De Duitsers moeten de broekriem aantrekken, maar ook hun zwakkere partners, hun favoriete vakantielanden, te hulp schieten. Het zit zo: het failliet van een staat blijft zelden tot binnen de landsgrenzen beperkt. In dit geval zou hiermee het doodsvonnis worden getekend van de Euro, een monetaire chaos in heel Europa teweeg worden gebracht en de politieke stabiliteit van het hele continent in gevaar komen. Het is als een dominospel, waarvan het eerste stuk is gevallen op 8 december, in Londen.

Brian Coulton gaf zijn oordeel over Griekenland. Coulton leidt de analyse-dienst van de kredietbeoordelaar Fitch dat het solvabiliteitscijfer van landen berekent. In zijn computer beperkt een land zich tot een reeks cijfers: groeicijfers, inflatiecijfers, het niveau van belastingheffing. Zijn werk bestaat eruit al die gegevens te vergelijken met wat de regeringen zeggen en hun een obligatierating te geven die goud waard is. De beste score (AAA) krijgen landen als Duitsland, wat hun in staat stelt om kapitaal tegen de meest gunstige voorwaarden te lenen. Sinds een paar weken is Coulton bezig met het nieuws dat hij vanuit Athene krijgt.

Om 13.27 uur verschijnt op het scherm van een grote bank in Frankfurt het volgende bericht: "Fitch verlaagt de obligatierating van Griekenland tot BBB+". Het nieuws is te zien op alle televisieschermen van het financiële agentschap Bloomberg, anders gezegd: op enkele duizenden in de wereld. BBB+ betekent "opletten, risico op faillissement!". Meteen beginnen de grote investeerders hun obligaties van de Griekse regering te verkopen.

Grote schulden leiden niet onvermijdelijk tot chaos. In de 19de eeuw raakte Spanje acht keer failliet. De faillissementen van een staat zijn gevaarlijk omdat de gevolgen ervan moeilijk zijn te overzien. Verliezen maken de markt onrustig en een onrustige markt is nooit ergens goed voor. De investeerders trekken zich terug uit andere economieën, die niet betrokken zijn, alleen omdat ze een zwakke reputatie hebben. En geven we geen instabiele leningen aan de helft van de wereld?

Buitenlandse inmenging is nachtmerrie van elke regeringsleider

Griekenland, Italië of Spanje zouden geneigd kunnen zijn om hun drachmen, lires en peseta's terug te nemen om hun geld te devalueren en zo hun export te stimuleren. Beursspeculanten zouden opnieuw hun geld zetten op een land, ten koste van een ander, zoals eerder is gebeurd, en zo de welvaart van alle Europese naties in gevaar brengen.

Duitsland heeft zijn buren altijd gewaarschuwd voor dit scenario. Maar vandaag, in Berlijn, is de regering unaniem: de Europese lidstaten moeten ingrijpen voordat het tot een faillissement komt. De vraag is alleen niet of Duitsland de Grieken te hulp wil komen, maar of deze wel hulp willen. Wat "redden" betekent ook "meedoen met regeren". De landen die zijn gered verliezen een deel van hun onafhankelijkheid ten gunste van het buitenland. De controle op de financiën, een voorrecht van de regering in elk democratisch systeem, is verloren. De nachtmerrie van elke regeringsleider.

Veel economen pleitten echter voor deze oplossing; het is immers niet de financiële crisis die deze landen in een economische malaise heeft doen belanden. De crisis heeft ze er alleen wat dieper in weggeduwd. De Griekse regering heeft een verkeerd beeld gegeven van de economische prestaties van het land. De Italianen en de Portugezen hebben hun salarissen twee keer zoveel laten stijgen dan het Europees gemiddelde. De Spaanse regering heeft niets gedaan tegen speculaties op de onroerendgoedmarkt. Om uit de crisis te raken moeten al deze landen het salarisniveau verlagen om weer te kunnen concurreren.

Elke lidstaat heeft in zijn eigen belang gehandeld

In 2003, toen de rood-groene coalitie [van Gerhard Schröder] zijn agenda voor 2010 aankondigde, zakte de Duitse economie in een crisis. Bedrijven hebben hun uitgaven gerationaliseerd, werknemers hebben afgezien van een salarisverhoging. En in Duitsland heeft zich een klein salariswonder voltrokken. De regering heeft de verkiezingen [in 2005] verloren maar het Duitse bedrijfsleven heeft zijn Europese concurrenten die tot dan toe goedkoper waren, voorbij kunnen streven. In zekere zin zijn de eerste dominostenen die tot een Grieks, Spaans en Italiaans faillissement zouden kunnen leiden, niet omver geduwd door ratingbureau Fitch, maar door de Duitse bedrijven en hun salarisadministraties.

De monetaire unie staat aan de rand van de afgrond omdat elke lidstaat alleen in zijn eigen belang heeft gehandeld. De Europese Commissie pleit om het nationale politieke beleid van alle landen afzonderlijk meer op elkaar af te stemmen. Elk land moet bereid zijn een interventie van buiten te accepteren. De Spaanse premier wilde zelfs sancties voor koppige landen. Dat maakt de bittere pil van het verlies van onafhankelijkheid voor Griekenland misschien wat makkelijker door te slikken.