De opname in de kring van Europese staats- en regeringsleiders brengt een zekere gelatenheid teweeg. Wie erbij is, tussen de presidenten, kanseliers en premiers, heeft het gemaakt – hij kan neerkijken op de kleingeestige oppositie en de critici thuis. Hier wordt de voedzame koek van de macht verdeeld.

Zonder werkelijk krachtige concurrentie in het Europese krachtenveld staan de Europese regeringschefs boven parlementen en partijen. Zij hebben de Europese Commissie als uitvoerend orgaan achter zich gelaten. Dat maakt de Europese top zo uniek – en ook zo voorspelbaar.

Want niets zou de macht van de top sneller verwoesten dan strijd en teruggang. Als staatsman of -vrouw sta je boven de ideologen. Daarom reageerde de top ook zo verbaasd, toen bij de verkiezingen in Griekenland en Frankrijk de onaangename alternatieven voor het Europees beleid kwamen bovendrijven, en nationalisme en populisme leken te worden gezien als oplossing voor alle problemen.

De natiestaat is te benauwd geworden voor Europa

Griekenland de euro uit, of toch niet? Geld uitgeven, of juist bezuinigen en sparen? Hoge belastingen voor de superrijken of juist lagere belastingen? Europa is zó ingewikkeld geworden dat het de antwoorden op deze vragen niet alleen aan zijn burgers kan overlaten. Maar wie beslist er dan voor Europa? De onvolledige instellingen in Brussel?

Als die beter zouden functioneren, zouden ze ook meer vertrouwen genieten. De werkelijk cruciale vragen over democratische legitimering, toezicht en controle zijn onopgelost, wat evenzoveel bewijzen zijn voor het feit dat het continent hier nog niet aan toe is.

Ook de nationale instellingen zijn te zwak om de last van heel Europa te kunnen dragen. De natiestaat is te benauwd geworden voor dit Europa, dat in zakelijk opzicht allang afhankelijk is van de mondialisering, en dat zijn betekenis in het concert der wereldmachten alleen als eenheid tot uitdrukking kan laten komen.

Het verlangen naar de oude knusheid

Sinds minstens tien jaar worstelt Europa met de mondialisering. De euro werd als eerste, onrijpe antwoord daarop in het leven geroepen, en het verdrag van Lissabon als een halfhartig, aanvullend protocol. Helemaal verzoend heeft het continent zich echter nog steeds niet met de krachten van opkomst en verval, de vrije handel, het zwerfkapitaal en de onberekenbare inflatie. Daarom is de verleiding altijd weer groot om de dwangbuis van de natiestaat aan te trekken en het verlangen naar de oude knusheid te bevredigen.

Maar hoe staat het met de stabiliteit en de democratische betrouwbaarheid? Die zijn ook niet veel beter -zoals blijkt uit de krakkemikkige constructie van het begrotingspact. Dat wil weliswaar ieders soevereiniteit respecteren (opdat het Ierse volk bij het komende referendum toch vooral niet 'nee' stemt), maar het wil Europa ook meer macht geven.

De ideologische mottenkist

Is het vermogen van Europa om consensus te bereiken dus uitgeput? Heeft het continent behoefte aan alternatieven, confrontaties, meer ideologie? Toen François Hollande met zijn socialistische strijdrepertoire de Franse presidentsverkiezingen inging, werd het niet alleen de Duitse bondskanselier zwaar te moede.

Moest de crisis nu uitgroeien tot een conflict over het juiste politieke geloof? Waren ze nu weer terug, de oude kameraden uit de ideologische mottenkist: socialisten en neoliberalen, étatisten en herverdelers?

Keuzevrijheid, polarisering en democratische strijd

Daar staat hij dus, de nieuwe Franse president. Hij heeft de ideologische lusten doen ontwaken en daardoor ongewild duidelijk gemaakt wat Europa mist: keuzevrijheid, polarisering en democratische strijd – en daarmee ook de passie, die mensen voor de politiek kunnen hebben. Hollande’s instinct heeft aangetoond, dat je met passie verkiezingen kunt winnen.

Maar wees voorzichtig: Europa is nog niet sterk genoeg voor deze strijd. Hollande zal in de club der machtigen snel merken dat voor het oplossen van de grote problemen van het continent grote coalities nodig zijn.

Als realist, die hij ook is, zal hij aan de zijde van de Duitse bondskanselier snel rijpen tot consensus-vakman. Maar als Franse idealist zou hij moeten vasthouden aan zijn ideologische bevlogenheid. Als Europa en zijn instellingen sterk genoeg zouden zijn, zouden ze deze politieke scherpte goed kunnen verdragen.