**Op internationaal klimaatgebied verdient de EU alle lof. Tijdens de klimaattop in Durban werd er een routekaart naar een tweede Kyoto-verdrag doorgedrukt, en luchtvaartmaatschappijen wereldwijd kregen een systeem opgelegd waarbij ze moeten gaan betalen voor hun koolstofdioxide-uitstoot.

Maar de EU heeft vooral zijn goede wil getoond met een stel baanbrekende uitstootverlagende maatregelen op het eigen grondgebied: de “20-20-20”-doelstellingen. In 2020 moet de uitstoot van broeikasgassen tot 20% van het niveau van 1990 zijn teruggebracht en moet het aandeel duurzame energiebronnen tot 20% van het totale energie-aanbod zijn toegenomen. Daarnaast werd er op vrijwillige basis besloten de energie-efficiëntie met 20% ten opzichte van het niveau van 2005 te laten toenemen, en verplicht de EU zichzelf ook om in 2020 10% van de brandstof voor transport uit duurzame energiebronnen te laten komen.

De EU-directoraten voor klimaat en milieu worden bemand door de meest getalenteerde en toegewijde vrienden van de aarde die je maar kunt vinden. Maar wat gebeurt er als een cultuur van creatieve boekhouding vanwege politiek opportunisme ervoor zorgt dat de doelen waaraan ze werken van al hun geloofwaardigheid worden ontdaan?**

Biomassa kan afkomstig zijn uit niet-duurzame bossen

**Voor de drie Europese 20%-doelen voor 2020 geldt het volgende:

• De uitstootvermindering wordt berekend op het moment van productie, en niet op het moment van gebruik. Daardoor kan een geschatte 7% van Europa's CO2-uitstoot via internationale emissiehandel overgeheveld worden naar ontwikkelingslanden. Deze vergissing vloeit voort uit de CO2-berekeningsregels van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC), en niet zozeer uit die van Brussel. Maar de EU-lidstaten houden krampachtig aan deze regels vast, en hebben nu hun twijfels over iedere gerapporteerde terugdringing van koolstofdioxide-uitstoot.

• De helft van het duurzame energieverbruik waar de EU op rekent, zou uit biomassa moeten komen. Sommige wetenschappers vrezen dat dat helemaal niet leidt tot vermindering van de werkelijke uitstoot, ook al zegt Brussel dat het wel zo is. Biomassa kan (en zal in de meeste gevallen) afkomstig zijn uit niet-duurzaam beheerde bossen in Europa en daarbuiten, wat ertoe leidt dat de uitstoot eerder toe- dan afneemt. Zoals het nu gaat zou de EU voor 2020 geen hout meer kunnen winnen en er wordt gezegd dat de EU op energiebesparing rekent om Europa's algemene elektriciteitsverbruik te verlagen.

• De energie-efficiëntiedoelstellingen, die niet bindend zijn, zullen vrijwel zeker niet gehaald worden. De EU zit op dit moment op ongeveer 9% van de energiebesparingen, dat is minder dan de helft van het aangekondigde doel. Ambtenaren blijven de weinige schamele maatregelen die in de energie-efficiëntierichtlijn werden opgenomen uitvergroten om de boel aan te zwengelen, en EU-landen dringen erop aan om “prestaties in een vroeg stadium” op het gebied van energie-efficiency “dubbel te mogen tellen”.**

Uitstoot transportsector zal waarschijnlijk niet dalen

**Voor de andere 10%-doelstelling van de Commissie, voor duurzame energie in de transportsector, die vooral moet worden gehaald uit conventionele biobrandstof, suggereert eigen EU-onderzoek dat het onwaarschijnlijk is dat de uitstoot überhaupt zal dalen, ondanks de exorbitante kosten van het programma. Wetenschappers leggen de schuld alweer bij een “dubbeltelling” van emissies. Veel commissie-ambtenaren maken zich zorgen over de implicaties.

De EU is wereldwijd trendsetter op het gebied van klimaatbeleid, en heeft het meest ambitieuze klimaatdoel: in 2050 moet de CO2-uitstoot in vergelijking met het niveau van 1990, met 80-95% worden teruggebracht. Later dit jaar zal Brussel de nieuwe tussentijdse klimaatdoelstellingen voor 2030 en mogelijk 2040 bekendmaken, als mijlpalen op weg naar 2050. De rest van de wereld zal ongetwijfeld vol verwachting, of ontzet, toekijken hoe de plannen zich ontwikkelen.**

Parallel met dreigende instorting van eurozone

**En dit is nu waarom de vrees voor een parallel met een dreigende instorting van de eurozone nu ter harte moet worden genomen. Destijds keurden de EU-boekhouders miljarden euro's aan slechte leningen goed aan landen zoals Griekenland, die hun overheidsfinanciën zodanig fraai voorstelden dat het leek alsof zij aan de criteria voldeden terwijl dat niet zo was. Griekse rekenwonders maakten kennelijk gebruik van een bekende maas in het boekhoudsysteem van de EU om “de statistieken een heel eigen gezicht te geven”.

Als er nu weer sprake is van een vergelijkbare cultuur van creatief boekhouden binnen de Commissie en de EU-lidstaten, zal dat uiteindelijk ook leiden tot een beleidsmislukking van vergelijkbaar catastrofale omvang, zelfs al is die niet onmiddellijk merkbaar.**