Portugal: De Angolese overname

2 april 2012 – Visão (Lissabon)

Of het nu om banken, oliemaatschappijen, mediabedrijven of telecomondernemingen gaat: de door de crisis aangewakkerde gretigheid van de Angolezen om Portugese bedrijven over te nemen lijkt onverzadigbaar. Deze tendens, waarvan het einde nog niet in zicht is, valt misschien te verklaren door een gebrek aan geld aan de ene kant en een overdaad daaraan aan de andere kant. Maar dat is niet het enige.

Ze komen stilletjes binnen, door een aantal aandelen in een onderneming te kopen. Vervolgens wachten ze tot het bedrijf, of een andere aandeelhouder, geld nodig heeft – want daaraan ontbreekt het deze Angolese investeerders niet. Stap voor stap vergroten ze hun participatie, totdat ze een meerderheidsbelang hebben. Op dat moment kunnen ze bestuurders benoemen en de macht overnemen.

De bankensector, die duidelijk symbool staat voor macht (Angola heeft een groot belang in verscheidene Portugese financiële instellingen), vormt niet het enige doelwit van dit Portugeestalige land in Afrika. Ook andere sectoren oefenen steeds meer aantrekkingskracht uit op investeerders die banden hebben met de Angolese macht, die in handen is van president José Eduardo dos Santos. Maar hun strategieën, die minder georganiseerd zijn dan je zou denken, houden ze goed voor zich. We zien hoe Angolezen een belang nemen in mediabedrijven, in de energiesector en zelfs in de voedingsmiddelensector. Op die manier zijn de afgelopen jaren door heel Portugal heen – van de Douro tot de Algarve – meerdere grote ondernemingen door Angolezen overgenomen.

“Wijn en spijsolie zijn producten waar veel vraag naar is en waar in Luanda [de Angolese hoofdstad, red.] exorbitante prijzen voor moeten worden betaald. Daarom hebben Angolezen besloten om wijn- en olieproducerende bedrijven in Portugal over te nemen, zodat ze de controle krijgen over het hele traject", legt een bedrijfsleider van een import-exportmaatschappij uit.

Touwtjes in handen

Het geval van de BCP (Banco Comercial Português) illustreert bij uitstek hoe de Angolese strategie in Portugal werkt. Sonangol (Sociedade Nacional de Combustíveis de Angola, de nationale oliemaatschappij van Angola) had in 2008, toen de crisis uitbrak, geen enkele moeite om 469 miljoen aandelen van deze bank te kopen, oftewel 9,99% van het kapitaal. Eind 2011 was het belang van de Angolese oliemaatschappij in de BCP gestegen tot 12,44%. Toen Sonangol eenmaal een meerderheidsbelang had, nam het de touwtjes van de bank in handen en veranderde het de complete bestuursstructuur.

En de Angolese opmars beperkt zich niet tot de BCP. Zo heeft de dochter van de Angolese president, Isabel dos Santos, via haar onderneming Santoro Finance een belang van 9,99% in de Portugese investeringsbank BPI (Banco Português de Investimento). Zij is momenteel de op twee na grootste aandeelhouder van de bank, vlak achter de Spaanse bank La Caixa en de Braziliaanse groep Itaú. Daarnaast heeft deze uitgekiende onderneemster een belang van 25% in de Banco BIC Angola, die goed garen heeft gesponnen bij de privatisering van de Banco Português de Negócios (BPN).

Ondanks de huidige problemen is de bankensector, die zijn eigen kapitaal moet vergroten en met liquiditeitsproblemen kampt, nog altijd erg in trek bij Angolese investeerders. Hoe komt dat? “Het geeft een zekere standing, vooral als je een dusdanig groot belang verwerft, dat je een belangenbehartiger kunt benoemen in een van de organen van de instelling”, verklaart een bron uit de bankenwereld.

En dan hebben we het er nog niet over, dat “de bank als springplank kan dienen naar andere bedrijfssectoren”, aldus een hoge Portugese diplomaat.

Geld is kennelijk geen probleem

Laten wij daarom eens naar andere sectoren kijken, zoals de aardoliesector. Dat mag dan een andere sector zijn, de investeerder is nog altijd dezelfde, namelijk Sonangol. Het doelwit, de Portugese maatschappij Galp, is goed in kaart gebracht, en de veroveringsstrategie begon met de overname van 45% van Amorim Energia, dat zelf weer 33,4% van de aandelen van Galp bezit. De doelstelling is natuurlijk om verder te gaan. Geld is daarbij kennelijk geen probleem, zoals blijkt uit het grote aantal investeringen in andere sectoren, zoals de telecommunicatie- en mediasector.

Wat de televisiezender ZON betreft, daar heeft Isabel dos Santos persoonlijk op ingezet. Via haar holding Kento heeft zij een belang van 10 procent genomen in deze door Rodrigo Costa geleide betaalzender. En het is niet waarschijnlijk dat zij het daarbij laat.

In de mediasector bezit Newshold, dat voor 91,25 procent in handen is van Pineviews Overseas (dat formeel in Panama City zetelt), participaties in diverse Portugese persconcerns. Officieel heeft Newshold een belang van 15 procent in Cofina, dat eigenaar is van verscheidene kranten, waaronder Record, Correio da Manhã en Jornal de Negócios. Newshold heeft tevens een deelneming in het kapitaal van Impresa, dat eigenaar is van de magazines Visão en Expresso en van de televisiezender SIC.

Klimaat waarin goede verstandhouding kon ontstaan

Maar waarom is Angola sinds een jaar of tien zo geïnteresseerd in Portugal? Het economische aspect (wij maken een recessie door, zij een sterke groei) is maar een deel van het antwoord. Het andere deel is politiek. De Vredesakkoorden van Bicesse [die in 1991 een einde maakten aan de Angolese burgeroorlog, red.], die onder auspiciën van Portugal ondertekend werden, betekenden een keerpunt in de betrekkingen tussen de beide landen. Evenzo is er sprake van een tijdperk vóór en na Aníbal Cavaco Silva [die destijds premier was van Portugal; nu is hij president, red.].

Onder zijn doortastende leiding schiep Lissabon toen een klimaat (en dat is nog steeds zo) waarin een goede verstandhouding kon ontstaan tussen de instellingen van de twee landen en gingen de deuren van de inmiddels vreedzame Angolese economie definitief open voor de Portugezen.

En met de politieke toenadering kwamen ook de zaken op gang. Bij ieder staatsbezoek (José Eduardo dos Santos bezocht Lissabon in 2009), zowel van Angolese als van Portugese zijde, reist er niet alleen een stoet van ministers, staatssecretarissen en afgevaardigden mee. In hun kielzog bevindt zich stelselmatig ook een groep ondernemers, die gewoonlijk wegwijs wordt gemaakt door het Agência para o Investimento e Comércio Externo de Portugal (AICEP, agentschap voor investering en buitenlandse handel van Portugal).

In wezen doen de politici dienst als handelsvertegenwoordigers. En hoe meer bilaterale betrekkingen er tot stand worden gebracht, hoe beter zij ervoor staan.

Factual or translation error? Tell us.