Er was eens een bedrijf dat drinkyoghurt produceerde. Zoals de meeste bedrijven voor wie het voor de wind gaat, wilde het bedrijf meer. Daarom vroeg het bedrijf aan zijn klanten hoe het volgens hen mogelijk was de producten te verbeteren. De klanten gaven eerlijk antwoord en het bedrijf veranderde zijn recept. Maar de omzet nam niet toe. Waarom?

Op een dag besloot de directie iets nieuws uit te testen. Ze vroeg haar klanten waarom zij hun product kochten. Met andere woorden: wat was volgens hen het pluspunt van drinkyoghurt? Snel werd duidelijk dat de meeste mensen die drinkyoghurt kochten, een lange autorit voor de boeg hadden.

Ze waren op zoek naar eten dat niet kruimelde en waarop je lang kon teren. Toen wist het bedrijf wat verbeterd moest worden. Het was niet de smaak, maar alles wat bijdroeg om het drinken van de yoghurt in de auto makkelijker en prettiger te maken. De consumenten waren op zoek naar de oplossing van een probleem, en niet op de eerste plaats naar een product.

The New Yorker publiceerde onlangs een interview met een van ’s werelds bekendste bedrijfsgoeroes. Clarence Christiensen onderzocht waarom sommige grote, florissante en marktleidende ondernemingen hun marktaandeel verliezen ten gunste van een nieuwe concurrent. Christiensen toonde aan dat de nieuwe producten die die van de marktleiders verdrongen niet beter, maar – integendeel – meestal van slechtere kwaliteit waren. Hoe is dat mogelijk?

Reinfeldt is een succesvol exportproduct

Hoewel de politiek een andere wereld is, doet hetzelfde fenomeen zich er voor. Tien jaar geleden werd Europa vrijwel volledig gedomineerd door sociaaldemocratische regeringen. Waaronder die van Tony, Gerhard en Göran [resp. Blair in Groot-Brittannië, Schröder in Duitsland en Persson in Zweden, red.].

Maar toen gebeurde er iets. Een nieuwe speler dook op. Vorige week veranderde de Noorse conservatieve partij Høyre het adres van haar website in ‘arbeiderspartij’. Een naam die verwarrend veel lijkt op die van de ‘Partij van de Arbeid’ van de Noorse sociaaldemocraten.

Partijleider Erna Solberg begon erop te hameren dat allereerst aan de mensen moet worden gedacht “alvorens aan de miljarden” te denken en de rijzende ster van de partij, Torbjørn Røe Isaksen, liet weten dat Høyre niet meer de arbeidsmarkt wil liberaliseren en dat zijn beweging echt niets tegen vakbonden heeft.

De partij probeert op deze wijze haar imago van hartenloze belangenclub voor rijke mensen op te poetsen. De strategie is duidelijk regelrecht gekopieerd van de Zweedse premier Frederik Reinfeldt. “Willen jullie op deze manier op Zweden lijken?” Reageerden de Noorse sociaaldemocraten die erop wezen dat na zes jaar leiderschap van de nieuwe conservatieve partij van Frederik Reinfeldt de werkloosheid in Zweden 8 procent bedraagt.

Een ideologie zo tegenstrijdig als 'vredesraket'

Niettemin zijn Frederik Reinfeldt en zijn nieuwe centrumrechtse alliantie een succesvol exportproduct. Van David Cameron in Groot-Brittannië tot Angela Merkel in Duitsland, een soft en gemoderniseerd rechts beschikt tegenwoordig over Europa. Cameron noemt het ‘progressief conservatisme’.

De term klinkt net zo tegenstrijdig als ‘vredesraket’ of ‘milieuvriendelijk chemisch reinigen’, maar Cameron is goed en wel minister-president. Hij zou zo het geheime broertje van Reinfeldt kunnen zijn, opgeleid in zijn privéschool.

Ondertussen staat de machtigste vrouw van Europa, Angela Merkel op de loopbrug boven een moeras van pragmatisme en gematigde stellingname. De Duitse sociaaldemocraten hebben reeds een glimlach op hun gezicht: als Merkel compromissen sluit met de socialist François Hollande, hoe kunnen zij dan tegen stemmen? Het groeipact was bovendien hun idee [ van de sociaaldemocraten, red.].

Waarom een kopie als het origineel beschikbaar is?

Nee, het is niet eenvoudig om met het nieuwe, softe rechts om te gaan. Ze kopiëren uw politiek, stelen uw campagneleuzen en regeren slechter dan hoe u dat zou doen. En toch winnen zij de verkiezingen. Waarom stemmen voor een kopie als het origineel ook beschikbaar is? Alle sociaaldemocraten in heel Europa werpen deze retorische vraag op in de hoop dat de kiezers de absurditeit ervan inzien.

Maar misschien werkt het júist daarom. Als marktleidende ondernemingen verdreven worden door de concurrentie, dan is dat bijna altijd om plaats te maken voor producten van minder goede kwaliteit. Een slechtere kwaliteit, maar innovatiever.

Tijdens de campagne van 2006 stelde de Zweedse sociaaldemocraten een betere tandartsvergoeding voor. In 2010 kwamen ze met de belastingverlaging voor gepensioneerden.

En ze verloren. In plaats van prioriteit te geven aan de verbetering van een systeem dat zij zelf in het leven hebben geroepen, doen de Europese sociaaldemocraten er beter aan zich af te vragen wat het probleem is dat de burger graag opgelost ziet worden. Want in zekere zin is dat hetgeen wat tijdens de succesvolle jaren van Tony, Gerhard en Göran uit het oog is verloren.