Het beleid van alleen maar bezuinigingen in de eurozone is in verschillende landen en regio’s door de kiezers afgewezen. Hoe de crisis dan wel moet worden aangepakt, is nu onderwerp van een nieuwe reeks moeizame onderhandelingen die wellicht leiden tot onhandige compromissen.

Griekenland moet echter op alles voorbereid zijn. En het moet de realiteit van de gevaren en chantage waarmee het nu te kampen heeft, onder ogen zien.

Ten eerste: Griekenland kan alleen niet overleven. Zonder financiële hulp van Europa en het IMF heeft het weldra niet genoeg geld om de lonen van de ambtenaren te betalen, noch om in het buitenland de noodzakelijke goederen aan te schaffen om verder te gaan, zoals voedsel en aardolie.

Ten tweede: na de schuldherstructurering die voor rekening kwam van de private sector, is nu circa de helft van de Griekse schuld in handen van Europa of het IMF. Dus als Griekeland niet betaalt, zijn het vooral de belastingbetalers van de eurolanden die daar de dupe van zijn (volgens de schattingen kost het elke inwoner zo’n duizend euro), wij allemaal dus.

Niet profiteren van een gedevalueerde munt

Ten derde: de terugkeer van de drachme zou alleen voordelig zijn in de fantasie van slecht ingelichte – hoofdzakelijk Amerikaanse – economen. Bovendien is uitgelekt dat de regering Papandreou een studie heeft laten uitvoeren waaruit bleek dat zelfs de twee sectoren waaruit Griekenland de meeste inkomsten haalt, namelijk het toerisme en de koopvaardij, niet veel zouden profiteren van een gedevalueerde munt.

Ten vierde: de werkelijke vraag luidt welke extra schade, naast de niet afgeloste schuld, een eventueel faillissement van Griekenland de andere eurolanden zou berokkenen (ten eerste zouden de spreads stijgen). De gevolgen zouden zonder twijfel onevenredig worden verdeeld: grotere gevolgen voor de zwakke landen met Portugal op kop, gevolgd door Spanje en Italië; en minder ernstige gevolgen voor Duitsland.

Er is geen duidelijk antwoord op de vraag die door de hoofden speelt van alle ministers van de eurogroep die gisteren bijeenkwamen in Brussel: is het beter om Griekenland te blijven steunen of om het land ten onder te laten gaan? Op het eerste gezicht lijkt, in elk geval voor Italië, solidariteit minder te kosten dan de ontzegging hiervan.

Chantage nutteloos

In de toekomst zal Griekenland echter een blok aan het been worden als de staatsschuld niet gesaneerd wordt. Het is dan ook verstandig om over de alternatieven te praten en wel op politiek niveau, aangezien twee politieke crises zich kruisen: de crisis van de Europese besluitvormingsmechanismen en die van de Griekse partijen. In Athene stort een politiek systeem in. Men moet zich afvragen of de nederlaag van de twee voormalige grootste partijen, de Nieuwe Democratie en de socialisten, te wijten is aan de te krappe deadlines voor de door Europa geëiste sanering van de overheidsschuld en niet alleen aan de onrechtvaardige en ondoeltreffende manier waarop de opofferingen zijn verdeeld over de burgers, om ‘vriendjes’ en machtscentra te beschermen.

Europa eiste krappere deadlines dan geëist door het IMF, omdat er geen vertrouwen in de Griekse politici is. En tijdens de verkiezingen hebben nu ook de kiezers laten blijken geen vertrouwen in hun leiders meer te hebben. Maar de nieuwe politici waar zij op hebben gestemd, verkondigen leugens. Zij zeggen namelijk dat Griekenland andere landen op doeltreffender wijze kan chanteren door te dreigen hen mee de afgrond in te sleuren als ze niet opnieuw de portemonnee willen trekken.

Aan de andere kant is het aan Duitsland en de andere strikte landen om te bewijzen dat deze chantage nutteloos is omdat wij niet ten onder zullen gaan. Ze moeten dus open kaart spelen en duidelijk maken hoe ver hun solidariteit ten aanzien van andere zwakke landen reikt als in Athene een vastberaden regering wordt gevormd die de spierballen laat zien. De Grieken bedreigen met ‘slikken of stikken’ zou anders bluf zijn, zoals de markten nu al neigen te denken.