Op de tweede verjaardag van de onafhankelijkheid van Kosovo wordt de verdeeldheid binnen de EU over de status van Kosovo steeds groter. Als gevolg van de controverse veroorzaakt door de ongelukkige strategie voor het noorden, oefenen de zogehete Grote Vijf steeds sterkere diplomatieke druk uit op Servië om de onafhankelijkheid van Kosovo niet aan te vechten.

Spanje, daarentegen, dat sinds januari voorzitter is van de EU, pleit voor hernieuwde onderhandelingen en een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden. Temidden van al deze onenigheid heeft een Kosovaarse sleutelfiguur gewaarschuwd dat de Albanezen in het zuidoosten van Servië bereid zijn om zich bij Kosovo aan te sluiten als de Serviërs in het noorden zich tegen integratie blijven verzetten. Ondanks dat het een minderheidspositie binnen de EU is, is de positie van Spanje de meest constructieve manier uit de impasse over Kosovo te geraken en blijvende vrede in de regio te brengen.

Agressieve retoriek van wie eigenlijk?

De Grote Vijf – Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk, Italië en de VS – stuurden onlangs een krachtig verwoord communiqué aan de Servische minister van buitenlandse zaken dat "we tot nu toe de agressieve retoriek van Servië over Kosovo hebben getolereerd, omdat we geloofden dat het onderwerp mettertijd van de agenda zou verdwijnen" en met een waarschuwing aan het adres van Servië om zich te onthouden van "avontuurlijke acties" zodra het Internationale Gerechtshof (ICJ) uitspraak heeft gedaan over de wettigheid van de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.

Het is nog onduidelijk wat de Grote Vijf precies bedoelen met "agressieve retoriek" en "avontuurlijke acties". De Servische minister van buitenlandse zaken Vuk Jeremić heeft een speciale zitting van de Algemene Vergadering van de VN na de uitspraak van het ICJ voorgesteld, met als doel steun te krijgen voor nieuwe onderhandelingen over de status van Kosovo. Dergelijke initiatieven zijn in lijn met de gelofte van Servië om met alle vredige, diplomatieke en wettelijke middelen de onafhankelijkheid van Kosovo te bestrijden.

Servië in een lastig parket

Spanje, een van vijf EU-lidstaten – samen met Griekenland, Cyprus, Slowakije en Roemenië – die de onafhankelijkheid van Kosovo weigeren te erkennen, heeft lange tijd de houding van Servië gesteund, zeer bewust van de kans op een vastgelopen conflict in de Balkan dat de weg van de regio naar de EU alleen maar lastiger zal maken en vertragen. De Spaanse ambassadeur in Belgrado, Iñigo de Palacio España heeft, als om de toekomstige situatie waarin Servië zich gaat bevinden te voorspellen, beweerd dat ‘het echt paradoxaal zou zijn als Servië, dat door dialoog en onderhandeling pogingen doet om tot een oplossing te komen, gestraft wordt en gestopt op zijn weg naar Europese integratie’. De EU’s dubbele toetredingseisen van ‘goede relaties met buurlanden’ en een constructieve regionale samenwerking worden binnenkort het belangrijkste punt van druk op Servië van de grootste tegenstanders van de Kosovaarse onafhankelijkheid.

Terwijl de onzekerheid over de status van Kosovo blijft toenemen, heeft Jakup Krasniqi, de president van de Kosovaarse tweede kamer, zich overgegeven aan verdere separatistische en ‘agressieve retoriek’ door te waarschuwen dat etnische Albanezen in het zuiden van Servië bereid zijn om zich bij Kosovo te voegen’ als de Serviërs in het noorden van Kosovo doorgaan zich te verzetten tegen aansluiting bij Pristina. In reactie hierop deed Oliver Ivanovic, de Servische minister voor Kosovo en Metohija, een beroep op de internationale gemeenschap om dergelijk ‘aanzetten tot oorlog’ te veroordelen, een verzoek dat onbeantwoord blijft ondanks de ernst en de implicatie van de opmerkingen van Krasniqi. In het licht van dergelijke bedreigingen lijken claims dat Kosovo’s onafhankelijkheid bijdraagt aan vrede en stabiliteit in de regio steeds ongeloofwaardiger en onoprechter.

Een kans voor ‘zachte macht’ voor de EU

Voor Lady Ashton, de nieuwe hoge vertegenwoordiger van de EU, die op 18 februari een bezoek zal brengen aan Belgrado, is de westelijke Balkan een van de meest uitdagende aspecten van haar portefeuille; een die de bewering van de EU een significante speller op het wereldtoneel te zijn verder dreigt uit te hollen. Nu de uitspraak van het ICJ op handen is zou opvolgen van het advies van Spanje over Kosovo de EU de gelegenheid geven een duurzame oplossing voor het probleem te vinden, een oplossing gebaseerd op, en een demonstratie van de invloed van de ‘zachte machtsinstrumenten’ van de EU. De huidige koers voortzetten brengt de hele strategie naar de regio toe en met name naar Bosnië en Herzegovina in gevaar, en de ontwikkeling van een effectief coherent buitenlands en veiligheidsbeleid in het algemeen.