Ik vraag mij af waarom de Roemeense samenleving zulke ruziemakers voortbrengt. Ik heb diverse reizen gemaakt en verscheidene jaren in enkele westerse landen gewoond. Maar ik kan niet zeggen dat ik die werelden even goed ken als Roemenië, dat voor mij geen geheimen herbergt.

Toch durf ik te stellen dat er in geen enkele andere maatschappij sprake is van zoveel negativiteit en zoveel verwonde zielen die zich willen wreken op alles – het maakt niet uit wat – op de anderen, op zichzelf of op het leven.

Dat betekent niet dat het Roemeense volk in zichzelf geen harmonie zou kennen. Ik heb altijd gezegd dat ons land wordt bevolkt door heel veel verstandige, goede en intelligente mensen, maar dat hun geluid niet krachtig genoeg is om te worden gehoord.

Er is echter een kleine luidruchtige groep van lieden die er kennelijk moeite mee hebben hun positie ten opzichte van de wereld te bepalen.

Grofheid en fysiek en verbaal geweld

Dat is de groep die choqueert. En niet alleen ons, Roemenen, maar ook de bezoekers van ons land of mensen die voor het eerst met ons in contact komen, hier of in het buitenland.

Deze Roemenen wekken de indruk dat we allemaal uit hetzelfde hout gesneden zijn. Het zijn degenen die de wet minachten, omdat ze de mensen minachten. Het zijn enorme egoïsten.

Zonder een spier te vertrekken maken ze recht wat krom is en omgekeerd. Je komt ze overal tegen; in de politiek, onder de ‘tv-sterren’, in discussiefora, in stadions, bij de buren.

Op een gegeven moment moet je je wel afvragen hoe het kan dat onze samenleving zoveel grofheid, extreem fysiek en verbaal geweld, seksisme, racisme en alle bijbehorende ingrediënten produceert.

Volgens mij heeft dit verschijnsel, historisch gezien, zeer diepe wortels. In de moderne geschiedenis heeft het communisme uiteraard een wezenlijke rol gespeeld. Met de sociale omwenteling die daarvan het gevolg was, is ook een enorme omwenteling van de mentaliteit opgetreden: het communisme heeft klassenhaat gepropageerd, het heeft het dunne laagje beschaving dat we hadden, vernietigd en ongeschoolde en onbeschaafde personen aan de macht gebracht.

Tegenwoordig gebruiken hun erfgenamen de wellicht grootste verworvenheid van het postdecembertijdperk [de revolutie van december 1989, die het einde van de communistische periode inluidde], het vrije woord, als vervaarlijke springplank. Allemaal hebben ze hun mondje weer vooraan, maar degenen die met hun krijsende stem het hardst roepen, zijn de boosdoeners.

Een onbeschaafd en barbaars oord

Elke dag zien we hoe mensen die belangrijke pijlers van onze cultuur vormen, als herten worden opgejaagd en omsingeld door een meute wolven, door lieden zonder enig moreel gezag of potentie daartoe.

Het gaat om individuen die de geschriften van deze steunpilaren niet lezen en die hen intens haten, omdat zij in hun populariteit hun eigen echec op persoonlijk en professioneel vlak belichaamd zien.

Evenzo zien we elke dag hoe een klein aantal personen, die anderen uitschelden en lichamelijk geweld niet schuwen, beschaafde mensen, die de vrijheid van meningsuiting wilden gebruiken om rustig van gedachten te wisselen, geleidelijk van de discussies in ons land uitsluiten.

Op dit moment steekt in Roemenië een nieuw populisme de kop op dat binnenkort de macht zal grijpen [er zijn in Roemenië de laatste tijd meerdere populistische partijen ontstaan, zoals PPDD – de Partij van het Volk]. Deze populisten zetten hun tegenhangers uit het vorige decennium te kijk als een stelletje amateurs. Daarmee valt datgene waarvan wij allemaal droomden, namelijk dat we door een goed opgeleide en actieve middenklasse zouden worden bestuurd, in duigen.

Niemand zou blij moeten zijn met de ondergang van de intellectuelen. Dat betekent namelijk dat ook het onderwijs ten dode is opgeschreven en dat onze wereld zal verworden tot een onbeschaafd en barbaars oord. We lezen niet meer en denken niet langer zelf na. We laten de televisiezenders bepalen wat we mooi vinden en wat niet. We hebben een bittere smaak in de mond, omdat we het gevoel hebben dat we een unieke kans hebben laten liggen om ons de democratie eigen te maken. Het lijkt erop dat we dit idee door het slijk hebben gehaald, net als ten tijde van het communisme met het gelijkheidsbeginsel is gebeurd.