Eric Cantona debuteert in het theater, en doet dat met verve. Anderhalf uur lang staat hij alleen op de planken in een modern toneelstuk met de titel Face au paradis(Tegenover het paradijs) van regisseuse Nathalie Saugeon. Het stuk gaat op 26 januari in première in het Marigny-theater in Parijs. In een decor dat het einde van de wereld uitbeeldt speelt hij Max, een man die zich tussen de brokstukken van een ramp bevindt en stervende is. Hij is niet bang voor de dood. "Ik weet waar ik heen ga," zegt Cantona, terugkijkend op zijn verleden als voetballer. "Mijn doel, jongeman, was om een stuk te spelen voor een publiek van 80.000 mensen en dat is me gelukt. Dus voor een zaal met 400 plaatsen…"

Cantona blijft iets raadselachtigs houden. Waarom blijft deze Franse voetballer, die in 2001 tot "speler van de eeuw" werd uitgeroepen door supporters van Manchester United, de Engelse club waar hij in de jaren negentig speelde, zijn culturele spectrum uitbreiden? Zijn officiële CV is intrigerend. Zo heeft hij geschilderd. Hij heeft in elf films gespeeld, van Le bonheur est dans le pré (1995), van Etienne Chatiliez, tot Ensemble, c'est trop (die vanaf 17 februari in de Franse bioscopen te zien is) van Léa Fazer. Vorig jaar mocht hij de rode loper betreden tijdens het filmfestival van Cannes, waar hij te gast was als acteur en coproducent van Looking for Eric van Ken Loach. Onlangs is er een boek gepubliceerd met foto's van zijn hand voor de Fondation Abbé Pierre: Elle, lui et les autres (uitgegeven door DDB), waarin portretten te zien zijn van mensen die in erbarmelijke omstandigheden zijn gehuisvest. Hij is ook een fervent kunstverzamelaar. Hij heeft toneelstukken geproduceerd. Hij heeft de productiemaatschappij Canto Bros opgericht. In Frankrijk weet men Cantona niet goed te plaatsen als kunstenaar. Aan hem kleeft het imago van een moeilijke persoonlijkheid, een arrogante man, die zijn draai niet heeft weten te vinden. In het Verenigd Koninkrijk daarentegen wordt hij geadoreerd. Voor Cantona is voetballen een kunstvorm. Hij speelde altijd met rechte buste en met de kraag van zijn shirt omhoog. Wanneer hij een doelpunt had gescoord, bleef hij met open armen stilstaan, alsof hij het gejuich van het publiek in zich wilde opnemen.

De tien mooiste doelpunten van Eric Cantona.

Zijn vader, Albert Cantona, was psychiatrisch verpleegkundige en schilder. "Toen Eric tien jaar oud was, keek hij naar me terwijl ik aan het schilderen was en tekende hij veel," vertelt hij. "Hij wilde vaak met me mee naar tentoonstellingen." Eric Cantona gaat op zijn vijftiende van school en tekent zijn eerste contract als profvoetballer bij de club van Auxerre. In Bourgondië schildert hij veel. Hij exposeert zijn werken in 1988 in Marseille. Het zijn heftige, felgekleurde en expressionistische schilderijen, met overal vuur en dollars. Ook als verzamelaar is hij er vroeg bij. Op zijn tweeëntwintigste koopt hij een tiental werken van postimpressionistische schilders. Naarmate zijn smaak zich ontwikkelt, krijgt hij een voorliefde voor moderne kunstenaars. Onlangs heeft Cantona vijf grote doeken aangekocht van Ronan Barrot. Op het gebied van de fotografie verzamelt hij beeldwerken van onder meer Saul Leiter, Sarah Moon, Sabine Weiss, Lucien Hervé en de Chinees Fan Ho. Sinds een jaar of zeven schildert Cantona niet meer, maar fotografeert hij. Niet digitaal en zonder enige vorm van beeldbewerking. Zo ruw en ongeslepen als hijzelf. Hij wil ook niet dat fotografen portretten van hem bewerken.

"Waarom zouden ze me beter moeten voordoen? Ik verkoop geen illusie." Drie thema's komen in zijn werk terug: abstracte details in kleur, stierengevechten in zwart-wit (waarvan ook tentoonstellingen zijn georganiseerd) en mensen die in slechte omstandigheden zijn gehuisvest.

"Ik wil zoveel ondernemen"

Cantona's verhouding met boeken en kunst is zinnelijk. Van Pasolini heeft hij alle films gezien en alle boeken gelezen. Tijdens het filmfestival van Locarno in Zwitserland in 2008 wisselt hij met Bertrand Bonello, een oervertegenwoordiger van de onafhankelijke film voor wie hij veel bewondering heeft, van gedachten over Pasolini. "We hadden het over het autobiografische gedicht Poeta delle ceneri, dat Pasolini schreef op een moment dat hij dacht te zullen sterven," vertelt Bonello. "Eric had een persoonlijke visie die dit gedicht veel recht deed." Hij heeft enorme bewondering voor de dichters Ezra Pound, Antonin Artaud, Yves Bonnefoy, de filmmakers Pasolini, Renoir, Fassbinder, de schrijvers Oscar Wilde en Hermann Hesse, de schilders Zoran Music en Antoni Tàpies. Uit deze coherente groep tekent zich af wat Cantona bezighoudt: hij staat voor expressionistische kunst die, net als het toneelstuk, doorweven is met de dood, oorlog, uitsluiting, ontworteling en nachtmerries. En een zoektocht naar zichzelf. Toen hij 20 jaar was, ging hij in Auxerre in psychoanalyse. "Daardoor heb ik mezelf beter leren kennen," zegt Cantona. "Waarna ik de weg alsnog kwijtraakte."

Er ontstaat een beeld van een romantische, lichtgeraakte kunstenaar die meester over zichzelf is, een torero die zijn plaats in de arena zoekt en harde woorden en gebaren niet schuwt (in 1995 raakte Cantona slaags met een supporter die hem had beledigd). Een beeld dat weliswaar cliché kan overkomen, maar wel oprecht is. Wil hij een groot acteur worden, zoals hij ooit een groot voetballer was? Voor hem is het veeleer van belang om veel ervaringen op te doen. "Ik wil zo veel ondernemen…" Hij wil een film draaien, vertrouwt zijn broer Jean-Marie Cantona ons toe, over een oudoom die in Sardinië is geboren. Eric beweert ook dat hij ooit oorlogsfotograaf wil worden. "Over zeven jaar."

Cantona schopt een supporter, in 1995.