Zelfs in de uiterst geëmancipeerde Noorse maatschappij, waar tachtig procent van de vrouwen buitenshuis werkt en de helft van de ministers een vrouw is, leek het een radicaal idee. Niet zozeer vanwege de doelstelling, maar vooral door de enorme verandering die hiervoor nodig was. Destijds was minder dan zeven procent van de raden van bestuur in het bedrijfsleven vrouw, en iets minder dan vijf procent van de topbestuurders. Na maanden van verhitte discussies werd de wet met een overweldigende meerderheid van stemmen aangenomen in het parlement. Bedrijven met overheidskapitaal hadden tot 2006 de tijd om aan de nieuwe wetgeving te voldoen en voor alle andere ondernemingen was 2008 de uiterste termijn.

Nauwelijks acht jaar later bedraagt het aandeel van vrouwelijke directeuren bij de circa vierhonderd bedrijven in kwestie meer dan veertig procent, terwijl meer dan een kwart van de leden van de raden van bestuur van de 65 grootste particuliere ondernemingen vrouw is. Voor veel feministen is dit de krachtigste zet ter wereld waarmee een van de grootste hinderpalen voor volledige emancipatie uit de weg is geruimd.

In de rest van de wereld is de maatregel inderdaad niet onopgemerkt gebleven: in Spanje en Nederland is soortgelijke wetgeving ingevoerd die in 2015 in werking zal treden. In de Franse senaat wordt binnenkort een wet besproken waarin een quotum voor vrouwen wordt voorgesteld dat in 2016 van kracht moet worden, nadat het Assemblée nationale hiervoor half januari groen licht heeft gegeven. Ook in België, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Zweden wordt overwogen een soortgelijke maatregel wettelijk vast te leggen.

Stof is opgetrokken

Maar nu het stof is opgetrokken, komen er in onderzoeken frustrerende feiten aan het licht: het grotere aantal vrouwelijke bestuurders in Noorwegen heeft wereldwijd (nog) niet geleid tot verbetering van de professionaliteit van de raden van bestuur, noch van de bedrijfsresultaten. Volgens het European Professional Women’s Network was 9,7 procent van de bestuursleden bij driehonderd bedrijven in de Europese Unie in 2008 vrouw, tegenover acht procent in 2004.

In de Verenigde Staten is zo'n vijftien procent van de bestuursleden van de Fortune-500-ondernemingen vrouw, terwijl vrouwen in de top van Aziatische bedrijven schaars blijven: in China en India is vijf procent vrouw, in Japan slechts 1,4 procent. Uit een onderzoek dat McKinsey in 2007 heeft uitgevoerd bij de grootste Europese bedrijven bleek dat ondernemingen met ten minste drie vrouwen in de raad van bestuur aanzienlijk betere resultaten in hun sector vertoonden, met een gemiddeld rendement dat circa tien procent hoger lag en een twee keer zo hoge bedrijfswinst. V

olgens de onderzoekers zijn deze resultaten niet zozeer toe te dichten aan een "kritische massa" van vrouwen, maar scoren bedrijven met een groter aantal vrouwen in topfuncties zeer hoog op managementkwaliteit en -organisatie.

Economen stellen echter dat het verband tussen resultaten en vrouwelijke topbestuurders minder duidelijk te ontwaren is. De raden van bestuur hebben vooral een controlerende en adviserende functie voor directeuren en topmanagers, die nog steeds voor de overgrote meerderheid mannen zijn.

Gouden rokken

Ondertussen heeft de quotum-wetgeving andere, onbedoelde gevolgen met zich meegebracht: sommige zakenvrouwen zijn zo felbegeerd, dat zij in diverse raden van bestuur zetelen: het zijn de zogeheten "gouden rokken", zoals zij in de Noorse media worden genoemd. Volgens het Centrum voor bedrijfsdiversiteit bezet een elitegroep van zeventig vrouwen meer dan driehonderd van de zetels in raden van bestuur. Sommigen beweren dat de 46 weken betaald zwangerschapsverlof voor moeders (vaders hebben recht op tien weken) nadelig uitpakken voor vrouwen die een topfunctie ambiëren.

Anderen stellen dat vrouwen in vergelijking met mannen minder vaak bereid zijn om tijd met hun gezin op te offeren. Uit een onderzoek dat vorig jaar is verricht door twee Zweedse economen, kwam naar voren dat carrièreperspectieven na een betaald ouderschapsverlof van een jaar of langer minder goed zijn. In het onderzoek werd vastgesteld dat in de Scandinavische landen 27 à 32 procent van de managers vrouw is, terwijl dit percentage in Australië, het Verenigd Koninkrijk, Canada en de Verenigde Staten, waar het zwangerschapsverlof korter is, 34 à 43 procent bedraagt.