**Na de twee wereldoorlogen waarin Europa zichzelf had gestort (er was geen externe vijand, geen honger of 'ruimtegebrek' die ons continent bedreigde), dachten wij dat we vanuit politiek, economisch, militair, moreel en filosofisch oogpunt het recht hadden verspeeld om leiding aan de wereld te geven; met andere woorden, we konden niet langer de rol van supermacht op ons nemen.

Daarna volgde een verwarrende periode van wederopbouw waar Europa goed uit is gekomen dankzij omvangrijke steun via het Marshall-plan (de Amerikanen hebben een continent geholpen dat aan de wieg stond van een wereldoorlog; het ging daarbij niet om leningen maar om giften!). Uiteindelijk is Europa herrezen en heeft het iets opgebouwd wat in zijn geschiedenis ongekend was: een vrije unie van naties die geen oorlog voeren maar met elkaar in discussie gaan en handel drijven.**

Europa heeft nooit eerder zo’n lange vrede gekend

**Maar aan dit nieuwe Europa ligt nog een ander, belangrijker basisbeginsel ten grondslag dat hier beslist niet onvermeld mag blijven: het is onverstandig volken of economisch verzwakte regio's te vernietigen (of niet te helpen). Vroeger dacht men dat je alleen maar welvaart kon bereiken ten koste van anderen; de huidige gangbare opvatting staat daar diametraal tegenover. De beste weg naar welvaart is samenwerking en geen onderlinge strijd. Daarin schuilt de schoonheid van de economie: ze verbindt en voedt zich met de verschillen. Vandaag de dag verbindt de handel ons zo sterk dat de schipbreuk van een kleine economie bij ons een grote schok op emotioneel en financieel-economisch gebied teweegbrengt. Zo groot dat we er alles aan doen om de ondergang van die economie te voorkomen, zolang er tenminste nog een greintje hoop is.

Trouwens, als het bijna-faillissement van Griekenland (maar ook van Hongarije of Ierland) zestig jaar of nog langer geleden aan de orde was geweest, zouden onze toenmalige politieke en economische leiders waarschijnlijk één doel voor ogen hadden gehad: het verzwakte land zo slim mogelijk militair bezetten. Tegenwoordig proberen we bijna letterlijk met al onze kracht (voor zover die ons nog rest) deze landen te hulp te komen. Wellicht zult u daartegen inbrengen dat we ons zulke inspanningen getroosten om er zelf beter van te worden. Dat mag zo zijn, maar alleen dit al is een enorme vooruitgang.

Ik laat het aan het oordeel van de lezer over of deze grotere solidariteit en de beperking van conflicten het gevolg zijn van de lessen van de geschiedenis, een versterking van de Europese gezindheid of het werk van de instellingen van de EU (die vanaf hun oprichting het gebruik van wapens die in handelsoorlogen worden gehanteerd, zoals devaluatie, douanerechten of protectionisme, hebben uitgebannen). Hoe het ook zij, één ding is zeker: Europa heeft nooit eerder een zo lange periode van vrede gekend. Vanuit deze hoofddoelstelling bezien is het project van een geïntegreerd Europa volledig geslaagd. We moeten het continent daar dankbaar voor zijn, al heeft dat succes soms een prijs.**

We hebben gemeenschappelijke regels nodig

**Net als in de Oudheid lopen de Grieken ook nu weer voorop. Zij zijn tien jaar vóór Italië, Spanje, maar ook ons land [Tsjechië] en zelfs Duitsland failliet gegaan. Als wij allemaal in de voetsporen van de voorbije generaties blijven treden, zullen wij ook met een faillissement worden opgezadeld. De markten blijken te weinig veiligheidsmarges in te bouwen en reageren ontoereikend op de staatsschuld. Zij zijn eenvoudigweg niet in staat landen die schulden maken, tot behoedzaamheid te dwingen. Die taak moet worden opgepakt door democratische burgers en hun politieke leiders. Maar kennelijk lukt ons dat niet. Daarom hebben wij gemeenschappelijke regels nodig om te voorkomen dat we ons in de schulden steken, maar ook en vooral (!) om te zorgen dat bestaande schulden tijdens jaren van overvloed worden afgelost.

Dat was en is nu juist de opzet van het begrotingspact dat wij onlangs hebben verworpen. Tsjechië moet snel zijn eigen fiscale regels opstellen. Zo niet, dan dreigt het zich zeer binnenkort een beetje te veel in de kijker te spelen. Ik durf zelfs te wedden – en het zal op de lachspieren werken – dat onze regels behoorlijk sterk zullen lijken op de voorschriften die we net hebben afgewezen. We moeten daarbij wel bedenken dat het voor ons, in tegenstelling tot de rest van de EU, erg moeilijk zal zijn ons aan die regels te houden; er is immers geen zweep die we samen met anderen hebben gevlochten, die ons in het gareel houdt.

Alles welbeschouwd hebben we geluk dat de Europese landen die failliet dreigen te gaan, slechts kleine economieën zijn. Laten we hopen dat deze waarschuwingen (die de huidige regering tijdens de vorige verkiezingen hoogstwaarschijnlijk de winst heeft opgeleverd) voldoende zijn. Hoeveel, nog grotere, faillissementen hebben we nodig om de waarheid onder ogen te zien?**