Als bij de komende verkiezingen de versplintering van de politiek én de vlucht van de kiezer naar de uitersten aan de linker- en rechtervleugel verminderd blijken te zijn, kan de huidige crisis uiteindelijk een geluk bij een ongeluk zijn.

Maar alleen een rasoptimist zal met die mogelijkheid rekening houden. De voortekenen zijn somber. Niets wijst erop dat straks een politiek solide en qua inhoud logische coalitie te vormen zal zijn. Meer fragmentarisering en meer instabiliteit liggen eerder voor de hand.

Sinds 2002, tien jaar geleden, hebben we vijf kabinetten meegemaakt. De gemiddelde levensduur van een kabinet bedroeg twee jaar. Het politieke midden is in die jaren vrijwel volledig weggevaagd. De oude grote drie, PvdA, CDA en VVD, zullen wellicht na de verkiezingen niet eens meer een meerderheid in de Tweede Kamer hebben.

Europa, de boeman

Onderwijl zijn er ook kleine lichtpuntjes. In zijn verklaring voor zijn merkwaardige gedrag in het Catshuis stelde Geert Wilders zaterdag dat Europa de bron is van alle kwaad. Alsof Brussel de gedoogcoalitie zou hebben gedwongen in het Catshuis te onderhandelen over nieuwe, omvangrijke bezuinigingen en er geen afspraken waren gemaakt in het regeer- en gedoogakkoord waar Wilders in 2010 nog zo enthousiast zijn handtekening onder zette.

De verklaring van Wilders was doorzichtige nonsens, maar daarmee nog niet onbelangrijk. De PVV maakt van Europa de boeman, waartegen het de komende maanden heerlijk campagne voeren is.

Vanuit het gedachtengoed van de PVV bezien, is dat een logische strategie. Het rare mengelmoesje van PVV-ideeën, uiterst rechts rond samenlevingsvraagstukken en zo links als de SP in het verdedigen van het tekenen van betonrot vertonende gebouw van de verzorgingsstaat, kent één logische bedreiging: Brussel.

Wilders nieuwe strategie om electoraat te winnen

Brussel wil ons bijvoorbeeld houden aan afspraken over het vrije verkeer van werknemers. Die vormen in de ogen van de PVV een bedreiging voor het zuiver Nederlandse karakter van de samenleving en een gevaar voor de verzorgingsstaat.

Wilders is tot de conclusie gekomen dat zijn electoraat veel beter te mobiliseren is rond Europa dan rond zijn aanvallen op de islamisering van Nederland.

Om één of andere (slechte) reden is onze toekomst in Europa sinds het referendum nooit het centrale thema van een verkiezingscampagne geweest. Wilders wil dat nu wel forceren en hopelijk slaagt hij daarin. Rond Europa is het politieke krachtenveld anders dan rond klassieke thema's als de (nationale) economie. De klassieke tegenstelling tussen links en rechts heeft zichzelf voor een belangrijk deel overleefd.

Wat willen we met Europa aan?

Andere tegenstellingen doemen op als de grote vraag wordt wat we met Europa aan willen. Het is hoog tijd dat op die vraag de politieke nadruk komt te liggen. En het onderwerp biedt bovendien de kans op volledig andere politieke krachtsverhoudingen.

Wilders ziet daarin kansen voor zichzelf. Er is echter voor andere partijen geen reden die handschoen niet op te pakken en aan te tonen dat de toekomst van Nederland alleen ligt in meer Europese samenwerking. Een kans bij uitstek voor het politieke midden om opnieuw relevant te worden en zo de regeerbaarheid te bevorderen.