Het is een nationaal drama. Een moment waarop de ruzies tussen de verschillende gemeenschappen even plaats maken voor gemeenschappelijk leed. De Dutroux-affaire, de dood van koning Boudewijn, de moord op Joe Van Holsbeeck, de rampen in Luik en Gellingen... : het waren ernstige gebeurtenissen die tegelijkertijd een zeldzame bron van eensgezindheid vormden. De tragedie in Halle, afgelopen maandag, heeft de politici opnieuw verenigd in een gemeenschappelijk eerbetoon. De politieke wereld beseft snel hoe groot de impact van deze gebeurtenis is. Premier Yves Leterme onderbreekt onder danteske omstandigheden zijn officiële reis op de Balkan. Koning Albert II verkort zijn caranaval-vakantie in Zuid-Frankrijk. De federale regering schakelt drie ministers in. En er zijn talloze condoleanceregisters in het leven geroepen die afkomstig zijn van politieke partijen. Maar de eensgezindheid is niet altijd perfect te noemen.

Wat is namelijk de enige ‘valse noot’ in al die reacties? De Vlaamse minister-president Kris Peeters laat, kort na het ongeluk, een persbericht verspreiden. "Het is opnieuw een zwarte dag voor Vlaanderen", benadrukte hij. Hij liet daarbij niet achte

rwege om zichzelf gelukkig te prijzen met het snelle optreden van de hulpdiensten. Tijdens zijn bezoek aan de plek des onheils zei de Waalse en Franstalige minister-president Rudy Demotte dat zijn collega uit het noorden hem net had gebeld, en dat ook hij had gesproken van "een tragedie voor Vlaanderen". "Ik heb hem onmiddelijk geantwoord dat dit ook voor Wallonië een tragedie is, en dat heel België is getroffen", zei Demotte. "De passagiers in de trein kwamen uit het hele land en het is zelfs niet zeker dat het, ondanks de eerste dag van de vakantie, minder druk was : veel mensen maken juist van hun vrije dagen gebruik om ergens naar toe te gaan".

Terwijl hij uitlegt dat de hulpdiensten worden gecoördineerd door de federale staat en dat de gewonden zijn verdeeld over ziekenhuizen in de regio afhankelijk van de taal die ze spreken, kan de Franstalige premier zich er niet van weerhouden te verzuchten : "Wat een symbool ! Er komt een trein uit Vlaanderen, een andere uit Wallonië en ze rijden recht op elkaar in ; het drama treft iedereen..." Op sociale netwerken, in commentaren op allerlei fora, heeft de verklaring van Kris Peeters geleid tot bittere reacties als : "In het hoofd van die man bestaat België al niet meer". De Franstalige politici gaan niet mee in deze weinig relevante discussie, ze volstaan ermee in hun verklaringen het Belgische karakter van de ramp te benadrukken. "Een zwarte dag voor België", zegt de CDH [de Waalse christen-democratische partij]. ”Een drama voor het hele land”, bevestigt Ecolo [de Waalse groenen]. Kris Peeters heeft op zijn beurt uiteindelijk besloten om zijn economische werkbezoek in Californië voort te zetten, omdat hij meende dat alles onder controle was.

Is het een symbool voor ons land, dit ongeluk tussen twee gewesten ? De plaatsen waar de treinen en de reizigers vandaan kwamen, doen hier sterk aan denken. Net zoals de plek van de ramp: een knooppunt dichtbij de taalgrens. Bij de samenwerking tussen de hulpdiensten en de ziekenhuisopnames zijn de krachten van de drie gewesten gebundeld [Vlaanderen, Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest]. En het idee van een taalkundige oorzaak voor de ramp – herinnering aan het drama bij Pécrot, toen een Franstalige seiner niet werd begrepen door een Nederlandstalige collega – heeft geen stand gehouden. Een Belgische ramp dus. Maar de uitspraak van Kris Peeters bewijst dat de gewestelijke neiging nooit ver te zoeken is.