Het oude gezegde is vervangen door een nieuwe. "Gelukkig zijn er nog de hoogste rechters in Ankara" hebben de Turken vervangen door "gelukkig zijn er nog de hoogste rechters in Straatsburg". Turken kloppen massaal op de deur van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens als ze rechtvaardigheid willen. Goed voor de gedupeerden, maar het gemor neemt toe: "Kunnen we het niet zelf ?"

Na de jongste uitspraak van het mensenrechtenhof staat Ebuzet Atalan met een Turkse identiteitskaart in de hand glunderend te poseren voor de kranten. De aanhanger van het Jezidi-geloof is straks af van de letter X die in het religievakje is ingevuld. De autoriteiten erkenden het geloof van Atalan niet. Ook de vijftien miljoen Alevieten konden op hun identiteitsbewijs niet laten vermelden dat ze Aleviet zijn. In het vakje stond: islam.

Volop verzet tegen het belang van het individu

Een Aleviet begon hierover een proces. De Turkse rechters hebben hem in het ongelijk gesteld, maar de Europese rechters waren zoals zo vaak een andere mening toegedaan. Nu is het aan de regering om te kiezen: óf het geloof van de burger wordt niet meer vermeld, óf er wordt op de identiteitskaart gezet wat de burger zelf aangeeft.

"Turkije slaagt er maar niet in om een ommezwaai in zijn denkwijze te maken", zegt jurist Semsi Aslanker in een van de rechtbanken in Istanbul, waar stoffige dossiers uit de donkerbruine kasten puilen. "Er is nog volop verzet tegen het uitgangspunt dat het individu voorop moet staan. Veruit de meeste Turkse rechters laten het belang van de staat zwaarder wegen dan dat van het individu. Niet alleen rechters denken zo, maar bijna alle Turken. Er moet een nieuwe mentaliteit komen in dit land, anders worden we door anderen op het juiste pad gedwongen."

De duizenden keren dat Turkije [dat in 1949 lid werd van de Raad van Europa] door het hof in Straatsburg op de vingers is getikt en de miljoenen euro’s die het land op last van het hof als schadevergoeding moet betalen aan de eigen gedupeerde burgers, wordt steeds meer als een kleinering beschouwd. De irritatie is zo groot aan het worden, dat enkele dagen geleden een bekende intellectueel op de televisie zei: "We hebben als volk blijkbaar niet de capaciteit om ons land te leiden. Laten we dan het hof vragen om ons land te besturen."

13.000 lopende rechtszaken uit Turkije

Er is voldoende basis voor deze ergernis. De rechters van het Hof maken overuren om de aanvragen uit Rusland en Turkije te kunnen behandelen. Momenteel lopen maar liefst 13.000 rechtszaken uit Turkije bij het hof. En de praktijk leert dat rechtszaken die de Turkse overheid winnen grote uitzonderingen zijn.

Turken morren wel, maar het Europese mensenrechtenhof heeft inmiddels wel een ander land van Turkije gemaakt. De veroordelingen van mensenrechtenschendingen in het Koerdische gebied, de schadevergoedingen die aan de slachtoffers zijn betaald, de bijdrage van het hof aan het onderwijs in het Koerdisch, de verplichting van de overheid om vrouwen beter te beschermen, hebben het land een stuk dichterbij de Europese Unie gebracht. Zonder dat de politiek er strijd voor heeft geleverd.

Jurist Aslanker concludeert: "Het is wel erg makkelijk om het vuile werk door het mensenrechtenhof te laten opknappen, maar het cement van een land zou de eer moeten zijn. Een land dat zichzelf serieus neemt, stroopt zelf de mouwen op. Ook al zijn de kwesties vaak zo lastig".