**Alsof de gruwelen van Toulouse nog niet genoeg waren, alsof de verdenking van de betrokkenheid van Al Qaida bij de aanslag niet genoeg was, en alsof de voortdurende kritiek op Israël niet genoeg was, hebben we nu opnieuw een nieuwe denkbeeldige vijand geschapen: Catherine Ashton, hoofd Buitenlandse Zaken van de Europese Unie.

Ashton heeft een paar smakeloze opmerkingen gemaakt over het wrede lot van omgekomen kinderen. Daarbij haalde ze onbedoeld verkeersslachtoffertjes (België), oorlogsslachtoffers (Syrië, Gaza en Sderot) en de slachtoffers van haatmisdrijven (Frankrijk) door elkaar. En onmiddellijk, en ik bedoel écht onmiddellijk, heeft Israël dit opgeklopt tot een internationaal schandaal, ondanks de indrukwekkende staat van dienst van Frankrijk als het om de joodse gemeenschap gaat, in de eerste plaats dankzij de Franse president.**

Israël maakt verbeten jacht op zulke uitlatingen

**Ashton, niet een heel belangrijke functionaris, maar klaarblijkelijk wel één met goede bedoelingen, heeft zich versproken. We beseffen dat haar intenties niet slecht waren, en zeker niet tegen Israël gericht. Dat blijkt als je goed naar haar uitlatingen luistert. Ashton betreurde het lot van kinderen die voor niets om het leven zijn gekomen, zoals politici dat plegen te doen. Maar de grootschalige aanval van Jeruzalem (en Tel Aviv), georkestreerd door de premier en de minister van buitenlandse zaken, en ondersteund door een koor van journalisten en deskundigen, was verkeerd en onnodig, net als de opmerkingen van Ashton zelf.

Niemand zou Ashton zo fel hebben aangevallen als ze een vertegenwoordigster van de Verenigde Staten was geweest. Deze aanval op Ashton en anderen die zich op soortgelijke wijze hebben uitgelaten is verdacht en waarschijnlijk onoprecht. Misschien maken we opnieuw op cynische wijze misbruik van de misstap van een publiek functionaris om nóg meer schuldgevoelens met betrekking tot Israël te los te maken, de wereldleiders nóg meer angst in te boezemen en nóg meer waardeloos politiek rumoer te schoppen.

Israël maakt verbeten jacht op dit soort uitlatingen. De implicaties op de langere termijn zijn gevaarlijk. Ashton, die nooit als een vijand van Israël is beschouwd, maar eerder als een typisch Europese functionaris, die vindt dat de Israëlische bezetting moet eindigen, zal misschien beter op haar woorden letten, maar voortaan een grote wrok koesteren tegen Israël omdat het land haar nu vernederd heeft. Dat is niet goed voor het land.**

Palestijnse strijd mag niet worden vergeleken met andere bevrijdingsstrijd

**De Israëlische regering mag nooit met iets anders worden vergeleken – niet met het apartheidsregime en niet met andere onderdrukkers van de vrijheid in de wereld, niet met andere bezetters en niet met andere kolonialisten. Wij zijn altijd anders. De kinderen van Sderot mogen niet worden vergeleken met de kinderen van Gaza, en de kinderen van Toulouse mogen niet worden vergeleken met andere kinderen die elders zijn omgekomen bij nationalistische haatmisdrijven.

Onze kinderen zijn anders, niet alleen voor ons – dat ligt voor de hand. Ze moeten voor de hele wereld anders zijn. Dat is onze onvoorwaardelijke eis. Ook de Palestijnse strijd mag niet worden vergeleken met de bevrijdingsstrijd in andere delen van de wereld. Het lot van iedereen is bezegeld die Israël durft te vergelijken met iets anders.

De mini-storm rond Ashton zal binnen een dag vergeten zijn. Israël zal opnieuw een minuscule overwinning vieren, maar de negatieve bijwerkingen stapelen zich onderhand op. Het was niet Ashton die haar verstand heeft verloren, maar Israël, dat de rol speelt van de eeuwig beledigde partij. En dit gebeurde net op het moment dat de wereld medeleven toonde met de slachtoffers en zich opmerkelijk empathisch opstelde jegens Israël.**