Eind 2009 was 54% van de Europeanen van mening dat de zwaarste periode van de crisis nog moest komen wat betreft de werkgelegenheid. Al jaren worden ze geconfronteerd met economische en politieke veranderingen die de globalisering hen oplegt. Europa stond nooit bekend als een bijzonder optimistisch werelddeel, maar de huidige economische crisis heeft bij de bevolking de latente en wantrouwige houding ten opzichte van hun toekomst alleen maar versterkt. Terwijl men er zich in de Verenigde Staten juist "van bewust lijkt te zijn dat de toekomst in hun handen ligt, heeft men zich in Europa altijd pessimistischer getoond. En men lijdt nu ook nog onder de verwarring die is gezaaid door het stoppen van het Europese integratieproces", zo meent Fernando Vallespín, voormalig voorzitter van het Sociologisch Onderzoekscentrum [een overheidsinstelling voor onderzoek naar de Spaanse maatschappij] en hoogleraar politicologie aan de autonome universiteit van Madrid. "Men probeert op nationaal niveau uit de crisis te komen", voegt hij eraan toe. Enkele maanden geleden verklaarde de meerderheid van de Europese burgers nog dat ze tevreden of zeer tevreden waren met hun privéleven (78% volgens een Eurobarometer-enquête die eind 2009 is gepubliceerd).

Het persoonlijk tevredenheidsniveau van de Denen, Luxemburgers, Zweden, Nederlanders, Finnen en Britten lag boven de 90%, terwijl de Spanjaarden onder het gemiddelde bleven met 74%, net als de landen in Oost-Europa, waar de salarissen het laagst zijn. Italië, waarvan de score ondanks de rijkdom gewoonlijk aan de andere kant van het Europees gemiddelde ligt, was met 71% de hekkensluiter. Volgens een recent onderzoek van de Europese Commissie is het vertrouwen in de toekomst, hoofdzakelijk in de economie, veel lager. Van de Europese burgers meent 54% dat het ergste van de crisis voor de werkgelegenheid nog moet komen, tegen 38% die van mening is dat het dieptepunt is bereikt. Deze vertrouwensindex – of wantrouwensindex – is echter hoger dan die in dezelfde enquête gehouden in het voorjaar. Het moreel van de Europeanen mocht dan in de herfst wel bijzonder slecht zijn geweest, dankzij kleine tekens van groei die in verschillende Europese landen zichtbaar begonnen te worden, wonnen we langzaam toch weer wat zelfvertrouwen.

Voor een keer hebben de Britten en de overige Europeanen dezelfde visie

De crisis heeft echter de kloof tussen de levensstandaard in de noordelijke landen en die in het zuiden en oosten van Europa dieper gemaakt. De impact is zeer groot geweest en de wederopbouw zal tijd kosten, waarschuwt de laatste Eurobarometer. Vóór de crisis waren sociologen in verschillende landen al bezorgd over het pessimisme dat in de Europese samenleving heerste. Zelfs het Verenigd Koninkrijk is pessimistisch geworden, bevestigt de Britse onderzoeker Roger Liddle, voormalig adviseur van Tony Blair en José Manuel Barroso. "Nu hebben de Britten en de overige burgers van de Unie eens een keer dezelfde visie op de toekomst van Europa", merkt hij ironisch op in een in 2008 gepubliceerd onderzoek over het "Europees maatschappelijk pessimisme". Volgens Liddle begon de Britse kijk op het leven indertijd steeds meer te lijken op die van de Fransen, Duitsers en Italianen. "Er waren vóór de crisis al tekenen van maatschappelijk pessimisme in het Verenigd Koninkrijk. Het is verrassend dat deze al zichtbaar waren tijdens de jaren van economische bloei zoals 2005 en 2007 in Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk", verklaart de onderzoeker in de Londense denktank Policy Network. Het persoonlijke tevredenheidsniveau lag dan wel hoog, maar toch vreesde men bij voorbaat de toekomst, met het oog op moeilijkheden bij aanpassingen aan de veranderingen die de globalisering, de immigratie, enz. met zich meebrachten. En Liddle besluit: "En natuurlijk wordt deze bezorgdheid alleen maar groter als het slecht gaat met de economie".

Nu pas zien we de achterstand die we hebben opgelopen

Fernando Vallespin wijst van zijn kant op de "nieuwe historische situatie" van Europa: *"Men gelooft niet meer in vooruitgang, maar strijdt om te behouden wat men heeft: de meest bevoorrechte positie, samen met die van de Verenigde Staten*." Het verlies van de rol die Europa in de wereldeconomie speelt *"kon men vóór de crisis al duidelijk aan zien komen. Toen Europa een groei van 2% had, haalde China een economische groei van 8 of 10%,*" zo stelt José Ignacio Torreblanca vast, directeur van de Madrileense afdeling van de Europese Raad voor Internationale Betrekkingen en docent politicologie aan de UNED [Spaanse universiteit voor onderwijs op afstand]. *"Maar**,* zo gaat hij verder, *nu zien we de achterstand die we hebben opgelopen, zowel in Europa als in de Verenigde Staten, ten opzichte van de overige opkomende machten. En door de crisis wordt dit alleen maar erger*."