Wie gekweld door liefdesverdriet troost zoekt in de kunst, kan terecht op de website van Tate Britain. Daar is de I’ve just split up collection op te roepen. Vijf schilderijen vol weemoed, romantiek en hartzeer verschijnen op het scherm: een Waterhouse en een Turner, onder meer. Iets algemener kan ook: The Rainy Day Collection. Er valt ook te zoeken op suffering: 84 treffers.

Dat kan ervan komen, als kunsttempels wat verder de deur openen voor de digitale revolutie. "Tate", zegt cultuurwetenschapper Martijn Stevens (30), "telt officieel vier musea, maar de website wordt echt gezien als een vijfde, volwaardig instituut".

Stevens, verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, hoopt eind deze maand te promoveren op een onderzoek naar de invloed van digitalisering op kunstmusea. Als stagiair bij het media-instituut V2 in Rotterdam was hem opgevallen dat digitale kunstvormen lastig te behouden zijn – websites verdwijnen, de software veroudert. Mogelijk zouden musea een bestendiger podium kunnen vormen.

Digitaliseren van een collectie moet geen einddoel zijn

Zijn onderzoek leert dat de instellingen nog onvoldoende inspelen op de technologische mogelijkheden. De meeste musea bieden op hun websites vooral service: informatie over lopende tentoonstellingen, de openingstijden, de bereikbaarheid. Stevens: "Een smaakmaker is het, hooguit. Het digitaliseren van de collectie geldt vaak als het einddoel. Maar wil je meedoen met de dynamiek in de samenleving, is het daarmee dan maar net begonnen."

Om bij de Tate als lichtend voorbeeld te blijven: er is een optie om de locaties op een kunstwerk via Google Streetview terug te vinden, met Art on Demand kunnen sitebezoekers kopieën van schilderijen, ingelijst en wel, aankopen.

Volgens Stevens zijn er inmiddels wel instellingen in Nederland die aan het experimenteren zijn, zoals het Rijksmuseum in Amsterdam en het Kröller-Müller Museum in Otterlo. "Maar als er bezuinigd moet worden, sneuvelen dergelijke ontwikkelingen weer als eerste. De prioriteit ligt bij de collectie." Dat de musea niet vooroplopen, verbaast Stevens niet. "Honderden jaren was het devies tonen, bewaren en conserveren. Die knop gaat niet zomaar om." Bovendien kost het geld. "Bij de Tate is er een hele afdeling mee bezig. Als museum heb je dit soort kennis nauwelijks in huis. Programmeurs en webontwerpers moet je inhuren."

Er zou ook enige angst bestaan dat het prijsgeven van de collectie – met mogelijkheden die ook nog eens in wisselende samenstellingen aan te bieden – leidt tot minder bezoekers. Volgens Stevens is die vrees ongegrond. "Er zal altijd publiek zijn voor de echte penseelstreek."

Zeeer kwetsbare voorwerpen worden eindelijk zichtbaar

Maar welk voordeel heeft een museum zelf bij een dynamischer website? "Je zal een breder publiek trekken. Toeschouwers raken met interactie meer betrokken bij je collectie. Je kunt meer context aanbieden, allerlei varianten verzinnen. Indelen volgens de dictaten van de kunstgeschiedenis is toch al een conservatief concept aan het worden."

Internet biedt ook de mogelijkheid objecten uit de collectie te laten zien die zo kwetsbaar zijn dat ze zelden het depot verlaten. Een geslaagd voorbeeld vindt Stevens de webtentoonstelling Accessorize! van het Rijksmuseum in Amsterdam, waarbij modeattributen van struisvogelveren of het pantser van een schilpad tot in het kleinste detail te bekijken zijn. "Zo dichtbij kom je op zaal nooit. Dan zouden ze in vitrines staan."

Afgezien van een eventuele verkoop van kopieën, ziet Stevens geen extra verdiensten voor de musea dagen. "Geld vragen voor bezoek aan een site werkt nu eenmaal niet." Hij ziet meer een rol weggelegd voor de overheid. "Zoals die ook bijdraagt aan het conserveren van een Rembrandt, zou er ook steun voor webtoepassingen kunnen komen."

Volgens Stevens kunnen musea de digitalisering ook aangrijpen om kunst te laten ontstaan. "Kunst verzamelen wordt voor musea steeds moeilijker. Op veilingen en beurzen worden ze afgetroefd door Russische oliebaronnen. Maar ze kunnen wel bijvoorbeeld online kunstprojecten entameren, waaraan velen kunnen bijdragen." De cultuurwetenschapper: "Musea moeten de traditionele concepten durven loslaten. Open zijn, flexibel. Daarmee zullen ze meer de ontwikkelingen in de samenleving weerspiegelen."