**Net als overwinnaars van een veldslag en alsof Slovenië zijn oorlogsbuit was, heeft Janez Janša – die door voormalig premier Janez Drnovšek de “prins der duisternis” wordt genoemd – weer eens laten zien dat hij een trouwe aanhanger is van de theorie van generaal Sun Tzu, de schrijver van het beroemde boek De kunst van het oorlogvoeren, dat tevens het lievelingsboek van Janša is.

Volgens deze legendarische Chinese strateeg moet je, als je een oorlog wilt winnen, de vijand misleiden en je krachtig tonen, zelfs op zwakke momenten. Janša heeft deze theorie eens te meer goed in de praktijk gebracht.**

Ondanks zijn nederlaag bij de parlementsverkiezingen [in december 2011] en niet gehinderd door het feit dat hij aan de macht is gekomen [hij was al eerder premier, van 2004 tot 2008] dankzij ‘verkiezingsmanipulatie’ en politiek gemarchandeer, is Janša onmiddellijk begonnen met het doorvoeren van ingrijpende institutionele hervormingen, zoals het schrappen of hergroeperen van zeven ministeries, onder het mom van bezuinigingen.

Wat Berlusconi in Italië probeerde, doet Janša nu in Slovenië

Toch zou het een vergissing zijn om zijn vastberadenheid en onverzettelijkheid uitsluitend toe te schrijven aan zijn karakter en aan revanchepolitiek. Natuurlijk, als ervaren politicus weet Janša hoe belangrijk het is om zo snel mogelijk alle teugels van de macht in handen te krijgen. De verborgen drijfveer achter zijn poging om “het staatsapparaat te rationaliseren” blijkt echter zijn behoefte te zijn om politieke macht uit te oefenen op het rechtssysteem, dat zich sinds een paar maanden bezighoudt met de affaire-Patria [Janša wordt er in het kader van deze affaire van verdacht steekpenningen te hebben aangenomen voor de aankoop van Finse pantservoertuigen]. Wat Berlusconi in Italië heeft proberen te doen, namelijk justitie onderwerpen aan de uitvoerende macht, daar lijkt Janša nu in Slovenië in te slagen, zonder dat er ook maar het minste protest opklinkt in Europa.

Het is Janša gelukt om het Openbaar Ministerie, dat een strafrechtelijk onderzoek uitvoert naar Janša’s betrokkenheid bij een van de grootste corruptieschandalen sinds de onafhankelijkheid van Slovenië, onder te brengen bij de portefeuille van Binnenlandse Zaken. Hij heeft een hoge partijgenoot en voormalig politiecommandant, Vinko Gorenak, tot minister ervan benoemd. Ongehoord, zelfs naar de wankele democratische normen van het huidige Europa.

Binnen een half uur nadat Janša zich premier mocht noemen van de nieuwe regering, begonnen er al koppen te rollen. De eerste die de tol moest betalen, was het hoofd van het voorlichtingsbureau van de regering. Journalist en voormalig hoofdredacteur van het dagblad Delo, Darjan Košir, die deze functie door middel van een concours had verworven, werd vervangen door een kornuit van de partij van Janša [SDS, de Sloveense Democratische Partij].

Ook het hoofd van de civiele geheime dienst, Sebastijan Selan, werd direct na het ingaan van het nieuwe mandaat van Janša op een zijspoor gezet. Janša heeft de leiding van deze organisatie overgedragen aan Damir Črnčec, een voormalige directeur van de militaire inlichtingendienst. Bovendien kondigde hij aan dat beide diensten – de militaire en de civiele – waarschijnlijk zullen worden samengevoegd.

Politieke zuivering en onafhankelijkheid van het OM laten Europa koud

**De derde persoon die aan de kant is gezet, is de voorzitter van de regeringscommissie voor de betrekkingen met religieuze gemeenschappen, een functie die niet zo belangrijk is binnen de organisatiestructuur van de regering. Hoewel dit ontslag bij sommigen verbazing wekt, gaat het hier om een krachtige, symbolische boodschap aan het adres van de katholieke kerk, die een trouwe politieke bondgenoot van Janša is. De kerk droomde namelijk al van deze dag sinds Aleš Gulič, een amateur-wielrenner met lang haar en een verklaard atheïst, op deze post was benoemd – een benoeming die door de Sloveense bisschoppen was betiteld als een ongehoorde provocatie.

Deze ontslagen vormden echter nog maar het begin van de tsunami die hoge [overheids-] functionarissen zou overspoelen. Al langere tijd stond er op de website van Janša´s partij een lijst met 244 personen die “op grond van politieke criteria” waren aangesteld; een soort lijst van mensen die het veld moesten ruimen. Onder hen bevinden zich historici, journalisten en economen die algemeen bekend zijn en die door de voormalige regering van Borut Pahor waren benoemd in bestuursraden en bepaalde instellingen.**

Sommigen staan op de zuiveringslijst van Janša omdat ze in het verleden petities hebben ondertekend die in een kwaad daglicht stonden. Dat geldt met name voor de steunbetuiging aan de ‘uitgeschrevenen’ [voormalige Joegoslaven van wie de Sloveense nationaliteit werd afgenomen na de onafhankelijkheid]. Anderen staan op de lijst omdat ze familiebanden hadden met ‘foute’ mensen of omdat ze vrienden hadden “die politiek niet correct waren”. Naast hun namen hebben de mensen van Janša op uiterst pedante wijze hun ‘zonden’ op de lijst genoteerd.

Terwijl Janša geen tijd verloren laat gaan, houdt Europa zijn mond. Net zoals de Europese Volkspartij in het Europees Parlement stil bleef toen een van haar Sloveense leden, de gerespecteerde en invloedrijke Lojze Peterle, de rechten van de ‘uitgeschrevenen’ en de Roma tijdens het eerste mandaat van Janša met voeten trad. Als Janša het gewaagd had om aan de autonomie van de Europese Centrale Bank te tornen, dan was Europa wel tekeergegaan. Maar als het om politieke zuivering en om de onafhankelijkheid van het Openbaar Ministerie in Slovenië gaat, dan laat het Europa koud.