Ik heb het gebrek aan nationale trots van de Belg altijd verfrissend gevonden. Ik word wee van Amerikanen die met de hand op het hart hun Star-Spangled Banner zingen. Ik kijk enigszins meewarig en verbaasd naar de Nederlanders die zich te buiten gaan aan oranjegekte. En hoe dodelijk een gezwollen identiteitsklier kan zijn, hebben we nog niet zo heel erg lang geleden gezien in de Balkan.

Nee, dan wij, Belgen. Geen burgeroorlog, geen hysterie, geen voos sentiment. Wij, Belgen, aanvaarden schokschouderend onze ongewisheid. Drie talen? Awel? Et alors? Da's onze identiteit. Driehonderd soorten bier? Da's onze identiteit. Toegegeven, onze hypothetische identiteit is totaal kunstmatig. Maar daarin onderscheidt ze zich geen millimeter van alle andere identiteiten in Europa. Waarin dan wel?

Onoverzichtelijke ingezetenen van het ratjetoe dat België heet

Wat met de onoverzichtelijke ingezetenen van het ratjetoe dat België heet? Ik denk dat wij, Belgen, er alle belang bij hebben het enkelvoud van het woord identiteit af te schaffen. Wij zijn, ten eerste, gemeentenaren. Onverbeterlijke particularisten. Wij komen uit Gent of Turnhout of Charleroi en van nergens anders en dat laten we ook graag horen.

Ten tweede, de geschiedenis van onze vreedzame taalstrijd heeft ons tot Vlamingen en Walen gemaakt. Er zijn daarnaast nog wat kleinere identiteitskruimels, ik beperk me tot de hoofdlijnen. Ook die identiteiten, de Vlaamse, de Waalse, zijn artificieel. Voor 1830 bestonden ze eenvoudigweg niet. De Vlaming, zoals hij nu de wereld tegemoet treedt, is een nevenproduct van België. Dubbel kunstmatig dus. De Waal is op zijn beurt een nevenproduct van het nevenproduct Vlaming. Zijn het twee krachtige identiteiten? Nauwelijks. Er wordt nogal wat afgevreeën over de taalgrens heen. In andere landen bekoop je dergelijke grensoverschrijdende fornicaties met de dood of in het gunstigste geval met gruwelijke verminking.

En dan is er nog België, want Belgen zijn we ook al. En dan is er nog Europa.Sta me toe even te gaan kijken in de schone letteren. De grote Libanees-Franse schrijver Amin Maalouf stelt dat wij de som zijn van verschillende achtergronden, identificaties, appartenances noemt hij het. Waarom zou er één enkele identiteit moeten zijn die alle andere in de schaduw stelt? Dergelijke identiteiten worden al gauw les identités meurtrières, moordende identiteiten, hij gaf die titel aan een van zijn beste essays.

Met meerdere identiteiten valt dreiging van de ander weg

Het idee van Maalouf is broodnodig in deze eenentwintigste eeuw. Nog nooit zijn zoveel mensen tegelijk driftig aan het migreren geslagen. Bijna over het hele oppervlak van onze planeet trekken honderdduizenden van hot naar her en het ziet er niet naar uit dat daar gauw verandering in zal komen. Meer dan ooit worden identiteiten door elkaar gehusseld, ze botsen, ze zoenen, ze moorden. Dat laatste zeker ook, massaal.

Eigenlijk zouden wij hier in België bij uitstek moeten kunnen omgaan met die verwarring. Wij kennen iets dergelijks toch al sinds ons land bestaat. Ons geheim is niet zozeer dat wij, Belgen, geen echte identiteit hebben. Integendeel. Wij, Belgen, hebben te veel identiteiten. We hebben te veel keuze. Maar waarom zou dat een probleem moeten zijn? Waarom zouden we onszelf tekort doen door onszelf te dwingen tot keuzes die overbodig, zelfs schadelijk zijn? Meteen valt ook de dreiging van de andere weg. Die is namelijk allang een stuk van onszelf.

Een andere schrijver, niet de geringste, Fernando Pessoa, wist dat zeer goed: "Na vasta colónia do nosso ser há gente de muitas espécies, pensando e sentindo diferentemente." In de weidse kolonie van ons zijn, wonen mensen van vele soorten, die op verschillende manieren denken en voelen.

Soms, heel soms, bekruipt me het heimwee naar de Franse strakte, de rigueur républicaine, de république une et indivisible. Ze worstelen met hun zelfbeeld, de Fransen, ze zijn heftig aan het discussiëren over hun identiteit, wel nog altijd enkelvoud, maar toch. Ik hoop maar dat het Franse debat niet ontspoort. Misschien dat wij hen ... Nee, nee. Ik geloof nooit dat de Fransen te rade zullen gaan bij die slordige lilliputters aan hun noordergrens.