak ontwikkeld voor de wijze waarop Duitsers hun land bestieren. Duitse politici, banken, scholen en ziekenhuizen krijgen een hogere waardering dan hun Britse tegenhangers. In feite is Duitsland het meest bewonderde land in Groot-Brittannië op één na, het hoeft alleen Zweden voor zich te dulden, maar laat de VS achter zich.

Tegenwoordig is de opvallendste term die Britten met Duitsland associëren “hard werken”: dat is merkwaardig, omdat het harde werken van de Duitsers vroeger juist de reden was dat veel mensen het land niet konden uitstaan. In 1906 gaf de Duitse socioloog Max Scheler al een verklaring voor de internationale antipathie ten opzichte van zijn landgenoten met hun “oprechte vreugde in het werk zelf – zonder een bedoeling, zonder reden, zonder een einde”. Rond dezelfde tijd bedacht zijn collega Max Weber de uitdrukking “protestants arbeidsethos” om het quasi religieuze aura rond werk in zijn vaderland te benadrukken. Vandaag de dag lijkt Duitsland dat ideaal meer dan ooit te belichamen: sinds afgelopen zondag worden de twee hoogste posten in het land immers bekleed door mensen die afkomstig zijn uit protestantse gezinnen: Angela Merkel is de dochter van een lutherse dominee, de nieuwe president Joachim Gauck is zelf vroeger dominee geweest.**

Duitsers gaan niet méér maar juist minder werken

**En dan nu het slechte nieuws: nadat Groot-Brittannië afscheid had genomen van een kijk op Duitsland die al zo'n 50 jaar zijn uiterste houdbaarheidsdatum had overgeschreden, lijkt het land nu een stereotype beeld te hebben omarmd dat nog meer achterhaald is. In werkelijkheid werken Duitsers namelijk niet harder dan Britten. Ze gaan juist steeds minder werken.

Uit een EU-rapport over vakantiedagen uit 2010 bleek dat Duitsland met 40 dagen per jaar bovenaan stond, vergeleken met 33 dagen voor het “werkschuwe” Griekenland. In het huidige tijdperk van het ‘nieuwe werken” en voortdurend knipperende BlackBerry’s is het lastig om exacte werktijden vast te leggen. Toch staat Duitsland in geen enkel recent onderzoek boven Groot-Brittannië, waar kantoorpersoneel 43,6 uur per week werkt, terwijl het EU-gemiddelde op 40,3 uur ligt.

Onlangs werd in Duitsland nog een nationaal debat gehouden over het burn- outsyndroom of uitputtingsverschijnselen als gevolg van het werk, iets dat de Britse media kennelijk geheel is ontgaan. De afgelopen zes jaar zijn tal van vooraanstaande politici, topmannen en voetbalcoaches opgestapt vanwege stress. Zelfs de katholieke bisschoppen in Duitsland klaagden op hun jaarlijkse conferentie over vermoeidheid op het werk – je vraagt je af hoe Weber daarmee zou zijn omgegaan.**

Britse pers noemde oververmoeidheid een "geheimzinnige ziekte"

Uit een recent onderzoek bleek dat maar weinig psychiaters het burn-outsyndroom in medische termen konden definiëren, maar dat wil nog niet zeggen dat we hier te maken hebben met een geval van Duitse vrees. Het zou gewoon kunnen betekenen dat Duitsland veel verder vooruitkijkt als het aankomt op de betekenis van werk in onze 21e wifi-eeuw. Ondertussen gaat de tredmolen in Groot-Brittannië gewoon door. Toen topman Antonio Horta-Osario van Lloyds zes weken verlof nam vanwege vermoeidheidsverschijnselen werd dat in de Britse pers weggehoond als een "geheimzinnige ziekte".

We zouden ons natuurlijk kunnen afvragen of een typisch Duits idee van werken eigenlijk wel bestaat. In het nieuwe boek van Harold James over de Pruisische staal- en wapenfabrikant Krupp wordt de oprichter van het bedrijf aangehaald, die suggereert dat het protestantse arbeidsethos niet zo zeer te maken heeft met lange dagen op kantoor, maar veel meer werk zinvol maken: “Het doel van werken zou het algemeen welzijn moeten zijn”, vertelde Alfred Krupp, “Want werk is een zegen, werken is bidden.” Het recente besluit van Volkswagen om de Blackberry van medewerkers buiten kantooruren te blokkeren zou een aanwijzing kunnen zijn dat dit ideaal nog niet helemaal heeft afgedaan.

Wie weet zegt de nieuwe Britse voorliefde voor “hardwerkend” Duitsland wel meer over de Britse vrees dan over Duitse wapenfeiten? Als Duitsers erin slagen een gemiddeld aantal uur per week te werken, met plezier nog wel, en bovendien de succesvolste economie in Europa te zijn, waarom blijven Britten dan nog zo verdomd hard werken?