De cijfers van de nieuwe vrijhandelszone die China sinds 1 januari met de tien landen van de ASEAN (Associatie van Zuidoost-Aziatische staten), inclusief Indonesië, Singapore en Thailand vormt, liegen er niet om: bijna vier keer zoveel inwoners als in de 27 EU-landen, een oppervlakte van 14 miljoen km2 en een bruto binnenlands product van meer dan 6.000 miljard dollar.

Beijing bevestigt hiermee dat China zijn buren graag aan zich wil binden in plaats van in geschillen te blijven hangen. In 2013 zou de China-ASEAN groep zich al kunnen uitstrekken tot Japan, Zuid-Korea, India, Australië en zelfs Taiwan, waarmee China al jaren in onmin leeft. Volgens Krzystof Rybinski, professor aan de Handelsschool in Warschau zou in de komende twintig tot dertig jaar in Azië de machtigste unie aller tijden kunnen ontstaan. De vrijhandelszone die er nu is, zou slechts een voorbereidende stap zijn naar een monetaire en douane-unie.

Eurasec, een economisch "tegenwicht" voor de EU

Je kunt je afvragen welke aantrekkingskracht de unie van Wit-Rusland, Rusland en Kazachstan zal hebben, die ook per 1 januari jl. in werking trad. Deze landen, die de belangrijkste leden van de Euraziatische Economische gemeenschap (EURASEC) zijn, vormen op dit moment slechts een douane-unie. Het aangekondigde doel om een "tegenwicht" voor de EU te zijn, moet landen uit de voormalige Sovjet-Unie aantrekken. Maar het ontbreken van een samenhangende lange termijnvisie, de invloed van fiscaal onaantrekkelijke systemen en de bergen formaliteiten zorgen ervoor dat iedere poging tot een vruchtbare uitwisseling tussen de leden van de EURASEC in de kiem wordt gesmoord.

Dat de EURASEC geen werkelijke concurrent is, mag slechts een schrale troost zijn voor de EU. De economie van de Unie lijkt wel een atleet die zijn sportzaal heeft ingeruild voor een McDonald's-dieet. Sinds een aantal jaren is de handelsbalans van de EU negatief: er wordt meer geïmporteerd dan geëxporteerd. Het BBP van een toch wel gigantische 19.000 miljard dollar staat in schril contrast met de afnemende groei (ongeveer 0,5% in 2009 tegen 3% in 2006). Dit is het resultaat van het stellen van de verkeerde prioriteiten: de economische integratie was nog niet afgerond toen er al begonnen werd met de politieke integratie.

Het aandeel van de EU in het BBP van de wereld neemt af

Desalniettemin heeft het beginsucces van de EU andere landen ertoe aangezet unies op te richten. De meesten zullen pas over enkele decennia een werkelijke vinger in de pap krijgen, maar toch slagen ze er nu al in zich te laten gelden op de markten die tot nu toe het terrein van de EU waren. Volgens het Internationaal Monetair Fonds zal het aandeel van de EU in het BBP van de wereld in 2014 van 30% naar 25% zijn gezakt.

De NAFTA, de douane-unie tussen de Verenigde Staten, Mexico en Canada, kent al een BBP dat vergelijkbaar is met dat van de EU, maar dat sneller groeit, zelfs in tijden van crisis. De kracht van de NAFTA ligt niet alleen in een geharmoniseerd douanebeleid maar ook in het beleid dat gericht is op wederzijdse investeringen in de lidstaten.

Hoewel het geen perfecte organisatie is (wat vooral te wijten is aan de migratiepolitiek van de Verenigde Staten, dat het vrije verkeer van personen onmogelijk maakt) ambieert de NAFTA een economische unie van de Amerika's. Er was zelfs al sprake van een gemeenschappelijke munt: de "amero". Tot nu toe overwegen de Zuid-Amerikaanse landen nog geen toetreding tot de NAFTA, om de eenvoudige reden dat zij zelf al een machtige unie in het leven riepen. Vanaf 1969 vormen Peru, Bolivia, Ecuador en Colombia de Andesgemeenschap, die in 2008 samen met de Mercosur (met Brazilië en Argentinië aan het hoofd) deelnam aan de oprichting van de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (UZAN) die voor ogen heeft heel Latijns Amerika te verenigen naar voorbeeld van de Europese Unie. Gezien de regelmatige economische crises in de regio zal het vooralsnog wel een tijd duren voordat de UZAN een serieuze concurrent wordt. Krzysztof Rybinski benadrukt echter dat Brazilië een machtig land blijft, met een betrouwbaar economisch beleid.

De voordelen van een islamitisch banksysteem moeten blijken

In Afrika doen zich vergelijkbare problemen voor. Zonder hun landbouwsubsidies zouden de EU en de NAFTA niet om de concurrentie van de goedkope Afrikaanse producten heen kunnen. De buitenlandse handel van Afrika blijft zo zeer beperkt, terwijl conflicten, het gebrek aan technologie en een monsterschuld het continent een decennialange achterstand hebben laten oplopen. De hoop voor Afrika komt tegenwoordig uit India en China, die zakenlieden expatriëren in plaats van hulpgoederen te sturen en die er in de afgelopen jaren ongeveer 80 miljard dollar investeerden.

De Samenwerkingsraad van de Golf (GCC) legt ook het nodige gewicht in de schaal. Als de leden ertoe besluiten hun oliegeld te investeren in technologie en financiële instellingen, zullen hun economieën niet langer afhankelijk zijn van grondstoffen en zouden ze buitenlandse economieën kunnen domineren. De voordelen van het initiatief tot een op de islamitische wet gebaseerd banksysteem (waarin met name de stabilisatie van het financiële systeem door middel van een verbod op renteheffing een rol speelt) dat door de GCC gesteund wordt, moeten nog blijken. Of zullen deze maatregelen wereldwijd tot hele nieuwe waarden leiden?