Europa laat ons niet met rust, alsof het zich wil wreken voor het feit dat het tientallen jaren nauwelijks aandacht heeft gekregen. Slechts een paar dagen nadat de overwinning van Hollande in Frankrijk tot een sprankje hoop leidde, worden we alweer geconfronteerd met de twee problemen die deze crisis bepalen.

Enerzijds zwakke politieke systemen, die zoals we in Griekenland zien, zichzelf vernietigen door de bevolking koppig te blijven onderwerpen aan eindeloze bezuinigingen die geen enkel perspectief bieden en de gevolgen van de crisis geheel bij de burgers leggen.

Anderzijds, zoals blijkt in Spanje, het fragiele karakter van belangrijke onderdelen van het financiële systeem, resultaat van tien jaar van financiële excessen, slecht management en nog slechter toezicht.

Deze twee zwakke punten versterken elkaar en brengen ons in een situatie die niet lang meer kan duren. Het perspectief van nieuwe onderhandelingen over het reddingspakket voor Griekenland impliceert dat we rekening moeten houden met de mogelijkheid dat het land uit de eurozone stapt.

Beu

En de combinatie van hervormingen en bezuinigingen in Spanje, het enige beleid dat de regering daar voert, kan alleen succes hebben als de maatregelen worden doorgevoerd in een financieel stabiel klimaat en het vertrouwen krijgen van het buitenland.

Om Griekenland binnen de eurozone te houden of in elk geval te voorkomen dat een eventueel vertrek tot een kettingreactie leidt die Spanje zou treffen, zouden de regeringen van de eurozone drastische maatregelen moeten nemen. Die zouden de markten moeten garanderen dat de toekomst van Griekenland binnen de eurozone ligt of dat zijn vertrek een op zichzelf staand geval is.

Omdat de Europese leiders echter niets doen om het tij te keren, geloven de markten dergelijke uitspraken niet. In deze zorgelijke pessimistische context zijn steeds meer mensen binnen de Europese instellingen het erover eens dat noch Griekenland noch Duitsland meer kan doen dan ze al gedaan hebben: wat de Grieken betreft, zijn we de bezuinigingen beu, en wat Duitsland betreft, zijn we de solidariteit beu.

We moeten op adem komen en even wat afstand nemen: als Griekenland uit de euro stapt, zou dat dramatisch zijn, zowel voor de Grieken als voor de andere eurolanden. De leefomstandigheden van de Griekse bevolking zouden nog verder verslechteren en extremistische partijen zouden nog meer voet aan de grond krijgen.

En ook al zou Griekenland officieel lid blijven van de Europese Unie, een vertrek uit de eurozone zou negatieve gevolgen hebben voor elk beleid dat is gebaseerd op zijn lidmaatschap van de EU. Vooral voor de interne markt zou het verlaten van de euro in de praktijk neerkomen op een vertrek uit de EU.

Spanningsgebied

Er zouden ook geopolitieke consequenties aan verbonden zijn: juist nu de EU, na een turbulente geschiedenis, rekent op toetreding van de westelijke Balkanlanden en op het punt staat Kroatië te verwelkomen, zou het vertrek van Griekenland uit de eurozone tot nieuwe wanorde en de ondergang van een staat leiden in een regio die al gecompliceerd genoeg is.

Psychologisch gezien zouden de Grieken het Europese project gelijkstellen met een mislukking en er dus zover mogelijk bij uit de buurt willen blijven. Bovendien zou de ‘onteuropeanisering’ van Griekenland antiwesterse stemmen en groeperingen in de kaart kunnen spelen, die in dit land van oudsher altijd al sterker zijn geweest dan in andere Zuid-Europese landen als Spanje, Italië of Portugal.

Dat zou grote gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid, onder meer omdat wellicht het lidmaatschap van de NAVO weer ter discussie zou worden gesteld of doordat nationalisme en de spanningen met Turkije en Macedonië zouden toenemen.

Cocktail

Voor de rest van Europa zouden de consequenties niet beroerder kunnen zijn. Het eufemisme dat nu zo in de mode is (een gecontroleerd vertrek), verhult de cynische hoop dat de Grieken de enigen zijn die worden getroffen.

Maar in de parktijk zou dit vertrek op een wel heel slecht moment komen, omdat Portugal, Italië en Spanje uiterst kwetsbaar zijn, nu de bezuinigingen enorme schade hebben aangericht, de hervormingen nog geen resultaat hebben opgeleverd en maatregelen om de groei te stimuleren nog niet op de agenda staan. Met andere woorden, het vertrek van Griekenland komt bijzonder ongelegen, want nog nooit is het besmettingsgevaar zo groot geweest.

De Europese Commissie heeft nog niet alle middelen uitgeput en wil zo snel mogelijk een batterij aan maatregelen uit de kast trekken om de groei te stimuleren en daarmee weer wat hoop te creëren. Het zou gaan om een cocktail van structurele fondsen, leningen van de EIB en een soepeler houding voor wat betreft het terugdringen van begrotingstekorten.

Het optimisme dat volgde op de overwinning van Hollande, die het klimaat in Brussel totaal heeft doen omslaan, heeft door de situatie in Griekenland één ongemakkelijke twijfel niet kunnen wegnemen: en als Hollande nu eens te laat blijkt te zijn gekomen?