Zelfs de meest doorgewinterde eurosceptici geloven niet langer dat de Serviërs het cyrillisch schrift zouden moeten afschaffen als Servië toetreedt tot de EU, of dat Brussel speciale eenheden zou sturen om op het platteland jacht te gaan maken op Serviërs die nog eigenhandig hun slivovitsj durven stoken. Ze geloven niet langer dat ze hun vaste manier om een kruisteken te maken, namelijk met drie vingers, moeten veranderen als Servië eenmaal lid is van de EU, ook al is dit hun door de meest conservatieve kringen van de Servisch-orthodoxe Kerk steeds voorgekauwd. Het mag dan waar zijn dat twintig procent van de Serviërs bang is hun culturele identiteit te verliezen, maar niemand gelooft ook maar een tel dat er vanuit Brussel actie zal worden ondernomen om Sint-Sava [de belangrijkste Servische hoogwaardigheidsbekleder van de dertiende eeuw op politiek, cultureel en religieus terrein] uit hun harten en geesten te verjagen.

Vlak nadat in december de visumplicht tussen Servië en de EU was afgeschaft, reisden zo'n vijftig Serviërs, samen met vicepremier Bozidar Djelic, naar de EU. Voor hen was dat de eerste keer. Ze waren als winnaar uit de bus gekomen van de door de regering georganiseerde wedstrijd "Europa voor iedereen". Hun reis voerde hen in het bijzonder naar Straatsburg en Brussel om een bezoek te brengen aan de Europese instellingen.

Heel anders voorgesteld

"Ik had me de EU heel anders voorgesteld; alles is heel indrukwekkend", vertelt de 46-jarige Zoran Djuricic. Hij is brandweerman van beroep en komt uit Uzice, in het westen van Servië. Eenmaal weer thuis is hij vastbesloten om zijn dochter, die pas 18 is geworden, te stimuleren om vreemde talen te leren en te gaan reizen. Hadzi Marinko Mijovic is eveneens in 1963 geboren. Hij is afkomstig uit de stad Novi Sad, waar hij buschauffeur is. Ook hij is onder de indruk van alles wat hij heeft gezien, met name op het gebied van de technologie. "Europa staat voor vooruitgang", zegt hij. Hij hoopt dat zijn 13-jarige zoon en 15-jarige dochter volop zullen kunnen profiteren van de uitwisseling van goederen en ideeën die Europa mogelijk maakt.

Goran Joksimovic, die in 1968 is geboren, komt uit Sremska Kamenica [in het noorden] en is politieagent. "Vroeger kon ik niet reizen omdat politiebeambten geen recht op een internationaal paspoort hadden. Later werd dit verbod opgeheven, maar dat haalde niet veel uit omdat je nog steeds een visum nodig had. En bovendien hadden we geen geld om te reizen. Alles wat ik van Europa wist, had ik via de media opgestoken. Maar als je de dingen met eigen ogen ziet, is dat toch heel anders." Over de Europese toekomst van Servië heeft Goran geen enkele twijfel. "Wij horen beslist in Europa thuis. Servië is al Europees vanwege zijn geografische ligging; nu moeten wij de rest nog voor elkaar zien te krijgen", is zijn oordeel.

Toch rennen

De 70-jarige Petko Zoric was de oudste van de groep. Deze gepensioneerde leraar lichamelijke opvoeding en – op zijn tijd – satirisch schrijver noemt zichzelf een 'euroscepticus'. Zijn verwijt aan de Europeanen betreft de rol die zij speelden in “de vernietiging van Joegoslavië” en de bombardementen op Servië [in 1999 voerde de NAVO elf weken lang luchtaanvallen uit om een einde te maken aan de Kosovo-oorlog]. Hoe kijkt hij nu aan tegen de toekomst van Servië in de Europese Unie? "Je kunt het vergelijken met een hardloopwedstrijd, bijvoorbeeld de 1500 meter. De andere landen van de EU liggen dan 1000 meter voor op Servië, maar we moeten toch rennen…”