De toekomst die ons voorbehouden is, begint op de laagvlakte van Gioia Tauo, in de plaats Rosarno in de provincie Reggio de Calabrië waar tussen 7 en 10 januari een heuse stadsguerrilla heeft plaatsgehad. Hier komen de grootste problemen van onze beschaving samen: hele bevolkingsgroepen die armoede en oorlog zijn ontvlucht; angst die immigranten en inwoners het leven vergalt; heksenjachten tegen mensen die “anders” zijn en een internationaal opererende maffia. Hierbij komt bovendien het onvermogen om de migratiestromen een halt toe te roepen, want sinds lange tijd vindt men geen Italianen meer of burgers uit andere rijke landen die bereid zijn om, voor hetzelfde salaris, het werk te doen dat de Afrikanen zijn komen doen. En tenslotte: de hypocrisie van degenen die denken dat een monoculturele identiteit, die herwonnen zou moeten worden, een uitkomst zou kunnen bieden.

In Rosarno knokken de zwarte immigranten tegen de particuliere patrouilles die inwoners in het leven hebben geroepen, die geïnfiltreerd zijn door de n’drangheta [de mafia van Calabrië] en uitgerust zijn met vuurwapens. Volgens de minister van Binnenlandse Zaken heeft de opstand niet te maken met de maffia, maar met illegale immigratie die hij van plan is uit te roeien om daarmee aan alle ellende een eind te maken. Maar hij heeft het mis. Italië heeft al jarenlang een slechte reputatie, die immigranten angst inboezemt. Het toppunt van immoraliteit is wel als onze ministers immigrantenopstanden in Spanje of Frankrijk aanhelen, alsof de vergissingen die in andere landen worden gemaakt hun eigen misstappen zouden kunnen vergoelijken. Maar de opstanden van de laatste dagen vloeien voort uit, en illustreren, het falen van de Staat.

Aan de opstanden van vandaag is een lange geschiedenis voorafgegaan. De immigranten die in Rosarno in een alles verslindende woede zijn ontstoken, zijn dezelfde die in december 2008 in opstand waren gekomen tegen de n’drangheta. Vier van hen waren daarbij gewond geraakt en de Afrikanen hadden toen iets gedaan wat Italianen al sinds jaren niet meer doen: ze waren de straat opgegaan om de Staat om meer rechtvaardigheid en legalisering te vragen. Ze hadden dapper meegewerkt aan de gerechtelijke onderzoeken, de ‘omerta’ [geheimhoudingsplicht van de maffia] geschonden en daarmee grote risico’s gelopen. Ze hadden geen verblijfsvergunning en ze hadden hun uitbuiters openlijk aangegeven.

De ramp was te voorspellen

Roberto Saviano ook schrijft in zijn boek Gomorra, dat de Afrikanen Rosarno zullen redden, en misschien wel Italië. Nauwelijks een jaar geleden waren de Afrikanen in Castel Volturno in opstand gekomen nadat een aantal leden van de camorra, de Napolitaanse maffia, zes van hun in koelen bloede had vermoord.

Wat er daarna gebeurde was een ramp die te voorspellen was. Om zich er een voorstelling van te maken, hoeft men slechts te kijken naar de leefomstandigheden van deze Afrikanen, die anti-mafia organisaties aan de kaak stellen. De films die Artsen zonder Grenzen had gemaakt waren spraakmakend, en spraken al over een humanitaire crisis op de laagvlakte van Gioia Tauro. De situatie waarin deze Afrikanen in verlaten bedrijfspanden wonen, is amper anders te noemen: ze wonen rond kampvuurtjes en vooral bergen afval, in kartonnen schuilplaatsen of tenten zonder sanitair. Beelden die de Gazastrook oproepen of sloppenwijken in Pakistan.

Het is een verkeerd om te doen alsof deze wanstaltige omstandigheden het gevolg zijn van een buitensporige tolerantie jegens illegale immigranten. We hebben deze Afrikanen zelf opgeroepen hier te komen om sinaasappels te plukken, omdat we wisten dat niemand dit werk zou willen doen tegen die prijs en voor zoveel uur per dag (25 euro voor een werkdag van 16 à 18 uur, waarvan 5 euro in de zak van een maffiose tussenpersoon en buschauffeur verdween).

Een filmpje van Artsen zonder Grenzen uit december 2009 over Rosarno

Na dit oogluikend te hebben toegestaan, en miljoenen euro’s in de provincie te hebben gestoken die in de zakken van maffiose en louche politici zijn verdwenen, moet men hier niet vreemd van opkijken. De ophef van de laatste dagen heeft niets verbazingwekkends: als deze Afrikanen niet worden beschouwd als mensen is het onmogelijk dat, zoals in The Grapes of Wrath van John Steinbeck, de opstand niet vroeg of laat uitbreekt. Met de toename van klimaatrampen zullen enorme bevolkingsgroepen zich verplaatsen. Grote crises moeten het hoofd worden geboden met grote toekomstplannen waaruit nieuwe vormen van solidariteit kunnen ontspruiten. Over integratie moet in het groot worden nagedacht, en daarmee vandaag de toekomst worden voorbereid.

Er wordt wel gezegd dat als we onze wortels opgeven en omringd worden door mensen die niet zo zijn als wijzelf die ons tot rassenvermenging veroordelen, we bezig zijn onze identiteit te verliezen. Ook dat is een leugen. In werkelijkheid zijn we al veranderd: niet omdat rassenvermenging al lang een feit is, maar omdat onze identiteit in de tijd dat we massaal emigreerden en te maken hadden met geweld –namelijk een nieuwsgierige, gastvrije, open identiteit- niet meer bestaat. De identiteit die we zijn kwijtgeraakt zullen we alleen terugvinden als we haar niet verraden door onszelf een valse identiteit aan te meten. Alleen als we onder ogen zien dat het probleem waarvoor we een oplossing moeten vinden niets te maken heeft met de Italiaanse identiteit, maar met de identiteit van de mensheid.