Het beeld van de Russische bezetter, die het weerzinwekkende communistische regime tientallen jaren met geweld hielp om aan de macht te blijven, staat de meeste Tsjechen nog altijd levendig voor de geest. Maar er is ook een recentere reden tot bezorgdheid. Dat zijn de nieuwe Russen. Ze zijn afkomstig uit een land dat door de Tsjechische binnenlandse inlichtingendiensten wordt ingedeeld in de categorie “Spionage en bedreiging voor de veiligheid”.

Uit enquêtes zou blijken dat de Tsjechen beginnen te wennen aan ‘hun Russen’. “De Russen die zich in Tsjechië hebben gevestigd, behoren tot de middenklasse. Voor hen is het hier goedkoper dan in het Westen”, aldus Alexeï Kelin, een voormalig lid van de Regeringsraad voor de nationale minderheden. Hij bevestigt dat welgestelde Russen in de eerste plaats door Londen en Parijs worden aangetrokken. Uit de statistieken blijkt dat van de Russen die in Tsjechië wonen, de helft een universitaire studie heeft afgerond, dat deze Russen een miniem deel van de buitenlandse criminaliteit vertegenwoordigen en dat zij zich in Tsjechië vestigen als ondernemers in de onroerendgoedsector, de handel in souvenirs en kleding en de ICT-sector. In 1997 was er in Praag slechts één Russische winkel en een kapsalon. Volgens de website van de [Russischtalige] krant Pražskij Express zou er momenteel sprake zijn van 24 winkels die Russische producten verkopen, zo’n 15 kapsalons en 5 dependances van Russische en Oekraïense universiteiten.

De Russen steunen vooral op hun familiebanden. Ze zijn niet zozeer geneigd betrekkingen aan te knopen met hun gemeenschap. “70% van onze klanten is Russisch”, verklaart de eigenares van de winkel Arbat, Iolanta Avanessian. “Maar om nu te zeggen dat de winkel zich tot een gemeenschapscentrum ontwikkelt, gaat te ver! De mensen die hier komen, doen hun boodschappen, betalen en vertrekken weer. Het worden geen vrienden.” Alexeï Kelin bevestigt dat ze “de neiging hebben om niets en niemand te vertrouwen”.

Grote Russische ondernemingen worden met argusogen bekeken

Niet ver van het metrostation I.P. Pavlova in Praag zijn twee jongerenmagazines opgericht: Artek en Russkoe Slovo. Zij richten zich op de ‘Russische diaspora in Tsjechië’. Anna Chlebinova is een van de redactrices van de bladen. “Wij doen niet aan politiek. We zijn eerder een culturele organisatie, maar alleen al door wat we schrijven en publiceren zijn de betrekkingen met de Russische ambassade uitermate gespannen.” Op tafel ligt een Russisch boek. In deze dikke pil wordt uitvoerig beschreven wat het lot was van Russische kunstenaars, wetenschappers, militairen en artsen die asiel hadden gekregen in Tsjecho-Slowakije, voordat hier een communistische regering aan de macht kwam [in 1948]. Voordat het script naar de drukker zou worden gestuurd, belde er een vertegenwoordiger van de ambassade, die eiste dat complete hoofdstukken van het boek ingrijpend zouden worden veranderd. Gebeurde dat niet, dan dreigde hij het contract te verbreken. “Wij hadden geschreven dat de geheime diensten van de Sovjet-Unie veel van deze mensen na de Tweede Wereldoorlog naar de goelags hadden gedeporteerd. Dat was het hele probleem”, vertrouwt Anna ons toe. Uiteindelijk is het boek gefinancierd door de mecenas en voorzitter van de Vereniging voor Russische tradities, Igor Zolotarev.

Er moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds de ‘gemiddelde’ Russische studenten en ondernemers die naar Tsjechië komen omdat hier sprake is van meer veiligheid en een betere kwaliteit van het bestaan dan in Rusland, en anderzijds de vertegenwoordigers van de grote Russische, door het Kremlin gecontroleerde ondernemingen. “Ik zie de komst van de eerste groep als een goede zaak. Zij hebben – in alle vrijheid en heel bewust – de keuze gemaakt om niet langer in het huidige Rusland te blijven. Ze kijken tamelijk kritisch naar hun land en zijn op zoek naar een alternatief”, aldus Mikhaïl Romantsov, die afstamt van Russische anti-bolsjewieken en politieke geografie doceert aan de Faculteit Sociale wetenschappen van de Karelsuniversiteit in Praag. “Wat de tweede groep betreft moeten wij absoluut heel voorzichtig zijn. De Tsjechische staat heeft reden om hen als een risico voor de veiligheid te beschouwen.”