Het is de helft van de Frans-Duitse motor die de Europese Unie aandrijft. Het was het land dat telkens de doorslag heeft gegeven in de aanpak van de eurocrisis, op de wip zittend tussen een behoedzaam noorden en een spilziek zuiden, en tussen crediteuren en debiteuren.

En het is een groot land. Als Frankrijk de volgende lidstaat van de eurozone zou zijn die in de problemen raakt, komt het overleven van de eenheidsmunt op zich op het spel te staan.

Dat is de reden dat de vermoedelijke zege van François Hollande, de socialistische kandidaat bij de Franse presidentsverkiezingen, zo belangrijk is. In de eerste ronde van afgelopen zondag had Hollande een kleine voorsprong op de zittende president, Nicolas Sarkozy.

Tenzij zich een grote schok voordoet, zoals een 'implosie' van zijn aanhang als gevolg van het televisiedebat van komende week, kan Hollande de tweede ronde van zondag 6 mei met vertrouwen tegemoet zien, evenals de parlementsverkiezingen van juni.

Onze stem zou naar Sarkozy gaan

Dit weekblad heeft de kandidatuur van Sarkozy in 2007 gesteund, toen hij de Franse kiezers op moedige wijze voorhield dat zij geen andere keuze hadden dan verandering. Hij had de pech dat zijn land een jaar later werd getroffen door de mondiale economische crisis.

Maar hij heeft ook een paar prestaties op zijn conto kunnen bijschrijven: de versoepeling van de door de socialisten ingevoerde 35-urige werkweek, de 'bevrijding' van de universiteiten, het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd.

Toch is het beleid van Sarkozy net zo onvoorspelbaar en onbetrouwbaar gebleken als de man zelf. Ondanks dit alles zouden we, als we op 6 mei mochten stemmen, onze stem aan Sarkozy geven – niet vanwege zijn verdiensten, maar om Hollande buiten het presidentiële paleis te houden.

Met een socialistische president zou Frankrijk één belangrijke zaak echter wel de juiste wending geven. Hollande verzet zich tegen de hardvochtige, door de Duitsers opgelegde bezuinigingen, die de kansen op herstel van de eurozone in de kiem smoren. Maar hij doet dit om de verkeerde redenen, en waarschijnlijk zal hij zoveel andere zaken ook verkeerd aanpakken, dat de welvaart van Frankrijk (en de eurozone) erdoor in gevaar kan worden gebracht.

Hij praat niet over de noodzaak van welvaart

Hollande heeft het vaak over sociale gerechtigheid, maar vrijwel nooit over de noodzaak om welvaart te scheppen. Hoewel hij belooft het begrotingstekort te zullen terugdringen, wil hij dit doen door de belastingen te verhogen, en niet door de uitgaven te verminderen.

Hollande heeft beloofd 60.000 nieuwe leraren aan een baan te zullen helpen. Op grond van zijn eigen berekeningen zouden zijn voorstellen leiden tot 20 miljard euro aan extra bestedingen in vijf jaar tijd. De staat zou alleen nog maar groter worden.

Het is zeer optimistisch om er zonder meer van uit te gaan dat Hollande, ondanks wat hij heeft gezegd, en zelfs ondanks zijn bedoelingen, uiteindelijk de juiste keuzes zal maken. Hollande straalt een houding uit van negativisme jegens het bedrijfsleven.

Niets wijst op hervorming

Niets in de afgelopen paar maanden of in zijn lange carrière als partijbaas duidt erop dat Hollande moedig genoeg zal zijn om zijn manifest in stukken te scheuren en Frankrijk te hervormen.

En hoe zit het met de rest van Europa? Hier heeft de weigering van Hollande om ook maar één soort bezuiniging voor zijn rekening te willen nemen één fortuinlijk kortetermijngevolg gehad: hij wil het 'begrotingspact' van de eurozone wijzigen, zodat het niet alleen de overheidstekorten en de staatsschulden aan banden legt, maar ook de groei zal bevorderen.

Hierin weerklinkt het koor van klachten over de door Duitsland geïnstigeerde bezuinigingen, dat nu op het hele Europese vasteland te horen is, van Ierland en Nederland tot Italië en Spanje.

Het probleem is dat – anders dan bij de Italiaanse premier Mario Monti – de bezwaren van Hollande tegen het pact zich niet alleen beperken tot macro-economische fijnzinnigheden als het tempo waarin de bezuinigingen worden doorgevoerd. Het gaat vooral om zijn verzet tegen verandering en zijn vastberadenheid om het Franse sociale model tegen iedere prijs overeind te houden.

Hollande zinspeelt niet alleen op een tragere invoering van de bezuinigingsmaatregelen, zodat het pad naar hervormingen kan worden geplaveid: hij stelt voor helemáál niet te hervormen.

Duitsland weet de president wel te temmen

Iedere Duitse bondskanselier leert uiteindelijk wel hoe de president van het buurland moet worden 'getemd,' en Hollande zou een minder kwikzilverachtige partner zijn dan Sarkozy.

Maar zijn weigering om structurele hervormingen voor zijn rekening te nemen zou het voor hem ongetwijfeld veel lastiger maken Angela Merkel ervan te overtuigen iets meer inflatie voor lief te nemen, of een of andere vorm van schuldendeling te accepteren. Waarom zouden de Duitse kiezers wél een onplezierig medicijn willen slikken als de Fransen dat niet doen?

Het is denkbaar dat president Hollande het evenwicht zal doen omslaan ten gunste van iets minder bezuinigingen op dit moment. Maar hij zou de Duitsers ook precies de andere kant uit kunnen jagen.

Hoe dan ook lijkt één ding zeker: een Franse president die zo vijandig staat tegenover verandering zou de bereidheid van Europa ondermijnen om de pijnlijke hervormingen door te voeren die uiteindelijk toch nodig zullen zijn om de euro te laten overleven. Dit maakt hem tot een nogal gevaarlijke man.