Waarom haat de wereld Sascha Lobo? Dit wordt een interview, waarin slechts één vraag hoeft te worden gesteld. Al het andere vloeit daar vanzelf uit voort. Lobo zegt dat hij ons graag wil ontmoeten in het Soho House in Berlijn, ooit het hoofdkwartier van de SED [communistische regeringspartij in de DDR, red.]. Dus zien we elkaar hoog boven Berlijn.

Het is een nare, druilerige namiddag in de Torstraße. De lelijkste straat van Berlijn is tegelijkertijd de allerhipste. We moeten het allereerst hebben over hoe we met elkaar praten op internet – wat we wel en niet tegen elkaar mogen zeggen.

Een ontwikkelingsland met drempelvrees

Lobo zegt: “De taal die op internet heerst, is er een op zich. Spot hoort daar absoluut ook bij. Er is ook een poëzie van spot.” Het internet wordt in Duitsland nog niet zo goed begrepen: “Het lijkt wel of men er hier als volgt over denkt: Als ik het web op ga, word ik vast genaaid.” Je kunt beter maar niks kopen! zegt hij lachend. Duitsland is een ontwikkelingsland met drempelvrees.

De zinnen van Lobo zijn geraffineerd en gedecideerd. Hij spreekt als Sascha Lobo, als figuur, als ambassadeur. Altijd stand-by om een interview te geven. Hij kan er goed mee uit de voeten. Hij praat en is zich er telkens van bewust dat hij in de openbaarheid verkeert.

De daar heersende regels heeft hij eenvoudigweg verinnerlijkt: verkopen, genieten, opvallen. Het is perfect gegaan – hij is als een machine, die intussen automatisch loopt.

Zijn succes duidt op een tekortkoming

Het succes van Lobo duidt op een tekortkoming. Het internet is een eigen wereld, door deskundigen vormgegeven en door bloggers bespeeld. De rest van de maatschappij gebruikt het internet graag passief.

De Duitse digitale samenleving is een monarchie, het internet haar grondgebied – en daar regeert Lobo vrijwel zonder beperkingen. Vijftien jaar internet heeft alles veranderd, en niemand weet, wat het voor ons inhoudt.

Wat er aan nieuwigheid aan zit te komen, weten slechts twee groepen: de nerds en degenen, die wat de nerds uitdenken naar de buitenwereld vertalen. Dat zijn de internetdeskundigen.

Een grote kloof tussen insiders en outsiders

De bloggers zitten op het web dicht bij elkaar, net als aan een stamtafel in de kroeg. Wat ertoe leidt dat de internetgemeenschap in Duitsland incestueuze trekjes heeft. Anders gezegd: er is een grote kloof tussen insiders en outsiders. Hoe heviger de cultuurpessimisten in de krant tegen de slechte invloeden van het web waarschuwen, des te krachtiger pleiten de cultuuroptimisten voor het nieuwe digitale leven.

In de verste verte is geen opvallender en actiever figuur te vinden, die met zoveel aplomb in de openbaarheid treedt. Lobo blogt, praat, legt uit, twittert en schrijft columns op bijna iedere website. En omdat hij dat al zo lang doet en de man er ook nog lol in schijnt te hebben, altijd de juiste zinnen paraat heeft en er ook nog zeer goed mee verdient, wordt hij hartstochtelijk gehaat.

Benijd door zijn onmiddellijke concurrenten, de overige bloggers, veracht door de analoge media, omdat hij hun de kaas van het brood eet, en verloochend door het grote publiek, dat niet graag deel is van een massabeweging. Als je 'Sascha Lobo Arschloch’ [‘Sascha Lobo klootzak', red.] googlet, krijg je negenduizend hits.

Zijn logo is een rode hanenkam

Hij maakt het de mensen ook niet makkelijk van hem te houden: zijn logo is een rode hanenkam. Het kapsel zou nog in orde zijn als hij er maar niet steeds bij zei dat hij het louter uit marketingoverwegingen droeg. Herkend worden, dat is voor velen een vorm van cynisme die zich makkelijk laat haten. Zelfspot en zelfrelativering horen steevast bij Lobo's communicatiestrategie.

Lobo zegt: “Het web werkt voor iedereen die er iets op zet als een soort boemerang. Daardoor is er voortdurend sprake van een confrontatie met het eigen foute gedrag.” Alles wat wordt gezegd, wordt voortdurend versterkt, herhaald en becommentarieerd.

Op ieder moment is er over van alles en nog wat een mening, een reactie, een kritiek, een verwijt, tegenspraak. Het is de tijd van de schriftelijke democratie. Op het internet moet het idee van de digitale democratie verder uitgewerkt worden en moeten de pleitbezorgers ervan een soort vergaderzaal bouwen.

Democratie betekent voor iedere functionaris dat hij of zij met verkiezingsuitslagen en wilsuitdrukkingen moet kunnen omgaan, die niet altijd in zijn of haar straatje passen.

Het eeuwigdurende debat

Op het web kan degene die vroeger steevast op de laatste rij zat en te zacht sprak ook worden gehoord. Zelfs de dwazen en querulanten. En: deze vorm van communicatie stelt het bestaan van een absolute waarheid 'an sich' ter discussie. Er is geen goed of fout, er is louter een eeuwigdurend debat.

Ons foute gedrag wordt zonder pardon in de openbaarheid gebracht, ook algehele domheid en dat soort zaken. Lobo omschrijft de heersende slordigheid als volgt: “Dat de mensen alleen maar de eerste tien zoekresultaten van Google lezen, is niet het probleem van Google.

De eerste generatie digitale 'inwoners' verkneukelt zich op school nu al over zielige informatica-docenten. Iedereen kan het computersysteem of de iPhone van de biologiedocente hacken.

Misschien zal men over deze tijd later ooit zeggen: het was een eigenaardige overgangstijd, destijds kon je nog films op het internet bekijken zonder ervoor te hoeven betalen. Dat was nog eens een gouden tijd, waarin een punk alles moest ophelderen voor de onnozelen.

Mooi was het wel. Lobo is wellicht op een bepaalde manier het symbool van deze overgangstijd. Een tijd, waarin alles verandert. Van dit wezen met zijn rode hanenkam gaat ook iets dinosaurusachtigs uit.