Het opvangcentrum voor slachtoffers van internationale prostitutienetwerken dat Iana Matei twaalf jaar geleden opende, was het eerste in Roemenië. Sindsdien hebben 420 vrouwen dankzij haar aan de hel van gedwongen prostitutie kunnen ontsnappen en leiden zij weer een normaal leven.

In de grote gemeenschappelijke ruimte zijn de luiken gesloten. De stilte wordt alleen onderbroken door de dialogen uit een Amerikaanse film op tv. Een aantal jonge meisjes zit er stil naar te kijken, ieder verdiept in haar eigen gedachten. De deur gaat open en er komt een blonde vrouw binnen met een grote glimlach op haar gezicht. Je zou niet zeggen dat Iana Matei de vijftig al gepasseerd is. Sinds 1998, het jaar waarin zij terugkeerde naar Roemenië, beheert zij samen met twee sociaal werkers dit tehuis. In 1989 had ze het land moeten verlaten omdat ze gezocht werd door de politie. Eerst vluchtte zij naar Joegoslavië, waar ze als tolk werkte voor de Vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Daarna emigreerde ze naar Australië waar ze de kost verdiende als boekhouder voor een busonderneming. Kort na haar terugkeer in Boekarest startte Iana, geboren in Transsylvanië en opgeleid tot psycholoog, diverse projecten voor straatkinderen op. Tot het moment waarop zij een telefoontje van een politieman kreeg: "We weten niet wat we met deze drie grietjes aanmoeten die we van de straat hebben geplukt".

Stijf van de kou

"Het bleken drie meisjes van 13-14 jaar te zijn, stijf van de kou, onvoldoende gekleed en uitgehongerd. Ze vertelden me dat ze verkocht waren door een zigeuner, weer werden teruggekocht en de straat werden opgestuurd om 'zich nuttig te gaan maken', herinnert Iana zich. "Ik wist niet wat ik moest doen, of waar ik ze heen kon brengen. Thuis had ik geen plek voor ze. Ze hebben de nacht in het ziekenhuis doorgebracht terwijl ik nadacht over een oplossing".

Die nacht werd ‘Reaching Out’geboren, de eerste Roemeense organisatie die een toevluchtsoord bood voor vrouwen die het slachtoffer waren geworden van mensenhandel. De volgende dag huurde Iana een appartement in Pitesti waar ze zich met de meisjes vestigde. Ze begon er projecten voor te bereiden omdat ze geld nodig had. Vervolgens belde de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) om te zeggen dat er nog meer meisjes een tijdelijk dak boven hun hoofd nodig hadden, ten minste voor de tijd om er weer een beetje op te kunnen krabbelen. Het waren meisjes uit Bosnië, Macedonië of Albanië, ze waren mishandeld en seksueel uitgebuit. Dus huurde Iana nog een appartement.

De meisjes komen vaak terug uit Italië en Spanje, volgens een Amerikaans rapport uit 2009 over mensenhandel de belangrijkste bestemmingen voor jonge Roemeensen die in handen vallen van prostitutienetwerken. Daarna volgen Griekenland, Tsjechië en Duistland, waar seksuele uitbuiting gepaard gaat met gedwongen bedelarij en slavernij in de landbouw. De meeste meisjes hebben medische zorg nodig. Ze hebben littekens van scheermessen, brandwonden van sigaretten, ze zijn zwanger of lijden aan een posttraumatische stressstoornis. Daarna volgt psychologische hulp. De dagen in het opvangcentrum verlopen vervolgens bijna allemaal hetzelfde, en ieder krijgt dagelijkse vaste taken waarvoor ze verantwoordelijk zijn.

Verstoten door eigen familie

Voor de meisjes is Iana meer dan familie, omdat ze door hun eigen familie meestal verstoten worden. "Hun ouders verwijten hen dat ze prostituees zijn, dat ze zich hebben laten beduvelen, en dat ze de schande van de buurt zijn. Onze maatschappij is ziek, een kind wordt er nog steeds opgevoed onder het motto: 'ik heb je gemaakt, dus ik kan je ook kapot maken!' Vanwege de sociale vooroordelen zwijgen de ouders over de situatie waarin hun kind is terechtgekomen, zeker wanneer een meisje zwanger thuiskomt.

En om ervoor te zorgen dat de meisjes geen aanklacht tegen ze indienen, schrikken sommige handelaren er zelfs niet voor terug met hen te trouwen." De meisjes die hen voor het gerecht willen slepen "worden geconfronteerd met hun dikbetaalde advocaten en worden onder druk gezet of bedreigd om van hun aanklacht af te zien." En soms geven ze toe. Maar ook dan steunt Iana ze. Ze vertelt hen wel te vechten, zodat de schuldigen zullen boeten. Nadat ze met de meisjes gepraat en gegeten heeft, verlaat Iana het opvangcentrum. Op weg naar haar auto wordt ze gebeld. Haar gezicht verstrakt: "Ja. Natuurlijk mag je in het centrum komen wonen! Waar ben je? Hou vol, wij wachten op je!"