Als onze wetenschappers moeten vaststellen welke invloed het Turkse verleden en de Turkse erfenis hebben gehad op de vorming van de hedendaagse identiteit van onze landen, dan laten zij een aantal essentiële aspecten buiten beschouwing. Bijna alle Balkanvolkeren bagatelliseren deze invloed, terwijl deze toch alomtegenwoordig is. Maria Todorova, de schrijfster van het boek Imagining the Balkans (Oxford Press Libri, 1997), heeft de knuppel in het hoenderhok gegooid: zij beschuldigde de aangestelde geschiedschrijvers en andere officiële sociologen van de Balkanstaten ervan de waarheid te verhullen over hun Turkse verleden en de erfenis van die periode, die gevoelens van minachting of ontkenning oproepen [in Bulgarije, waar Maria Todorova vandaan komt, is in de officiële geschiedschrijving uitsluitend de uitdrukking "het Turkse juk" toegestaan om deze periode te omschrijven]. De schrijfster gaat nog een stapje verder en leert ons dat wij niet langer onderzoek moeten doen naar 'de Turkse erfenis in de Balkanlanden', maar naar 'de Balkanlanden als Turkse erfenis'. Als uitgangspunt wijst zij ons op de oorsprong van het woord "Balkan", dat "beboste berg" betekent in het Turks.

UItblijven van industrialisering verklaart economische zwakte

Deze erfenis kan op alle niveaus van het maatschappelijk leven worden waargenomen. In de politiek is dit bijvoorbeeld merkbaar doordat oplossingen voor problemen uitsluitend buiten de publieke instellingen om worden gezocht (pazarlık, marchanderen). Ook het feit dat er geen sprake is van een autochtone culturele elite past in dit rijtje: in alle delen van het Ottomaanse Rijk bestonden de elites voornamelijk uit intellectuelen die in het buitenland waren opgeleid, een situatie waarin nauwelijks verandering is gekomen sinds de verschillende landen onafhankelijk zijn geworden. Het ontbreken van een lokale bourgeoisie en aristocratie, evenals het uitblijven van de industrialisering ten tijde van het Ottomaanse Rijk, zijn een van de redenen van de economische zwakte van de Balkanlanden, die in de twintigste eeuw evenwel een andere richting zijn ingeslagen.

Baklava, touloumba maar ook: zwarte handel en gesjacher

Het Ottomaanse tijdperk heeft ook enorm veel sporen achtergelaten op de dagelijkse gewoonten en gebaren, die onvermijdelijke kenmerken van onze culturele gedragscode zijn. Als we even voorbijgaan aan de 'Turksismen' [woorden van Turkse oorsprong] waarmee ons taalgebruik doorspekt is, dan is alleen de lichaamstaal van alle 'post-Ottomanen' al voldoende om westerlingen versteld te doen staan. Bepaalde vaste, bruuske gebaren, evenals het feit dat mensen spugen om uiting te geven aan hun teleurstelling of verontwaardiging (benadrukt door een daverend yazık! "wat een ramp") of het feit dat zij op hun knie steunen om te laten zien dat het hun ernst is, vormen een lichaamstaal die veel beter te begrijpen is voor een oosterling dan voor een westerling. Een ander terrein van het dagelijks leven waar de Turkse invloeden onmiskenbaar zijn, is de keuken: sarma (gevulde wingerd- of koolbladeren), moussaka, tourlitava (ratatouille) en börek (bladerdeeghapjes) zijn in de eerste plaats oosterse specialiteiten. Wij drinken Turkse koffie en zijn allemaal dol op zoete oosterse lekkernijen als baklava, touloumba en boza.

En dan hebben we het nog niet over de kafeana (kahvehan), de ontmoetingsplaats waar de publieke opinie ontstaat – of dat nu in de stad is of op het platteland -, en die weliswaar te vergelijken valt met een café of een restaurant, maar die altijd een kafeana zal blijven, omdat er in de westerse wereld geen woord voor is met dezelfde betekenis. Nader zelfonderzoek levert nog andere voorbeelden op: het patriarchaat, de corruptie, de mate waarin politici en invloedrijke personen afhankelijk zijn van justitie, de zwarte handel en gesjacher zijn elementen die onlosmakelijk verbonden zijn met de Turkse cultuur. Ruim vijf eeuwen Turks gezag en – meer in het algemeen – Turkse aanwezigheid hebben zich diep geworteld in de cultuur van onze landen. Deze Ottomaanse achtergrond is de belangrijkste reden waarom de overgang van de Balkanlanden naar het liberale westerse model zo moeizaam (of beter gezegd 'anders') verloopt. Het is ook de reden waarom de discussie zich bij ons – in een tijd waarin wij allemaal internet gebruiken en het Engels als onze tweede taal beschouwen – nog altijd toespitst op de vraag of er een mogelijkheid bestaat om nieuwe kerken en moskeeën te bouwen.