“Duizend miljard dollar.” Minister De Jager spreekt bijna op fluistertoon als hij de omvang van het nieuwe Europese noodfonds bekendmaakt. Maar als Europese ministers van Financiën de dollar inroepen om de stabiliteit van de eurozone garanderen, is dat een teken aan de wand.

Er is namelijk helemaal geen 1.000 miljard dollar beschikbaar voor het Europees Stabiliteitsmechanisme, het fonds waarop Spanje en Italië moeten terugvallen als een faillissement dreigt. Ook geen 800- of 700 miljard euro, de bedragen waar de officiële verklaring van de ministers trots melding van maakt. Wat De Jager en zijn eurocollega's vrijdag presenteerden, is een trompe-l'oeil: gezichtsbedrog. Gegoochel met cijfers dat de geloofwaardigheid van het noodfonds – vanaf 1 juli operationeel – van meet af aan ondermijnt.

De basis voor deze mathematische magie werd door de Europese regeringsleiders gelegd. Zij besloten afgelopen najaar dat de gecombineerde leencapaciteit van het reeds bestaande én het nieuw op te richten noodfonds maximaal 500 miljard euro mocht zijn. Om vervolgens in hun blijde boodschap hierover vooral de nadruk op het getal 500 te leggen. Dat er feitelijk maar 300 miljard euro nieuw geld beschikbaar was – 200 miljard van het oude fonds was al ingezet om Griekenland, Portugal en Ierland van de ondergang te behoeden – werd verzwegen.

In december besloten dezelfde leiders de omvang van het gecombineerde fonds 'te heroverwegen', Brussels jargon voor verhogen. De financiële markten, de VS, de OESO, het IMF, alle hadden duidelijk gemaakt dat zelfs 500 miljard euro nieuw geld onvoldoende is om te voorkomen dat gerichte actie van speculanten tegen één land (Italië) de rest van de eurozone zou meeslepen.

Oude koek gelardeerd met een toef gebakken lucht

De Europese Commissie legde vervolgens een helder plan op tafel: voeg de ongebruikte gelden uit het oude fonds (240 miljard) toe aan het nieuwe ESM en je hebt 740 miljard: de 'one trillion dollar baby'. Dat zou de markten overtuigen en het IMF verleiden ook zijn oorlogskas tegen de eurocrisis te versterken.

Onder druk van Duitsland verdween dit voorstel vrijdag van tafel en toverden de euroministers iets nog groters tevoorschijn: 800 miljard euro. Het bleek de optelsom van de eerder beloofde 500 miljard, plus de 200 miljard leningen uit het oude fonds, plus de 100 miljard van de eerste Griekse noodhulp. Oude koek dus, gelardeerd met een toef gebakken lucht.

Het is niet de eerste keer dat de euroministers zich schuldig maken aan rekenkundige rariteiten. Het oude noodfonds werd bij zijn geboorte in mei 2010 ook al een ‘one trillion dollar baby’ gedoopt. Er zou 750 miljard euro in zitten: 500 miljard van de EU en 250 miljard van het IMF. Het EU-aandeel verschrompelde in de maanden nadien tot 250 miljard, het gevolg van de extra garanties die nodig zijn om geld uit te lenen.

Niets meer van de Chinezen vernomen

Na veel politiek zuchten en steunen, besloten de eurolanden hun bijdrage te verhogen tot 440 miljard. De Chinezen en financiële hefboomconstructies zouden dit bedrag vervier- of -vijfvoudigen. Noch van de Chinezen, noch van de hefbomen is nadien iets vernomen.

Nu is 500 miljard voor het nieuwe ESM een hoop geld. Ruim voldoende om Spaanse banken te ondersteunen, mocht Madrid daarom vragen. Maar als de Spaanse overheid én de Italiaanse om hulp aankloppen, schiet het ESM tekort.

Volgens de ministers is het ook niet de bedoeling dat het noodfonds daadwerkelijk wordt gebruikt. Het fonds is er vooral ter afschrikking. De ministers hebben het graag over de ‘big bazooka’, vandaar hun gedweep met de 1.000 miljard dollar. Een fonds zo groot dat de markten het uit hun kop laten de aanval op een zwakke eurobroeder te openen. Maar juist op dit cruciale punt ondergraven de bewindslieden de verdedigingslinie van de eurozone. Twee keer in twee jaar tijd.