Vandaag is het een jaar geleden dat een financieel reddingsplan voor Portugal werd opgesteld. Op 17 mei 2011 besloten de EU en het IMF om de socialistische regering van José Sócrates, die op 7 april om hulp had gevraagd, met 78 miljard euro tegemoet te komen, in ruil voor drastische bezuinigingen en hervormingen. Een maand later werd de regering van Sócrates vervangen en begon de centrumrechtse Pedro Passos Coelho, met steun van de oppositie, aan de uitvoering van de plannen.

Sindsdien zijn in Portugal de directe en indirecte belastingen verhoogd, is het salaris van ambtenaren met ruim 15 procent gekort, zijn de kosten van zorg en onderwijs omlaag gebracht en is de bouw van nieuwe infrastructuren stopgezet. Dat alles heeft ertoe geleid dat de werkloosheid een recordhoogte heeft bereikt van momenteel 14,9 procent van de beroepsbevolking.

Griekenland: reddingsplan zonder hervormingen

Maar tot ieders verrassing is het bnp dit eerste kwartaal met slechts 0,1 procent gedaald, veel minder dan werd verwacht, wat vooral is te danken aan de export. Portugal bevindt zich nog steeds in een recessie, maar de bevolking ziet in elk geval dat de economie minder snel krimpt.

In Griekenland liggen de zaken heel anders: al ruim twee jaar is daar een reddingsplan op touw, maar van hervormingen is nog nauwelijks sprake. Politici gedragen zich verregaand onverantwoordelijk en de bevolking is wanhopig, omdat alle opofferingen zinloos blijken. Terwijl Portugal op de markt naar de achtergrond is verdwenen, houdt Griekenland de hele Europese Unie in spanning.

Deze twee landen laten goed het verschil zien tussen wel of niet voldoen aan de opgelegde verplichtingen. Er is geen andere keus dan bezuinigen en hervormen, zoals de regering van Mariano Rajoy doet sinds ze aan de macht is, ook al doen de grillige reacties van de markt daar soms wel eens aan twijfelen.

Zoals de afgelopen periode, waarin door de onzekerheid over de toekomst van Griekenland binnen de eurozone de risicopremie [het verschil tussen Duitse en Spaanse staatsobligaties, red.] voor het eerst in de geschiedenis tot ver boven de 500 punten is gestegen en de beurs is ingestort tot het niveau van medio 2003.

De minister van Financiën, Cristóbal Montoro, herhaalde gisteren nog eens in het parlement dat "we of uit onszelf bezuinigen of daar door de markten toe gedwongen zullen worden". Een andere optie is er niet en bovendien is er geen weg terug. Alleen zo kunnen we hulp verwachten van de Europese Unie en de ECB en het is in die context dat de klachten van Montoro en ook Rajoy, die van Brussel en Frankfurt meer steun voor Spanje verlangen, moeten worden begrepen.

De markten willen eerst bewijzen zien

De minister-president heeft de EU gisteren gevraagd om een "duidelijke en bondige" boodschap ten gunste van de euro en de "solvabiliteit van soevereine schulden". Hij doelde daarmee vooral op het ernstige risico dat de markten Spanje geen geld meer willen lenen of alleen tegen astronomische rentes, die de financiering van de staat en van sommige bedrijven en financiële instellingen lam zouden leggen, terwijl ze al enorme bedragen moeten neertellen voor leningen om hun activiteiten te kunnen voortzetten.

De regering kwam hiermee om de markten ervan bewust te maken dat de ECB alleen intervenieert in de Spaanse schuld als de premie boven de 500 punten komt. Dat leidde inmiddellijk tot een daling van de koersen op de beurs, die vandaag sloot op 482 punten. De regering heeft gelijk dat ze zich beklaagt, want de Spaanse economie kan het verschil met Duitsland, dat al geruime tijd erg groot is, op geen enkele manier aan.

Tegelijk moet de regering echter erkennen dat het aan onszelf te wijten is dat de risicopremie zo hoog blijft, en zolang de markten niet de indruk hebben dat de hervormingen effect beginnen te sorteren, zal die ook niet dalen.

In dat opzicht is de gedwongen nationalistaie van Bankia een stap achteruit, want daardoor is twijfel gerezen aan de Spaanse financiële sector. Maar we kunnen weer een sprong voorwaarts doen als de Consejo de Política Fiscal y Financiera [Raad voor Fiscaal en Financieel Beleid, red.] aantoont dat de tekorten van de autonome regio's daadwerkelijk beheersbaar beginnen te worden.