Vladimir Mižui is directeur van de onderneming Transservis-N, die onderdeel is van de gemeente Narva en het grensverkeer in goede banen probeert te leiden. Volgens hem gaat slechts vijf procent van de mensen die bij de grensovergang in de rij staan daadwerkelijk naar Rusland als toerist of voor zaken. Alle anderen gaan naar de Russische stad Ivangorod aan de andere kant van de grens, waar de benzinestations als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. Daar tanken ze hun auto vol om vervolgens weer naar Narva terug te keren.

De belangrijkste oorzaak van deze handel is de toename van de werkloosheid in Estland. In Rusland kost de benzine ongeveer de helft van wat je er in het buurland voor betaalt. Bovendien is het voor mensen met een zogenaamd 'grijs' paspoort [dat in Estland wordt verstrekt aan niet-ingezetenen; veelal mensen met een Russische achtergrond] gemakkelijker om de grens over te steken, omdat ze geen visum nodig hebben om naar Rusland te gaan. Vroeger verdienden veel inwoners van Narva hun boterham met de verkoop van sigaretten die zij net over de grens hadden gekocht. Maar tegenwoordig is dat veel moeilijker geworden: sinds juli 2009 is de invoer van sigaretten beperkt tot twee pakjes per persoon.

Taxi's op Russische benzine

In Narva zie je steeds meer taxi's die op Russische benzine rijden en die slechts 20 of 25 Estische kronen [ongeveer 1,50 euro] voor een ritje vragen: "Veel jongeren uit Narva zijn teruggekeerd uit Finland of Zweden, omdat daar geen werk meer voor hen was. En omdat ze hier ook geen werk kunnen vinden, zijn ze taxichauffeur geworden", licht Mižui toe. Mensen die in Rusland benzine gaan inslaan, worden ‘benzovoz’ genoemd. Een van hen, een 43-jarige werkloze man, vertrouwt ons toe: "De verkoop van Russische benzine is vergelijkbaar met het smokkelen van sigaretten. Het wordt tegenwoordig door veel mensen gedaan. Met een volle tank verdienen ze 500 tot 700 kronen [33 tot 46 euro]." Hij vertelt dat het hem in totaal zes uur kost om heen en weer te rijden, plus tweeënhalve dag wachttijd om de grens over te steken. "Als ik terugkom uit Ivangorod, sluit ik meteen weer aan in de rij. Ik maak maximaal tien reisjes per maand. Als je een goeie maand hebt, kunnen de verdiensten oplopen tot 3000 à 4000 kronen [200 à 266 euro]."

Er is een kaartjessysteem opgezet voor de wachtrijen, waarbij er twee manieren zijn om de grens over te steken. De eerste manier is om twee à drie dagen van tevoren een kaartje te kopen waarmee je de grens op een vast tijdstip kunt oversteken. Voor deze snelle oplossing, die vooral wordt gebruikt door mensen die verder reizen dan Ivangorod, moet 300 kronen [20 euro] worden betaald. De benzovoz kunnen zo'n bedrag echter niet betalen en maken gebruik van de tweede mogelijkheid: thuis 'in de rij staan'. Ze schaffen hiervoor een kaartje aan bij Transservis, waarop het nummer van hun plek in de rij en het kenteken van hun auto staat. Op hun computer houden ze in de gaten hoe het ervoor staat met de rij, en als ze aan de beurt zijn, rijden ze naar het controlepunt en vervolgens door naar Ivangorod. De benzinehandelaars vrezen echter dat deze situatie niet zal voortduren. "*De regering kan ieder moment een einde maken aan deze handel, zoals dat ook al met de sigaretten is gebeurd. Als de regering een grens stelt aan de invoer van benzine, dan gaat de handel het criminele circuit in. Als de mensen geen geld hebben, dan neemt de criminaliteit t**oe*".